FINANCIËN
Daar is dezer dagen voor de oogen van heel de wereld, ten aanschouwe van alle volken, een les op het bord geschreven om nooit te vergeten. Welke deze was, is niet zoo moeilijk om af te lezen. Deze n.l. :
Dat niet licht dommer ding kan worden gedaan dan aan een volk de mogelijkheid om zich te verdedigen, te benemen, door al de krachten af te tappen, zoodat nooit aan eenig verweer kan worden gedacht.
Wat sloot de door de overwinnende volken opgemaakte deelsom prachtig, die na 1918 op 't bord was geschreven.
Deze kwam net op een nul uit. Daar was geen restje, nóg zoo klein, overgebleven. De wereldgrooten knikten elkander toe, alsof zij zeggen wilden : „wie doet, ons wat ? "
Nooit en nergens werd een vredesverdrag onderteekend zoó af als deze. Zoo waren de gedachten, helaas, van niet weinigen.
’k Herinner me nog, hoe een spreker uit die dagen met veel pathos de volgende woorden sprak : „Op dezen oorlog volgt niet licht een andere. Deze is uit".
En wat hij er op liet volgen getuigde, zoo mogelijk, van nog grooter verblinding : „Deze vrede is n.l. niet door menschen gemaakt, doch van God gegeven".
Velen van die dit woord aanhoorden, schudden het hoofd, toen reeds zeggende : „wat zal dat slecht uitkomen".
Die uitkomst kon dezer dagen van het groote wereldbord worden afgelezen.
Een heel rijk, weleer een der machtigsten, werd door een naastliggende eenvoudig-weg „genaast". Aan zelfverdediging kon niet eens worden gedacht, 't Was niet mogelijk zich ook maar één uur te verdedigen. Daartoe ontbraken de mannen.
Vol verbijstering stond die wereld toe te zien, en toch zal zij zelve moeten getuigen : 't is een vaste wet, waartegen niemand straffeloos zondigt : „wie aan handen en voeten gebonden ligt, wordt vertreden en wat hij nog had, wordt van hem weggenomen".
Weerloosheid - - ontwapening, is de laatste jaren als een nieuw Evangelie de wereld rond gepredikt. Het sluitstuk, ziet ge.
Zou met deze aanschouwelijke les ook door ons winste kunnen worden gedaan ? 'k Stel deze vraag, met het oog op wat ons van nabij en van verre wordt voorgehouden. Wanneer op geestelijk terrein de wereld onzer dagen aan een nauwkeurig onderzoek wordt onderworpen, zoo zal moeilijk anders kunnen worden opgemerkt dan : „vol gisting, vol verwarring, overal strijd".
Nu is dit op zichzelf niets bevreemdend. De Heere heeft het voorzegd. In het laatste der dagen zult ge hooren van oorlogen en geruchten van oorlogen, van tweespalt, steeds nader komend en steeds heftiger in openbaring. Wat voor opdracht de Heere daartoe uitvaardigde, is bekend : „predikt het Woord. Houdt aan, tijdiglijk en ontijdiglijk. Ziet, Ik leg u het Woord op de lippen. Ge hebt niet anders te doen dan u aan deze opdracht te houden. Het sluitstuk van het .Evangelie, dat ons is voorgelegd in de laatste woorden van den Heere, in Matth. 28 vers 19, heeft een wonderschoone omlijsting. In hét voorgaande vers lezen wij : „Mij is gegeven alle macht". M.a.w. Gij zijt daartoe niet bekwaam. U ontbreekt daartoe alle geschiktheid. Wat gij behoeft, vraagt het aan Mij. Ik wil u uit-en doorhelpen. Over alle hulptroepen hebt ge te beschikken. Van hemel en aarde is Mij alle macht verleend.
Is dit het eerste — waarmee de opdracht besloten wordt is niet minder moedgevend. „Ziet, Ik ben met ulieden, alle de dagen, tot de voleinding der wereld". Onder Mijn oog moogt gij den strijd aanbinden. Ik ga zelf aan de spitse en Ik sluit tegelijkertijd toe. De achterhoede, ook de allerkleinste, is veilig onder Mijn machtige vleugelen.
Kan het heerlijker worden gedacht ?
Nu, wanneer dit wordt toegegeven, zoo is er ook geen moment, waarin de minste weifeling zich mag voordoen onder de strijders.
