De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

BIJ DEN 350sten STERFDAG VAN PETRUS DATHENUS

5 minuten leestijd

1588 17 Maart 1938
IV.
Datheen als Schijver. (Slot).

Van den Heidelbergschen Catechismus verschenen er in 1563 drie verschillende uitgaven. De derde editie is door Datheen in het Nederlandsch vertaald, en droeg tot titel : ,, Catechismus ofte onderwysinge in de Christelycke leere, also die in den Kercken ende Scholen Kueruoerstlicken Paltz geleerdt werd.
In de Nederduytsche Spracke ouergeset". De indeeling in 52 Zondagen, die wij kennen, ontbreekt bij Datheen.
Wanneer men de eerste uitgave van Datheen's Catechismus vergelijkt met de onze, dan valt het op, dat Datheen's vertaling zeer voortreffelijk was. Ook latere Datheensche uitgaven zijn in enkele opzichten minder getrouw aan het oorspronkelijke. Om Datheen's nauwkeurige vertaling nog eens in het licht te stellen, heeft Doedes in 1881 den Heidelbergschen Catechismus opnieuw letterlijk vertaald, en naast deze vertaling die van Datheen laten afdrukken.
Op de Dordtsche Synode van 1578 is o.m. het gebruik van Datheen's Catechismus kerkelijk voorgeschreven.
Thans iets over het aandeel, dat Datheen gehad heeft in de totstandkoming van onze Liturgie. Al zijn er, die Van der Heyden houden voor den auteur der Liturgie, — Datheen's levensbeschrijver blijft er bij, dat Datheèn een der samenstellers geweest is, zij het dan niet de eenige.
Vóór 1566 waren er in de kerken verschillende liturgieën in gebruik, zoodat het begrijpelijk is, dat er allengs behoefte kwam aan eenheid in den eeredienst.
Geen wonder, dat te Frankenthal, een der knooppunten van het gereformeerde leven, een eerste poging ondernomen werd om te komen tot de gewenschte eenvormigheid. Veilig mag warden aangenomen, dat Datheen en Van der Heyden aan de vervaardiging der formulieren tezamen hebben gewerkt.
De Nederlandsche uitgave der Liturgie bevatte in hoofdzaak de formulieren, gebeden, enz., die men thans nog in zijn Psalmboek vinden kan. Een „ghebedt bij de begravinghe der Dooden" kennen wij niet meer ; terwijl het meeste uit de Liturgie in onbruik is geraakt. Menschen, die niet weten, wat Liturgie is, en wat zij bedoelt, betreuren dit niet. Maar zonder het pleit te voeren voor allerlei nieuwigheiden, willen wij toch wel opmerken, dat het gebrek aan Liturgische belangstelling geen symptoom is van diep geestelijk leven, zooals men wel eens wil doen voorkomen. Al kan een streven naar uitbreiding van Liturgie opkomen uit oppervlakkige motieven, — in zijn algemeenheid is het beslist onjuist om te beweren dat wij, gereformeerden, op Liturgisch gebied niets meer te doen hebben. Waarmede natuurlijk niet gezegd is, dat er momenteel geen dringender vraagstukken onze aandacht vragen. Doch deze opmerking slechts terloops!
Aangetoond is, dat de Liturgie van de Nederlandsche Gereformeerde Kerken sterk onder den invloed staat van de Paltzische Liturgie. Oorspronkelijk werk is hier niet geleverd. Overigens heeft Datheen nog enkele geschriften gepubliceerd, en werken van anderen vertaald of van een inleiding voorzien.
Tegen de Roomschen heeft hij een heftige polemiek gevoerd aangezien hij hen beschouwde als de ergste vijanden van Gods Kerk, die men niet te streng aanpakken kon. Naar den maatstaf zijner dagen kan Datheen's optreden slechts worden gelaakt, voor zoover hij weleens te rigoristisch en ontactisch is opgetreden. In den grond van de zaak was zijn critiek natuurlijk juist. Wie echter meent, heden ten dage eenzelfde gedragslijn te kunnen en te moeten volgen, vergeet, dat de ontwikkeling van eeuwen ook op godsdienstig terrein veranderingen heeft gebracht, die niet genegeerd mogen worden. De problemen op theologisch, staatkundig en maatschappelijk gebied zijn, in vergelijking met de 16de eeuw, totaal andersoortig. Het beginsel, dat naar de Heilige Schrift is, is hetzelfde gebleven, maar eischt momenteel een andere toepassing. Wie dat vergeet, begaat een fout, die tot droeve consequenties leidt.
Ik wil deze artikelen besluiten met de conclusie, die Datheen's levensbeschrijver geeft : „Mijn eindoordeel over Datheen kan dan ook aldus luiden : dat hij geweest is een stoer Calvinist, maar daarom dan ook juist verdraagzaam tegenover andersdenkenden, indien zij althans de ware religie niet tegenstonden ; dat hij bezield is geweest met heilig vuur voor Christus' kerk, en mitsdien een fel bestrijder van al hare vijanden ; maar dat hij ook geweest is een man met gebreken, met gemis aan de noodige zelfbehegrsching, waardoor zijn ijveren voor de heilige zaak, waaraan hij zijn leven gewijd heeft, helaas vaak geworden is een ijveren zonder verstand.
Maar, hoezeer we dit ook betreuren mogen, toch dient dit goede er in opgemerkt te worden, dat wij daardoor weerhouden worden om Datheen op ongeoorloofde wijze te gaan verheerlijken, waartoe het nageslacht misschien anders zoo gemakkelijk zou gekomen zijn. In Datheen blijven wij alzoo zien: eenerzijds niet meer dan een mensch met al zijn tekortkomingen en gebreken, maar anderzijds een instrument, in Gods hand, om Zijn Kerk hier op aarde, in een tijd van vervolging en strijd, te leiden en op te bouwen”.
Literatuur.
Uit de veelheid van Literatuur noemen wij het volgende:
Dr. Th. Ruys, Petrus Dathenus, Utrecht '19. H. de Wilde, Om de Vrijheid, Oranje-Datheen-Oldenbarnevelt; in : Antirevolutionaire Staatkunde, 3-maandelijksch orgaan, Ie jaargang. Kampen 1927, blz. 289—397.
P. J. B. C. Robidé 'van der Aa, Petrus Dathenus, in : Kalender voor de Protestanten in Nederland, 6e jaargang, Amsterdam 1861, blz. 188—226.
Wilh. te Water, Petrus Datheen en zijne Psalmberijming verschoont, in : Kerkhistorisch Archief, 2e deel, Amsterdam 1859, blz. 113—128.
Dr. A. A. van Schelven, Petrus Dathenus, in : Nederlandsch Archief voor Kerkgeschiedenis, nieuwe serie, 10e deel, 's-Gravenhage 1913, blz. 328—343.
Meer zullen wij maar niet noemen.
D.
d. Z.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's