Rondblik buiten de Grenzen
Schuschnigg was Hitler bijna te slim af geweest. Hij had Zondag j.l. een volksstemming willen houden in de verwachting dat hij daardoor bij groote meerderheid een uitspraak ten gunste van de (toen nog bestaande !) regeering-Schuschnigg zou verkrijgen. Als alles overeenkomstig zijn plan verloopen was, had Schuschnigg die meerderheid waarschijnlijk ook wel gekregen. De menschen behoefden slechts te antwoorden op de vraag of ze voor „vrijheid en onafhankelijkheid, vrede en arbeid" waren. De weinige dagen welke tusschen aankondiging en volksstemming verloopen zouden, konden slechts door regeeringspropaganda worden benut, terwijl de stemming bovendien niet volstrekt geheim zou zijn. Wie met „neen" wilde antwoorden zou een nieuw stembriefje moeten gaan vragen
Dat is inderdaad niet een democratische wijze van stemmen gelijk we die bijvoorbeeld in Nederland kennen.
Niemand beter dan Hitler weet hoeveel invloed men op de kiezers kan uitoefenen door een volksstemming voor te bereiden, gelijk Schuschnigg dat nu van plan was. Dat loopt bijna automatisch op een groote meerderheid voor de machthebbers uit. Vandaar dan ook, dat Hitler in de eerste plaats die Oostenrijksche volksstemming verhinderd heeft.
En voorzichtigheidshalve werd tevens het aftreden van Schuschnigg geëischt. Men kent het snelle verloop der verdere gebeurtenissen: door een ultimatum van de Duitsche regeering gedwongen, trad Schuschnigg af, Seyss Inquart volgde hem op, deze riep de hulp in van de Duitsche troepen „om de orde te bewaren" en weinig uren later was Oostenrijk door Duitsche troepen overstroomd, en werd officieel de Anschluss geproclameerd.
Het is eigenaardig dat Hitler blijkbaar behoefte heeft gehad nog een schijn van rechtmatig optreden te handhaven. In de wet waarbij Hitler Oostenrijk tot een land van het Duitsche rijk proclameert, wordt zelfs vastgesteld „dat deze wet in overeenstemming met de grondwet tot stand gekomen is". Dat is dan wel een heel uitzonderlijke grondwet geweest. Men vergete niet, dat reeds de conferentie van Berchtesgaden met bedekte oorlogsdreiging gepaard ging. In wezen was Hitlers eisch, dat twee natiionaalsocialistische ministers in het Oostenrijksche kabinet moesten worden opgenomen, een eisch die door veelzeggende „manoeuvres" kracht werd bijgezet, een oorlogsdaad. Door dezelfde „gewapende" argumenten werd later Schuschnigg tot aftreden gedwongen. De onrechtmatig „benoemde" minister, Seyss Inquart, nam toen de teugels in handen en deed namens de voorloopige Oostenrijksche regeering (die geen rechtmatige regeering was) een beroep op Hitler. Zelfs het argument, waarop Hitler's troepen binnengehaald werden, namelijk „om de orde te handhaven", was onrechtmatig. In zijn afscheidsrede heeft Schuschnigg immers verzekerd dat „de voorstelling alsof de regeering den toestand niet heer meester was, en dat zij uit eigen kracht geen orde zou hebben kunnen scheppen, van a tot z gelogen" was. En men moet overigens dat „orde bewaren" toch wel heel breed opvatten, wanneer daar een volledige overname van regeering en volk onder begrepen wordt
