MEDITATIE
„Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen met Jezus, die genaamd wordf Christus ? " Matth. 27 vers 22a.
Wat zal ik dan doen met Jezus?
„Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen met Jezus, die genaamd wordt Christus? ” Matth. 27 vers 22a.
Een verlegenheidsvraag van Pilatus!
Inderdaad, wat moest hij nu verder met Jezus doen ? Hij had gemeend zich van Jezus te kunnen ontdoen door de beslissing aan het volk te laten en het voor de keuze tusschen Jezus en Barabbas te stellen. Met opzet heeft hij niet de gunstigste figuur tegenover Jezus gekozen, zoodat hij mocht verwachten, dat de Joden liever Jezus zouden begeeren dan Barabbas in vrijheid te zien gesteld. Nu het volk toch Barabbas boven Jezus verkiest, komt Pilatus in nog grooter verlegenheid.
Die verlegenheid van Pilatus spruit voort uit de onbesliste houding, die hij van begin af tegenover Jezus heeft aangenomen.
Wanneer hij zijn geweten als rechter laat spreken, die in Jezus geen schuld kan vinden, weet hij Hem te moeten vrijspreken. Maar daarmee zal hij de gunst van het volk en wellicht ook van zijn keizer verbeuren.
Daarom heeft hij zich aan een persoonlijke beslissing willen onttrekken. En nu hij tóch zélf een beslissing zal moeten nemen en Jezus vrijgesproken of verworpen zal moeten worden, brengt zijn dubbelhartigheid hem in verlegenheid, die hij uitspreekt in de vraag : Wat zal ik dan doen met Jezus?
Door deze vraag van Pilatus wordt nu tevens weergegeven de verlegenheid van vele dubbelhartigen in de Christelijke gemeente, die Christus niet openlijk vaarwel durven zeggen of volledig met Zijn Woord breken en zich daarom onder de gemeente blijven scharen, maar toch ook niet gaarne den dienst der wereld, die zij met hare begeerlijkheid liefhebben en wier gunst zij niet willen verbeuren, zouden verlaten.
Wanneer zij dan, evenals Pilatus, soms onder den indruk komen van Zijn majesteit en onder beslag van Zijn Woord, weten zij eigenlijk niet goed wat zij met Jezus moeten doen en worden met Hem in verlegenheid gebracht. Maar her voorbeeld van Pilatus doet ons zien, dat onbeslistheid verwerping inhoudt. Pilatus staat tenslotte evenzeer schuldig aan Jezus' bloed, al denkt hij zijn handen in onschuld te kunnen wasschen. Tusschen het tweetal, dat niet alleen door Pilatus op Gabbatha, maar nog altijd door God in de wereld gesteld wordt, moet een keuze worden gedaan : of Jezus óf Barabbas, óf den dienst des Heeren óf den dienst der wereld, óf den weg der genade óf den weg der zonde.
Zij kunnen nimmer samengaan. Onbeslistheid is verwerping van Jezus met het hart, al zouden wij Hem in den vorm en met onze lippen nog denken te eeren.
Pilatus' verlegenheidsvraag wekt tevens den haat der Joden op, waardoor zij Hem volledig verwerpen. Onder den invloed van hun verkeerde leidslieden hadden zij reeds de keuze voor Barabbas gedaan. Als Pilatus daardoor ten einde raad wordt gebracht en de vraag der verlegenheid stelt wat dan met Jezus gedaan moet worden, vereenigen zich de" oversten van Israël met het gepeupel in den kruisroep op Gabbatha : „Laat Hem gekruisigd worden". Zij doen de ontstellende keuze der Christusverwerping en vermeerderen hun schuld boven Pilatus, die niet minder schuldig is aan Jezus' bloed wanneer zij dit onschuldig vergoten bloed ten oordeel over zich en hunne kinderen inroepen.
In die keuze der Joden erkent gij beter de keuze eener wereld, waarvan slechts vijandschap tegen den Heere en Zijn Gezalfde te wachten is. Als in Barabbas een toonbeeld mag worden gezien van de verderfelijke macht der zonde, dan is Barabbas de candidaat der wereld met verwerping van Christus. En daarmee gaat tevens de verwerping van 's Heeren ordeningen gepaard en de omkeering der door God gewilde verhoudingen. Als Christus en Zijn Woord verworpen wordt, wordt de Barabbasgeest der zonde en van zondig geweld ontketend, waarvoor verkeerde leidslieden ingang zoeken te vinden bij een even spoedig misleid en verblind volk.
Van die wereld maken wij echter deel uit. Ons natuurlijk bestaan is evenzeer een vijandig bestaan tegen den Heere en, Zijn Gezalfde. Of wij Hem ruw verwerpen of de vormen jegens Hem in acht blijven nemen, zoolang wij Hem buiten ons hart en leven sluiten, moeten wij onder de Christusverwerpers gerekend worden.
Wee onzer, als deze Pilatusvraag een verlegenheidsvraag of verwerpingsvraag voor ons blijft! Want wie aldus den Zone Gods vertreedt en het bloed des Testaments onrein acht, zal dit bloed eens ten oordeel over zich zien gebracht.
Deze vraag moet een vraag der geloofsverwondering voor ons worden.
Daartoe worden Gods kinderen gebracht wanneer zij den smaad opmerken, die Jezus in deze vraag van Pilatus wordt aangedaan. Hij heeft — erger dan de ergste misdadiger — van rechter noch volk eenig rechtsgevoel te wachten, maar is aan de willekeur der menigte overgeleverd en wordt gelijkgesteld met den man des bloeds en gewelds, die tenslotte zelfs boven Hem verkozen wordt.
En dit is nu geschied, opdat Hij Christus genaamd zou kunnen worden.
Zóó heeft Pilatus het niet bedoeld. Maar Jezus heeft zich met de misdadigers laten rekenen om de Gezalfde des Heeren te kunnen zijn, die een blijde heilsboodschap aan zondaren te brengen heeft en het jaar van het welbehagen des Heeren over hen kan uitroepen. De smaad en verwerping, Hem aangedaan, behooren tot het heilsmysterie der verlossing. Hij is overgegeven aan de genade van een volk, dat Hem geen genade schenken wilde, om genade te bewijzen aan een volk, dat in zichzelf; een wederspannig volk is. Jezus wordt verworpen, opdat Barabbassen der zonde kunnen vrijgesproken worden.
En zoo moeten wij met Jezus als den Christus, te doen krijgen.
Wanneer wij ons als zonde-dienaren en Christusverwerpers voor Hem mogen verootmoedigen, wil Hij met ons te doen hebben, die alles tot behoud van zondaren heeft gedaan.
Dan is het waarlijk geen vraag meer voor ons, wat wij zullen doen met Jezus, die genaamd wordt Christus.
Als Hij met ons te doen wil hebben en wij met Hem te doen mogen hebben in Zijn Christusambt, zal deze vraag een vraag der geloofsverwondering bij ons zijn, waarop wij een antwoord begeeren te geven met onzen geloofswandel tot Zijn verheerlijking.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's