Rondblik buiten de grenzen
De bekende schrijver Roel Houwink heefl 'n boekje geschreven : „Rantsoen op marsch" (uitgave : Mij. Holland, Amsterdam), waarin hij een verzameling kernwoorden uit 't boekje van Thomas a Kempis : ,, De navolging van Christus", geeft. Wij laten hier, mee ter aanbeveling van dit „reisboekje op den weg des christens", een pa/ar van deze korte citaten, uit het Latijn vertaald, volgen. Er is vooral gedacht aan jonge menschen, die als „soldaten van Christus", als „recruten nog aan 't begin van hun eersten oefeningstijd staan”.
1. Ons hoogste streven moet er op gericht zijn het leven van Jezus Christus na te denken.
2. IJdelheid is het, vergankelijke schatten te vergaderen en daarop zijn verwachtingen te bouwen ; te haken naar eerbewijzen en een hoogen staat te voeren ; vleeschelijke lusten te volgen en die dingen te begeeren, waarvoor men later zwaar moet boeten.
3. Een ieder is van nature weetgierig, maar wat nut heeft kennis zonder Godsvrucht?
4. Van zich zelf niet hoog te denken, maar steeds het beste denken van anderen, is groote wijsheid en volkomenheid.
5. Een goed en godvreezend man overlegt in zijn hart eerst de dingen, die hij ten uitvoer leggen moet.
6. Waarlijk groot is, die een groote liefde in zich draagt.
7. Zóó zwak zijn wij, dat wij meestal gemakkelijker het kwade van iemand gelooven dan het goede, en dat wij gemakkelijker kwaad spreken dan iets goeds van iemand zeggen.
8. Geloof niet alles wat de een of ander u vertelt en stort niet dadelijk het gehoorde over in de ooren van derden.
9. In de Heilige Schrift moet de waarheid worden gezocht en niet de welsprekendheid.
10. Door te strijden tegen onze hartstochten komen wij meer tot den waren vrede des harten dan door ze te dienen.
11. Verhoovaardig u niet op goede werken, want weet het wel, dat de oordeelen Gods anders zijn dan die der menschen. Wat aangenaam is in het oog van menschen, mishaagt vaak aan God.
12. Het schaadt niet, indien gij u de mindere van allen acht ; maar groot kwaad kan het, indien gij u boven anderen stelt, al was het ook maar boven één enkele.
13. Velen werden reeds bedrogen door hun droomen en door hun zucht naar verandering.
14. Hoe komt het toch, dat wij dikwijls zoo gaarne het woord voeren en met anderen praten, terwijl het dan zoo zelden gebeurt, dat wij met een ongeschonden geweten in de stilte terugkeeren ?
15. Grooter zou onze vrede kunnen zijn, indien wij ons maar niet bemoeien wilden met wat anderen doen en zeggen.
16. Hij, die ons in de gelegenheid stelt om onzen strijd te strijden, opdat wij overwinnen zouden, is bereid ons genadige bijstand te verleenen tot overwinning.
17. Uiterlijk onze godsdienstplichten te vervullen zal ons het heil niet brengen, veeleer moeten wij de bijl aan den wortel leggen, opdat wij, innerlijk gelouterd, geestelijken vrede mogen leeren genieten.
18. Het is goed, dat wij nu en dan tegenspraak ontmoeten en dat men slecht van ons denkt en ons van fouten beschuldigt, ook wanneer wij juist met goede bedoelingen hebben gehandeld, want deze dingen helpen ons nederig te blijven en beschermen ons tegen ijdelen roem. Wij zien dan des te beter, hoezeer wij God noodig hebben en ontdekken dan, dat wij zonder Hem niets vermogen te doen.
19. Zoolang wij in deze wereld leven, kunnen wij niet zonder beproeving en verzoeking zijn ; en zoo hebben wij altijd iets te verduren, want wij hebben ons oorspronkelijk geluk verloren. De verzoeking doet ons zien wie wij zijn.
20. Het kind moet leeren alleen te loopen en de mensch moet leeren, dat hij niet alleen loopen kan, opdat we worden gelijk de kinderen, die alleen veilig zijn als moeders armen dicht bij ons zijn.
21. Velen zoeken heimelijk zich zelf in hetgeen zij doen, al zeggen zij het tegenovergestelde te doen. Wij letten meer op het „wat", dan op het , hoe". God niet. ,
Rondblik buiten de Grenzen
Mussolini heeft het noodig geoordeeld in een redevoering nog eens duidelijk uiteen te zetten hoe sterk, hoe uitgebreid en hoe geperfectioneerd de Italiaansche weermacht is. Het was inderdaad een indrukwekkende opsomming. De Duce sprak ditmaal voor den Senaat, maar het is duidelijk, dat zijn woorden niet alleen voor deze fascistische elite bestemd waren. Dit gehoor diende slechts om den spreker de noodige entourage te geven en hem toe te juichen. Over hun hoofden heen richtte Mussolini zich tot alle staatslieden in het buitenland, die nog aan de militaire macht van het moderne Italië mochten twijfelen.
Niet ten onrechte gaf een vooraanstaand Engelsch blad (de „Daily Express") als zijn meening te kennen, dat de woorden van den Duce „oorlogszuchtig" klonken. Maar daar behoeft men eigenlijk niet meer van op te schrikken. De Italiaansche dictator heeft weinig groote redevoeringen gehouden, waaruit geen oorlogszuchtige geest sprak. Heeft hij destijds niet gezegd, dat het slagveld voor den jongeman even goed is als de moedermelk voor de baby ? Trouwens na den Abessijnschen oorlog („conflict" noemde men dat toen) behoeft men geen woorden van Mussolini meer in herinnering te brengen om diens verheerlijking van het geweld duidelijk te maken.
