De Catechismus van Calvijn.
ZONDAG 35.
Vraag : Hoe moeten wij tot God bidden ? Is het voldoende, om met den mond te bidden, of moet men ook bidden met den geest en het hart ?
Antwoord : Het is niet altijd noodzakelijk met den mond te bidden, maar men moet wel altijd bewust en met gevoel bidden.
Vraag : Hoe bewijst gij dat ?
Antwoord : God, die een Geest is, vraagt altijd het hart en in het bijzonder bij het gebed, waarbij het gaat om met Hem gemeenschap te oefenen. Daarom belooft Hij ook alleen hen nabij te zijn, die Hem aanroepen in waarheid en Hij vervloekt daarentegen allen, die het geveinsd en niet van harte doen.
Vraag : Zijn dus alle gebeden, die alleen met de mond opgezegd worden, ijdel en overbodig ?
Antwoord : Dat niet alleen, maar zij mishagen bovendien aan God.
Vraag : Wat moet men dus bij het voelen ? bidden
Antwoord. Allereerst moeten wij onze ellende en armoede gevoelen, en dit gevoel moet in ons misnoegen en bitterheid verwekken. En daarbij moet komen, dat wij een innig verlangen moeten hebben om genade bij God te vinden, welk verlangen onze harten doet ontvlammen en in ons een vurigen ijver tot bidden ontsteekt.
Vraag : Komen deze gesteldheden uit ons zelf, of uit Gods genade?
Antwoord : God Zelf moet ze in ons werken, want zóó groot is onze stompheid, dat wij er uit ons zelf niet toe in staat zijn. Maar de Geest Gods dringt ons tot onuitsprekelijke zuchtingen en schept in ons hart de genegenheid en den ijver, die God van ons vraagt, zooals Paulus zegt.
Vraag : Wil dat nu zeggen, dat wij ons zelf niet tot het bidden moeten opwekken ?
Antwoord : Integendeel ; wanneer wij deze gesteldheid niet in ons gevoelen, moeten wij den Heere smeeken, dat Hij ze ons geve, opdat wij bekwaam mogen zijn om te bidden, zooals het behoort.
Vraag : Gij bedoelt toch niet, dat de tong geheel onnut is bijt het bidden ?
Antwoord : Neen ; want zij is soms een hulp voor den geest, om hem te richten en te sterken, opdat hij zich niet zoo gemakkelijk van God afwende. Daar bovendien de tong juist in 't bijzonder geschapen is, boven alle andere lichaamsdeelen, om God te verheerlijken, is het recht, dat zij zich daarvoor moeite getrooste. De ijver des harten brengt ook voorts door zijn innigheid en onstuimigheid de tong in beweging, zonder dat men hieraan denkt.
Vraag : Maar indien dat zoo is, wat beteekent dan het bidden in een onbekende taal ?
Antwoord : Het is spotten met God en zich schuldig maken aan een verfoeielijke geveinsdheid.
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's