FINANCIËN
Ge weet hoe de naam luidt van deze week, die wij door Gods goedheid mochten beleven, n.l. de stille week. Dit is met het oog op het lijden van Christus. Veel wordt nagelaten, wat anders gewoon passeerde.
Zoo kon het dan ook, dat de gedaante van deze spanne tij ds een eenigszins gewijzigden aanblik vertoont, ’t Is stil.
Deze dagen waren voor mij ook heel stil, zelfs zoozeer, dat ik een oogenblik er aan gedacht heb, het overzicht der financiën deze week te laten overstaan. Toch zal ik zulks — al noemen wij ditmaal geen enkel cijfer — niet doen. Immers hierdoor zou ik de gelegenheid missen even uw aandacht in het bizonder op de komende Paaschcollecte of als ge het anders wilt noemen : onze Paaschinzamelingen te vestigen. Dit zou schadelijk kunnen werken, wat in geenen deele mag geschieden.
Onze arbeid kan noch mag in het minst verslappen. Naast geldelijke steun bij de opleiding, zien wij van alle kanten vragende blikken : zoudt ge hier de helpende hand ook willen toesteken ?
De dagen dat alles kon, en iedereen meende, dat er aan dien gulden tijd geen einde zou komen, liggen achter ons, en wij zouden ons al ten zeerste bedriegen, wanneer wij zeggen: wij zijn het kwaad binnen afzienbaren tijd weer te boven. Een inzinking, algemeen, laat zich duidelijk aanwijzen. Wat ten gevolge heeft, dat velerlei steun gebiedend zal blijken. De historie van ouds deelt nog altijd haar wijze lessen uit. Wanneer in de goede jaren niet wordt overgelegd, kunnen de slechte niet anders dan ellende baren. Welk een gunst Godes werd ons gedurende een lange jarenreeks geboden. Een kwalijk verholen heimwee kan noode verborgen blijven. Wat een schoone dagen liggen daar achter ons. Met handenvol werd 't van alle zijden aangedragen. Met niet minder gulle hand werd waar de nood 't gebood, hulp verstrekt. Een heerlijk werk. In den grootsten nood is, mede door onzen arbeid, zoo niet geheel voorzien, toch gedeeltelijk. Wat in vorige decennia meer dan eens voorkwam, dat sommige Ringen voor de grootste helft vacant waren en vacant bleven, is nu in gunstigen zin verbeterd. Voor den oppervlakkigen toeschouwer zou de mogelijkheid bestaan, dat hij bij zichzelven sprak en dit straks hoorbaar deed : „steun in dezen is niet meer noodig".
Zulk een gedachte getuigt toch niet van een nuchteren zin.
Wij zijn als Studiefonds al een gematigder tempo ingetreden. Werden voorheen ook jonge menschen gesteund die op de Hoogere Burgerscholen of Gymnasia nog hun opleiding ontvingen, thans bleef steun alleen beperkt tot wie als studenten werden ingeschreven. Zoo gaat het aantal niet veel meer dan 25 te boven, die hulp ontvangen. Wanneer ge bedenkt, dat gemiddeld vijf jaren gemoeid zijn met de universitaire studie, zoo komen niet meer dan een vijftal ieder jaar gereed. Dit is natuurlijk meer dan de helft te weinig. Aan een overcompleet behoeft niet te worden gedacht. Ook in dezen zal de tijd het leeren, dat nalatigheid in dezen niet anders dan schade opleveren zal voor onze gemeenten, voor gemeenten, waar gevraagd wordt naar de oude, beproefde Gereformeerde Waarheid. De aanwas in het algemeen biedt zeker haar gevaren. Om maar een enkel aan te wijzen. Het aantal candidaten bij de Gereformeerde Kerken, dat uitziet naar een eventueel arbeidsveld, is niet klein. Wat dit in heeft, is zoo voor de hand liggend, dat iedereen dit kan opmerken. Daar is geen plekske onbezet en overal worden nieuwe stekken geplant. Als er b.v. garnizoensplaatsen worden gecreëerd, staat de Gereformeerde Kerkeraad in de buurt klaar om dadelijk het nieuwe terrein te bezetten. Bij ons wordt pas de gedachte levendig, als een ander klaar is. Ik zeg dit niet als een verwijt, tegen wie ook, ik constateer alleen het feit. In de groote steden en vlekken zien wij ons, door de tijdsomstandigheden mede, een gebiedend halt toegeroepen ; de Kerkformaties der Gescheidenen deelen de buit.
Waarlijk, wij hebben niet een te veel aan krachten, maar te weinig.
Te weinig — en nu wil ik in. de eerste plaats noemen : te weinig aan nuchterheid. De Heere zegt niet ten onrechte: weest nuchteren en waakt. Wat aan onze zorg werd toebetrouwd, doch niet verzorgd wordt door ons, blijkt straks onder een ander hoofd te zijn ingeschreven. Wanneer over een schuldvraag gesproken wordt, zoo dient eerst de blik gericht : op eigen terrein, 't Is alleen zoo jammer, dat voornamelijk in onze verwarde tijden zoo telkens blijkt, dat wij wegen zien bewandelen, die vreemd zijn aan het Evangelie van Gods wondere genade in Christus. Hij zweeg op alle laster en hoon. Hij deed Zijn mond niet open tegen alles wat tegen Hem werd ingebracht, 't Was zelfs alsof Hij Zijn ooren had toegestopt. Het eenige wat hierin verandering aanbrengt is de nood van den zondaar, die tot Hem de smeekbede opzendt.
Laten ook onze gangen in deze dagen van niets anders getuigen dan dat wij in de stilte van Golgotha's kruis hebben getoefd. Hij zweeg op alles, opdat onze lippen zouden getuigen : Hij zweeg in mijn plaats. En als Hij het aangezicht omwendt, zoo is het naar het ellendige. Daarvoor is Hij de teederheid zelve, de meest beminnelijke, die zich ooit laat denken. Hij bant alles, wat vrees of onzekerheid kan wekken, buiten den gezichtskring. Hij doet in Zijn zaligheid deelen van stonde aan, zoodra het schreiend hart zich tot Hem mag wenden.
Laat dit wónder-heerlijk Evangelie verkondigd worden mede door onzen arbeid en onze toewijding.
Geve de Heere ons tezamen een rijk Paaschfeest !
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's