Als men echter de vraag stelt, waarom Mussolini juist nu weer met zoo'n indrukwekkend machtsvertoon voor den dag treedt, dan herinneren we, als antwoord, allereerst aan het feit, dat Frankrijk blijkbaar neiging vertoonde om zich met het Spaansche ,, conflict" te bemoeien.
Niet onwaarschijnlijk heeft de Duce vooral Parijs willen waarschuwen : „denk er om, dat Italië krachtig genoeg is. om het tegen de Pransche soldaten op te nemen". En overigens hebben ook de fascisten het zoo nu en dan noodig om aan eigen kracht herinnerd te worden. Dat houdt den moed er in.
Volgens Reuter zou Mussolini na afloop van zijn rede, in een besloten vergadering, „een derde campagne" hebben aangekondigd. Een nieuwen veldtocht dus, na dien naar Abessynië en Spanje. Deze uitspraak is in de Italiaansche bladen niet afgedrukt, en werd overigens noch bevestigd noch ontkend. We achten het zeker niet onwaarschijnlijk, dat Italië nog nieuwe oorlogszuchtige plannen klaar heeft liggen. Vanuit Spanje en Abessynië zijn nog heele aardige uitstapjes in Noord-Afrika te maken. Algemeen wordt aangenomen dat Mussolini in deze richting zijn expansie-politiek zal voortzetten. Maar voorloopig kunnen we hier slechts gissingen maken, die licht tot vergissingen aanleiding geven.
Over de onderhandelingen tusschen Londen en Rome kunnen op 't oogenblik eigenlijk evenmin definitieve mededeelingen worden gedaan. Gemeld wordt, dat de besprekingen een goed verloop hebben. En vooralsnog krijgt men den indruk, dat dit vooral te danken is aan een zeer tegemoetkomende houding van Engeland. Londen schijnt den eisch, dat de Italiaansche vrijwilligers Spanje souden moeten verlaten, reeds te hebben laten vallen. Op z'n minst schijnen de Italiaansche soldaten nog rustig in Spanje te kunnen blijven, totdat de oorlog afgeloopen is.
We hebben ook nooit geloofd dat ze eerder zouden vertrekken. Maar het schijnt nu zelfs disputabel te zijn of ze Spanje wel ooit zullen verlaten
Dat Mussolini zich den rang van „eersten maarschalk" heeft laten toekennen (een onderscheiding, waarin hij goedgunstig ook den koning-keizer laat deelen), wijst er wel op, dat de Duce nog geen plan heeft het Italiaansche leger te verwaarloozen. Het succes der Franco-troepen duurt inmiddels onverminderd voort!
De houding der R.K. Kerk ten aanzien van de Oostenrijksche gebeurtenissen heeft de laatste week verwondering gewekt. In allerhartelijkste bewoordingen heeft de Oostenrijksche kardinaal, Innitzer, het nationaal-socialistische regiem een welkom toegeroepen en 't als de meest natuurlijke zaak ter wereld voorgesteld, dat de Oostenrijksche Roomsch-Katholieken bij de komende volksstemming het „Duitsche bloed" zouden laten spreken en het stembriefje met „ja" invullen. Dit is dezelfde kardinaal, die „herder" was over Dollfuss, den kleinen kanselier, die door nationaal-socialisten vermoord werd ! En de nu aanbevolen Duitsche machthebbers zijn dezelfden die het overschot van Dollfuss' moordenaars een eere-plaats gaven en in Duitschland herhaaldelijk de R.K. geestelijkheid den voet dwars zetten !
Het Vaticaan „zit" er een beetje mee. Het officieele blad van het Vaticaan, de „Osservatore Romano", kwam eerst met een mededeeling, dat de verklaring van het Oostenrijksche episcopaat zonder goedkeuring van het Vaticaan gegeven werd, en dus voor rekening van den Oostenrijkschen kardinaal bleef. En even later werd voor den Vaticaanschen radio-zender zelfs een redevoering in de Duitsche taal uitgesproken, waarin kardinaal Innitzer scherp werd aangevallen. De Duitsch-sprekende woordvoerder had het zelfs over herders, die den wolf in schaapsvacht niet herkenden, gelijk hun plicht .zou zijn geweest. Of het Vaticaan voor eigen moed geschrokken is, of dat er in de omgeving van den Paus verschil van meening heerscht over de Oostenrijksche kwestie, we weten het niet, doch den volgenden dag kwam het Vaticaan met de zonderlinge verklaring, dat de bewuste toespraak niet werd goedgekeurd, en slechts bij „vergissing" werd gehouden.
In Berlijn is men slecht te spreken over de houding van het Vaticaan, want al was de zeer duidelijke, radio-redevoering dan ook een vergissing, men voelt toch wel dat het Vaticaan minder enthousiast over de Anschluss is dan Innitzer. Inplaats van een Roomschen Staat „op den grondslag van Quadragesimo Anno", zooals men onder Dollfuss op wéinig-democratische wijze heeft trachten te bouwen, is Oostenrijk nu een nationaal-socialistische Staat geworden. En dat is nu niet precies hetzelfde. Het Duitsche episcopaat, dat te Fulda vergaderde, heeft inmiddels het Oostenrijksche voorbeeld niet gevolgd en zich omtrent de komende volksstemming van advies onthouden. De kerkleiding kon er niet over tot eenstemmigheid komen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's