De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Catechismus van Calvijn.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Catechismus van Calvijn.

3 minuten leestijd

ZONDAG 36.
Vraag : Wanneer wij tot God bidden, doen wij dat op goed geluk, zonder te weten, of wij er iets mee bereiken zullen, of moeten wij er van verzekerd zijn, dat onze gebeden verhoord zulten worden?
Antw. : Wij moeten aan onze gebeden dit altijd als grondslag leggen, dat zij door God gehoord worden, en dat wij, voor zoover het ons dienstig is, verkrijgen hetgeen wij vragen.
Daarom heeft Paulus gezegd, dat het ware en rechte bidden voortkomt uit het geloof; want, indien wij geen vertrouwen hebben in de goedheid Gods, kunnen wij Hem onmogelijk in waarheid aanroepen.
Vraag : Hoe zal het dan hun vergaan, die bij het bidden twijfelen en die niet weten, of God hen hoort of niet?
Antw. : Hun gebeden zijn geheel ijdel en te vergeefsch, daar zij door geen enkele belofte gesteund worden, want er wordt ons alleen gezegd, dat wij in geloof zullen vragen, en de belofte wordt er aan toegevoegd, dat ons geschonken zal worden, wat wij vragen.
Vraag : Nu moeten wij nog vragen, hoe en met welk recht wij de vrijmoedigheid hebben ons voor God te stellen, daar wij zoo onwaardig zijn?
Antw. : In de eerste plaats hebben wij de belofte, aan welke wij ons moeten houden, zonder op onze onwaardigheid te letten. Ten tweede brengt God, indien wij kinderen Gods zijn, er ons toe en drijft Hij ons, door Zijn Heiligen Geest, om ons vertrouwelijk tot Hem te richten als tot onzen Vader. En opdat wij niet zullen vreezen voor Zijn heerlijke Majesteit, wij, die niet anders dan arme aardwormen en ellendige zondaren zijn, geeft Hij ons onzen Heere Jezus als Middelaar, opdat wij, door Hem toegang verkrijgend, niet twijfelen zullen, genade te vinden.
Vraag : Moeten wij God dus slechts in den naam van den Heere Jezus aanroepen?
Antw. : Ja, slechts in Zijnen Naam, want daartoe hebben wij een uitdrukkelijk bevel ontvangen. En als wij op die wijze bidden, heeft Hij ons beloofd, dat onze beden ons zullen worden geschonken, door de kracht van Zijn voorspraak.
Vraag : Is het dus geen vermetelheid, noch ook een dwaze inbeelding, om ons in vertrouwen tot God te wenden, mits wij Jezus Christus als onze Voorspraak hebben en wij op Hem steunen, opdat God ons in Hem als Zijn kinderen aanneemt en ons verhoort?
Antw. : Neen, want wij bidden als 't ware door Zijn mond, omdat Hij ons toegang tot Zijn Vader verleent en voor ons tusschentreedt; .
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De Catechismus van Calvijn.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's