Waar ook maar een deur op een kiertje wordt geopend, daar mag worden verwacht, dat een dienstknecht gereed staat om in Naami van zijn Zender de stee voor zijn Heere en Gebieder op te eischen. En waar hij staat en ruimte voor zich zag gemaakt, daar zal hij zich gedrongen weten om meerdere krijgsknechten van zijn Koning naast zich te zien geplaatst in de rij om den Naam van zijn Koning meerderen roem te zien toegevoegd. Geen heerlijker loon voor Zijn gaarne getrouwe dienstknechten, dan alles veil te hebben voor de zaak van Koning Jezus. Het gaat toch alleen om Godes eere in het toebrengen van arme verlorene schepselen tot Hem, Die het verlorene zaligt.
Is dit het heerlijk doel, dat de Gereformeerde Bond zich heeft voorgesteld en nog onveranderd tot uiting zoekt te brengen, zoo is de vraag deze : wat kan en moet met het oog op de toenemende verwildering der volken en ook van ons volk, worden gedaan ?
Wie meeleeft in dezen, merkt hoe nijpend dit probleem wordt, voornamelijk in de groote steden en in die plaatsen die, wat inwonersaantal betreft, de groote sleden steeds dichter benaderen.
Wij zullen ons ditmaal beperken tot het noemen van slechts enkele namen. Neemt de Hoofdstad, neemt de Residentie, wereldsteden als Rotterdam, hoofdplaatsen van de onderscheidene provincies, plaatsen als Amersfoort, Hilversum, ja, ga maar door. 'k Behoef u niet het aantal predikers, die al hun krachten zoeken te geven om de oude beproefde Waarheid te verbreiden en te verdedigen; te noemen. Ge weet het zelf wel, hoe luttel hun aantal, hoe klein hun krachten zijn. Aan wie worden hulppredikers toegevoegd ? Wie worden geassisteerd door meerdere bevoegde krachten ? Van onze zijde geen één. De vraag : hoe dit komt, is snerpend in haar beantwoording : zij zijn er niet. Terwijl èn aan Confessioneele zijde èn aan Ethische, ja, breidt het maar uit — Iaat uw blik maar eens gaan naar den kant van de Gescheiden Kerken — hier heeft men krachten te over — alleen wij missen, wat hier te veel wordt gevonden.
Na deze enkele opmerkingen te hebben gemaakt, kom ik nog weer terug tot het punt van uitgang. Laten alle handen, die de Waarheid van Gods Getuigenis zoeken te verbreiden, in elkander worden gelegd en laten alle knieën zich buigen om van Boven kracht te ontvangen om op de bres te staan in onze dagen. Ik zie den komenden tijd niet dan met zorg tegemoet. Ik zie het zoó, dat in vele gemeenten straks bijstand ook op stoffelijk gebied noodzakelijk zal zijn. Dat vele gemeenten wel een prediker begeeren zullen van Gereformeerde beginselen, doch dat zij vanwege de ongunst der tijden zich als gebonden voelen. Alzoo is het noodzakelijk dat naast steun bij de opleiding tot het ambt, de volle aandacht wordt gewijd aan de gemeenten zelve. De greep is daarom veel te nauw, die de meening koestert, dat onzerzijds niet verder wordt gedacht dan aan de opleiding. Neen, het gaat ons om de Waarheid Gods te verbreiden, overal waar Godes hand de poorten opent.
Waar het zoó is gelegen, kunt ge ook eenigszins u indenken, welke gevoelens bij mij wakker zijn geroepen, toen ik dezer dagen een telephoontje kreeg van een onzer warmmeelevende vrienden, die mij vroeg, of ik Donderdagmiddag 10 Maart om 3 uur — dezen datum zal ik niet licht vergeten — bij hem wilde komen om een legaat in ontvangst te nemen van een overleden vriendin, die den Gereformeerden Bond had bedacht, met die van den Gereformeerden Zendingsbond, voor ieder 7000 gulden
’k Zal sober zijn met woorden, maar mijn hart is vol, als ik dit schrijf.
Godes Naam zij geprezen.
Wie mij in deze dagen iets hebben toegezonden — dit stemde evenzeer tot erkentelijkheid voor God — zullen mij wel willen verontschuldigen, als ik dit een volgende keer vermeld.
Maakt Gods Naam met mij groot !
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's