FINANCIËN
Wanneer men op sommige uren van den dag het personeel hun kantoren ziet verlaten, kan de indruk deze gedachte wel eens wekken: „komt daar geen einde aan, 't zijn geen tientallen, maar honderden volgen elkaar".
Wanneer ge op een middaguur, even na 12, of tegen half 2, de Willemsbrug passeert, zegt ge : „'t is onoverzichtelijk".
Staat het zoo met het kantoorpersoneel — met de jonge menschen, die de verschillende laboratoria bevolken, of die de colleges volgen, is dit precies hetzelfde.
Van meer dan éene zijde is dan ook de opmerking gemaakt : „Waar moet dat heen ? Studeeren er niet veel te veel ? Raakt de studiewereld niet overbevolkt ? " In de technische vakken evengoed als die meer het oog hebben op de voorbereiding voor de medische wereld, voor de rechtswetenschap, ook voor het ambt van prediker.
Bij elke faculteit laat zich hetzelfde verschijnsel opmerken.
Hoe dit te verklaren valt, is niet zoo moeilijk weer te geven.
Bij het lager onderwijs werd reeds het fundament daarvoor gelegd. Het leerplan, de heele opzet, wees reeds in deze richting. Wanneer de onderwijzer in zijn klas een of meerdere leerlingen aantrof, die iets meer uitblonken, werd de gedachte reeds geopperd : die jongen of dat meisje zal wel een plaatsje vinden op de Hoogere Burgerschool of oj) het Gymnasium.
De tijdsomstandigheden werkten mede in deze richting. Verder studeeren kostte niet zoo heel veel meer, dan wanneer iets lager werd gemikt. Daarbij kwam nóg niets. Men wist toch haast geen plaats te veroveren in de huidige maatschappij.
't Was dus niet een verschijnsel, dat uit weelde werd geboren, maar juist wel het tegenovergestelde. .
Zoo groeide het aantal vanzelf uit tot wat ge thans opmerkt.
't Aantal medici, rechtsgeleerden, ja, ook voor het predikambt, is verdubbeld. Zie de lange lijst van candidaten maar eens na van die hun opleiding hebben ontvangen aan de Vrije Universiteit of Kampen.
Zoo kreeg ik dezer dagen ook een overzicht voor mij van degenen die als eerste-jaars-studenten voor de Theologie aan de Rijks-Universiteit werden ingeschreven in dit jaar. Het waren er ruim 100.
Is dat niet te veel ?
Wat zullen wij hierop antwoorden ?
In het algemeen gesproken, mag daarop geantwoord worden : meer dan genoeg. Wat voor de gemeenten geldt, die vragen naar de Gereformeerde Waarheid, luidt dit wel iet of wat anders.
Verleden week heb ik hierop reeds gewezen. Hier is nog heelemaal geen overvloed, eerder het tegenovergestelde. Wanneer wij ons lijstje nagaan van hen, die mede door onzen steun in staat gesteld worden zich voor te bereiden voor het ambt van Bedienaar des Woords, is dit nog bedroevend klein. Wij zien in de eerste jaren dan ook een grootere ivraag, dan wij kunnen bieden.
Laat ook niet uit het oog worden verloren, dat van alle kanten alle krachten worden ingespannen om zooveel mogelijk invloed uit te oefenen op het vormen van jonge menschen, die straks de leiding van de ouderen onder ons zullen moeten overnemen. Een stuk uit een der bladen uit onze dagen gaf daarvan duidelijk blijk.
Onze arbeid beoogt een hoog doel, n.l. verbreiding en verdediging der Waarheid. Van laksheid of kortzichtigheid betichte ons niemand. Het gaat ons om het welzijn van het volk, dat ons lief is, en bovenal om de eere Godes.
Hij steune en sterke ons tezamen in het werk, dat Hij op onze handen heeft gezet. Mogen wij thans ons overzicht overleggen ?
1. Een tweetal collega's zonden mij een bijdrage uit hun catechisatiebus, n.l. ds. Plantenga uit Harmelen plaatste op mijn giro voor het Studiefonds ƒ 5.—
2. Evenzoo deed ds. Hop, uit Emst ; ook hij zond mij 2 rijksdaalders „ 5.— Voor beide zendingen zeg ik zeer vriendelijk dank.
