RONDOM DE LEESTAFEL
HET OUD-KERKELIJK DOGMA IN DE REFORMATIE, BEPAALDELIJK BIJ CALVIJN,
door dr. J. Koopmans. Uitgave : H. Veenman & Zonen, Wageningen. 1938.
Dit boek is het proefschrift, waarmee ds. Koopmans, met lof, z'n doctorstitel verkregen heeft aan de Utrechtsche Hoogeschool. Over het Oud-kerkelijk dogma gaat het, en wel zooals dit bij de Reformatie, en bepaaldelijk bij Calvijn, naar voren komt.
Het dogma als gezaghebbende en gezag eischende leerbepaling der Kerk, is altijd een beslissing, meer dan ook een wet (naar onze meening). Het wordt geboren uit de bestrijding door ketters. Er is geen enkel dogma tot stand gekomen zonder een dergelijke aanleiding. Het begrip dogma behoeft dan ook volstrekt niet „roomsch" te worden gekarakteriseerd, 't Is een beslissing inzake de belijdenis door de Kerk. Wanneer de oude Kerk in een oecumenisch concilie samenkwam, troffen de Vaderen telkenmale een beslissing ; en in Dordrecht ging het tenslotte niet anders toe. Dat deze beslissing geldigheid, een geldigheid ook van kerkrechtelijken aard verkreeg, ligt in de rede. Dat deze geldigheid telkens weer als een wettelijke méér dan als een geestelijke werd verstaan, heeft funeste gevolgen gehad in het leven der Kerk — aldus de schrijver. Maar dit behoeft ons niet blind te maken voor de beteekenis der beslissing als zoodanig. Daarin pretendeert de Kerk duidelijk te zeggen: wat christelijk is en wat niet. Nu heeft zoo'n beslissing iets onherroepelijks aan zich, maar tegelijk is zij toch niet absoluut; juist omdat de decisie in de historie wordt getroffen, draagt zij een historisch en betrekkelijk karakter. Men kan er nooit bij blijven staan — en men kan er niet, zonder meer, van uitgaan. Dit geldt ook van de dogmatische uitspraken der Christelijke Kerk. Wel wordt door de dogmatische beslissing een scheiding getrokken en een stempel gezet op de Kerk, en de Kerkgeschiedenis is zonder die beslissing niet meer te denken. Belijden is iets anders dan meenen. 't Is geen „meeningsverschil"', maar belijdenis-beslissing. En de Kerk mag ook „geen steenen voor brood geven" aan hare kinderen (ook aan haar stiefkinderen, de ketters, secten enz. niet). Daarom zal de Kerk ook onverzettelijk blijven waar het aankomt op de belijdenis der waarheid. En het dogma is van die waarheid de belijdenis. Het is moeilijk in te zien, dat een Kerkgeschiedenis, welke een theologisch karakter dragen wil, geschreven zou kunnen worden, zonder dat met deze onherroepelijkheid van het dogma rekening wordt gehouden.
Maar : het woord der Kerk is niet het laatste woord, gelijk Gods Woord. Het deelt in de betrekkelijkheid van alle historisch gebeuren. Het dogma is altijd in een bepaalde situatie tot stand gekomen. Dat behoeft echter geen reden te vormen, om de waarde er van niet al te hoog aan te slaan. (Maar het kan ons toch voorzichtig maken ten aanzien van de wijze, waarop het verstaan en aanvaard wil worden. Wanneer één van deze beide aangeduide zijden van het vraagstuk niet of onvoldoende in het oog wordt gehouden, derailleert de beschouwing noodwendig. Men mag het dogma niet „verabsoluteeren" in de „onherroepelijkheid". Maar men mag ook het dogma niet op losse schroeven zetten zonder meer ; want we moeten aan het dogma zijn karakter laten van een kerkelijke beslissing in gehoorzaamheid aan de openbaring Gods. En daarnaar zal de critiek gericht moeten zijn. De dialectische theologie stelt de eisch van ; een critische dogmengeschiedenis (zoo b.v. dr. M. C. Slotemaker de Bruine : Adolf von Harnacks kritische dogmengeschiedenis, 1933; en van denzelfden schrijver : Kritische Kerkgeschiedenis in den bundel : De openbaring der verborgenheid).
En nu zegt dr. Koopmans : Het is de bedoeling van dit proefschrift, te trachten aan dezen eisch gehoor te geven door het instellen van een onderzoek naar de wijze, waarop de reformatoren, en bepaaldelijk Calvijn, de oud-kerkelijke dogmen omtrent de Triniteit en de Christologie hebben overgenomen, verstaan en toegepast. De reformatie beteekent een critische phase in de geschiedenis der Kerk ; en niet alleen het nabije verleden van scholastiek en curialisme wordt dan gecritiseerd, maar ook het verre verleden der oude Kerk wordt herzien. Het dogma ondergaat zijn geschiedenis, maar tevens bewijst het zijn onherroepelijkheid.
Het trinitarisch-christologisch dogma is gekozen óók hierom, omdat wel eens gezegd wordt dat dit dogma aan het Protestantisme wezenlijk vreemd zou zijn. En dat de nadruk gelegd wordt op Calvijn, vindt z'n oorzaak hierin, dat er over Luther en ook over Melanchton in dit verband al meer geschreven is, terwijl deze kwestie voor Calvijn nog niet afzonderlijk is behandeld. Daarbij komt, dat van de Nederlandsche theologie Calvijn de eigenlijke leermeester is geweest, méér dan Luther.
De probleemstelling leidt tot de volgende dispositie van de stof :
1. Eerst komt ter sprake de vraag, op welken grond de reformatoren het (bedoelde) dogma hebben aanvaard, enz. 2. Ten tweede worde weergegeven : hoe het dogma door hen zelf systematisch Is beschreven en tegen de aanvallen uit de 16de eeuw verdedigd. 3. Ten derde wordt behandeld de toepassing van het oude dogma in den nieuwen (d.w.z. den reformatie-) tijd.
Wij kunnen er niet aan denken dit boek van dr. Koopmans op den voet te volgen, de korte inhoud van de drie hoofdstukken weer te geven en de inhoud te beoordeelen. Daarvoor zou een afzonderlijke studie noodig zijn (wat de moeite waard is !)
Wij willen hier alleen zeggen, dat we een groot gedeelte van deze pas verschenen dissertatie met groote aandacht gelezen hebben en ons midden tusschen de critische dogmengeschiedenls van de dialectische theologie gevoeld hebben.
Een onderwerp van den dag !
Hulde aan den jongen doctor voor z'n studie, die aan de Academie beloond is met „cum laude". En ook aan den Uitgever een woord van lof voor de rustige, mooie, degelijke verzorging van dit proefschrift.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's