Buiten Duitschland en Oostenrijk zullen er dan ook niet veel menschen zijn, die Hitlers ingrijpen in Oostenrijk als rechtvaardig zien. Integendeel, ieder vroeg zich angstig af : hoe is het mogelijk, dat zulk schreeuwend onrecht door de omringende groote landen toegelaten wordt. En in de eerste opwinding vroeg menig Nederlander zich zelfs reeds af : „zal de Duitsche dictator straks niet bij ons komen met een ultimatum". Wat er in de toekomst op dit gebied nog gebeurt weet niemand, maar zeker is, dat er tusschen de .positie van Nederland en die van Oostenrijk eigenlijk geen vergelijking te maken is. Alleen wat oppervlakte en bevolkingscijfer betreft, komen de beide zoo ongeveer met elkaar overeen, doch daarmede houdt de gelijkenis dan ook op. Na den wereldoorlog is Oostenrijk aan alle kanten geamputeerd, ten bate der omringende landen die in de overwinningsbuit mededeelden. Zonder naar den wensch der bevolking te vragen werd bepaald, dat het resteerende stukje 'Oostenrijk „onafhankelijk" zou blijven en aansluiting bij het Duitsche rijk dus uitgesloten was. Het verdrag van Versailles bepaalde dat zoo. Sindsdien is het in Oostenrijk eigenlijk voortdurend onrustig gebleven. De bevolking bestaat voor rond 90% uit katholieken, doch hun politieke sympathie liep zeer uiteen. We behoeven slechts aan het door de socialisten georganiseerde „bloedig carnaval" en aan den moord door nat. socialisten op Dollfuss te herirmeren om te doen gevoelen dat de binnenlandsche toestand weinig-stabiel was. Op dictatoriale wijze moest de regeering zich staande houden. Na den moord op Dollfuss hadden de nazi's niet veel meer te vertellen, terwijl het alleen erkende Vaderlandsche front zeer sterk onder r.k. invloed stond. Geen wonder, dat Schuschnigg en president Miklas zich niet sterk genoeg voelden om den Berlijnschen inval te weerstaan, toen eenmaal vaststond dat Mussolini zijn beschermende hand van Oostenrijk afgetrokken had. Uit alles blijkt dat Hitler erg bang is geweest om terwille van Oostenrijk de vriendschap van den Duce te verspelen. In haast aandoenlijke bewoordingen heeft Hitler persoonlijk aan Mussolini geschreven hoe goed hij, Adolf Hitler, het toch wel met zijn geboorteland voor had. En of Mussolini nu toch maar vooral niet boos wilde worden. De Brenner-pas zullen de Duitsche soldaten nooit ofte nimmer passeeren. Mussolini heeft daarop eenvoudig geantwoord met te verzekeren, dat zijn vriendschap door de as Rome-Berlijn bepaald is. Een verzekering die óns niet veel zegt, omdat het uiterst moeilijk is uit te maken wat men al dan niet in overeenstemming met die befaamde as acht. In ieder geval heeft de Fascistische Raad besloten den nieuwen toestand in Oostenrijk volkomen te zullen aanvaarden. „Ik zal dit nooit van u vergeten" telegrafeerde Hitler terug. Uit heel deze briefwisseling blijkt hoe sterk Hitler's regeeringsdaden door oogenblikkelijke impulsen worden beheerseht. „Hij is, zegt Gunther, een onberekenbaar mensch ; daarin ligt zijn kracht, en daarin schuilt de bedreiging welke hij voor de wereld vormt".
Bij de Oostenrijksch-Duitsche overeenkomst van Juli 1936 werd bepaald dat „elk der twee regeeringen den in het andere land bestaanden binnenlandschen politieken staatsvorm, met inbegrip van het Oostenrijksche nationaal-socialisme, als een binnenlandsche aangelegenheid beschouwt, waarop bij noch middellijk, noch onmiddellijk invloed zullen uitoefenen". Nu, anderhalf jaar later, wordt Oostenrijk tot in alle onderdeelen gelijkgeschakeld. En direct daarop redevoert Goerring : .Hitler heeft verklaard, dat ieder nieuw verdrag dat Duitschland sluit plechtig bezegeld wordt, met de eer van bet Duitsche volk". Er is. van het Derde Rijk, aangemoedigd door dit groote succes, werkelijk alles te wachten. Engeland heeft het dan ook niet bij een duidelijk ingesteld protest gelaten, doch besloten zijn bewapening nog krachtiger op te voeren. De onrust rond Oostenrijk, figuurlijk en letterlijk, is groot.
En 10 April mogen de Oostenrijkers zich nu per vrije en geheime stemming uitmaken, of ze HitIer houden willen of niet.
Och arme ! Alsof er dan ook nog maar iets te veranderen zou zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's