3. Uit eigen gemeente kreeg ik aan huis bezorgd voor het Studiefonds 5 gld., ƒ 2.50 als eersteling op de lijst van de Paaschcollecte en ƒ 2.50 voor de kas van onzen Wijkarbeid. Alzoo kreeg ik ter verantwoording voor den Gereformeerden Bond , , 7-50
Telkens komt deze vriendelijke geefster mij verrassen door hare bijdragen. Mogen wij van onze erkentelijkheid ook op deze plaats blijk geven.
4. Door ds. v. d. Graaf, van Nijkerk, werd mij toegezonden een gift uit de collecte, op den Biddag gehouden, van ƒ3.— voor onze fondsen „ 3.—
Dat men ook op biddagen onzen arbeid wil gedenken, stemt ons tot blijdschap.
5. Door ds. Van Dorp te 's-Hage kreeg ik van een tweetal meelevende vrienden — die hij wel uit onzen naam hartelijk wil bedanken — ieder 1 gld. voor onze fondsen ; „ 2.—
6. De Jongel. Vereen. „David" te Slikkerveer zond ons een vrijwillige bijdrage van „ 2.50
Mogen wij onzen weigemeenden dank betuigen voor dit blijk van waardeering van onzen arbeid.
7. Vanuit Zegveld ontvingen wij dezer dagen een bijdrage van ƒ 4.90. Waar de afzender een andere was dan wij gewoon waren, hebben wij op een nader bericht gewacht, 't Bleek nu, dat we hier, waar de beide ouders gestorven waren, een heele verandering hadden gekregen in de toestand, waaraan wij zoo gewoon waren; geworden. Intusschen zijn wij onzen vriend G. Groenendijk ten zeerste verplicht voor de zorg, welke hij thans op zich wilde nemen. „ 4.90
Wij hopen, dat Gods zegen rijkelijk hierop moge rusten.
8. Ten slotte nog een tweetal posten die bij gelegenheid van de intrede van niéuwe predikanten in bun nieuwe gemeenten, mij werden toegezonden.
De eerste, die ik vermelden mag, was de collecte, gehouden bij de intrede te St. Annaland door ds. Van Griethuijsen, overgekomen uit Lopikerkapel. 'k Hoop, dat hij met evenveel zegen aldaar mag arbeiden als zijn voorganger, ds. Kraaij daar heeft gedaan, en de Heere doe hem ondervinden dat, waar hij zijn arbeid mag doen in afhankelijkheid, op Gods onwankelbare trouw nooit tevergeefs mag worden gerekend.
De collecte bracht op „41.70 De Kerkeraad wordt zeer hartelijk dank gezegd voor zijn medewerking.
9. Onze sluitpost 'voor heden is ook nog een collecte, gehouden bij eenzelfde gelegenheid, n.l. bij de intrede van ds. Koolhaas te Huizen.
Deze bracht op niet minder dan ,, 179.47 Toen hij pas het beroep naar deze gemeente had ontvangen, ontmoette ik hem. Mijn eerste gedachte was deze : Dat wordt gevaarlijk voor Charlois. Hij zal het niet gemakkelijk hebben om de vele handen, die daar in den loop van enkele jaren gelegd zijn, los te maken, maar toch zal hij ten slotte komen tot het besluit om te gaan. Ik ken de gemeente van Huizen ook eenigszins. Het was in de jaren, dat er nog maar één predikant stond, n.l. ds. Van der Sluis, nu reeds jaren geleden gestorven. Ik preekte er toen geregeld op mijn eersten vacantie-Zondag, n.l. den eersten Zondag in Augustus. Met welk een zegen werd dan het Woord bediend. Ik kon het mij zoo goed indenken, dat men hier met lust en liefde zijn werk mocht doen. Van de broeders, die hier gestaan hebben, hoorde ik ook altijd dit zelfde getuigenis. Vandaar ook mijn indruk, toen ik collega Koolhaas ontmoette, dat hij Charlois met Huizen wel zou verwisselen.
Ook hem bid ik toe dezelfde waardeering en gezegende omgang, die wijlen collega, onze vriend, ds. Batelaan, mocht verkrijgen. Gods rijke genade worde hem rijkelijk geschonken.
Intusschen voor die hoogelijk gewaardeerde medewerking onzen warmen dank.
Wij komen tot een sluitsom van
f 251.07
utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's