Rondblik buiten de Grenzen
„Adolf Hitler is zeer gelukkig over het vertrouwen, dat de Duitsch-Oostenrijkers in hem hebben gesteld"', aldus luidde Maandag een bericht van het Duitsche Nieuwsbureau. En als we lezen dat 99.75% van de Oostenrijkers hun stem ten gunste van het nationaal-socialistisch regiem hebben uitgebracht, dan moeten we wel constateeren dat Hitler's verkiezingscampagne met succes bekroond is. In het oude rijksgebied was het aantal ja-stemmers 99.0116%. Procentsgewijs telt dus het Oostenrijksche Duitschland nog een ietsje méér Hitlerianen dan het oude Düitschland. Zelfs in het „roode Weenen" werd slechts een gering aantal tegenstemmers gesignaleerd. Natuurlijk is een volksstemming in een dictatoriaal geregeerd land niet te vergelijken met een vrije verkiezing in een democratischen Staat. „Neen"stemmen is eigenlijk een doellooze handeling, waarmede men hoogstens zich zelf in een verdacht licht kan plaatsen, doch dat overigens hoegenaamd geen effect sorteert. Van een keuzemaken is geen sprake. Voorts bedenke men den invloed van een overweldigend en virtuoos-gehanteerd propaganda-apparaat, dat uitsluitend in dienst van het heerschende regiem gesteld wordt. De Duitsche Führer zelf heeft aan de wijze, waarop zoo'n stemming voorbereid wordt, blijkbaar zooveel waarde toegekend, dat hij alles op haren en snaren gezet heeft om 'n plebisciet, onder het Schuschnigg-regiem, te voorkomen. We durven niet beweren dat een stemming, beïnvloed door een eenzijdig anti-nationaal-socialistische propaganda, in Oostenrijk een volstrekte nederlaag voor Adolf Hitler zou hebben opgeleverd. Maar het is aan geen twijfel onderhevig, dat het roemvolle percentage van 99.75 dan op geen stukken na zou zijn behaald. Dat alleen „Duitschers" stemrecht hadden en dus alle Joden er van uitgesloten waren, is een factor, die op den uitslag geen overwegenden invloed kan hebben uitgeoefend, doch die bij een vergelijking met een vrije verkiezing toch eveneens in het oog moet worden gehouden.
Intusschen : de uitslag was verrassend. Ze ging zelfs boven Hitler's verwachting. In een radiorede heeft de Führer zijn triumf uitgezongen. „Ik heb door mijn leven bewezen, dat ik meer kan dan de dwergen, die hier een land naar den afgrond regeerden". „Of over 100 jaar nog iemand zich den naam van mijn voorganger hier zal herinneren, weet ik niet, maar mijn naam zal blijven bestaan als die van den grooten zoon van dit land”.
Bij zulk een grootspraak van een nietig menschenkind voelt men zich even koud worden. Bij deze hoogmoedige taal is er voor grootmoedigheid ten opzichte van den overwonnen voorganger geen plaats, en klinkt het spreken over „deemoed voor den wil van den Almachtige" bijna als een vloek. Ook politiek gezien betéekent een dictator, die zich als rechtstreeksche uitvoerder van den wil der „Voorzienigheid" beschouwt, een gevaarlijk element in de samenleving. Het blijkt, volgens hen, namelijk steeds in de bedoeling der „Voorzienigheid" te liggen, dat eigen macht en glorie toeneemt. „Het zijn de menschen in dezen gemoedstoestand" — zoo merkte de ,,News Chronicle" op — „die steeds weer in de geschiedenis de gevaarlijkste verstoorders van den vrede zijn geweest".
Uebermenschen meenen nu eenmaal boven menschelijke wetten en rechts-instellingen verheven te zijn. Zij kunnen en mogen meer dan alledaagsche stervelingen. En wanneer het deze volksleiders slechts lukt hun „geloof" op de volgelingen over te brengen, weten zij dikwijls inderdaad duizelingwekkende hoogten te bereiken. Ook Nebukadnezar had het vèr gebracht
Om van de hoogten der „mystiek", waar Hitler ons door zijn woorden gebracht heeft, terug te keeren tot het normale niveau der politieke gebeurtenissen, kan nuchter worden geconstateerd dat naast het sterke Duitschland een verzwakt Frankrijk staat. Na een levensduur van 26 dagen is het jongste kabinet van Leon Blum voor de parlementaire oppositie bezweken, om door een kabinet-Daladier vervangen te worden. Dit nieuwe kabinet is bijna uitsluitend uit de radicale partij gevormd en draagt in geen enkel opzicht een volksfrontkarakter. Daladier heeft de communisten geheel en al gepasseerd bij de samenstelling van zijn kabinet en schijnt ook niet van plan om zijn politiek door deze onbetrouwbare Franschen te laten beïnvloeden. De nieuwe premier wenscht geen inmenging in Spanje, en kondigt ontruiming der bezette fabrieken aan. Als Daladier er in slagen zou de communistische agitatie en de mede daaruit voortvloeiende sociale onrust, den kop in te drukken, zou hij Frankrijk een grooten dienst bewijzen. Krachtens zijn verleden lijkt hij daartoe beter in staat dan Leon Blum, die zich, na zijn aftreden, voor de arbeiders excuseerde dat een andere oplossing slechts mogelijk was door een revolutionairen toestand op te roepen, waartoe in het huidig tijds gewricht geen kans bestond. Zulke staatslieden hebben tegen revolutionair optreden uiteraard weinig weerstand. Daarentegen heeft Daladier in zijn vorige regeeringsperiode getoond dat hij van doortastend optreden tegen oproerkraaiers niet afkeerig is. Zijn bijnamen „De Stier" of „De Zwijger" wijzen op eigenschappen die hem, gunstig van vele slappe, praatzieke Fransche staatslieden onderscheiden. Het was Daladier, die in 1984, na de ongelukkige Stavisky-affaire, de woedende menigte op de Place de Concorde te Parijs met gewapend geweld uiteen liet drijven.Laten we hopen, dat zulk bloedig optreden nu niet noodig is om de binnenlandsche rust te herstellen. Ook voor versterking van de Fransche grenzen heeft de nieuwe premier veel gedaan. En zijn poging om het leger van communistische cellenbouwers te zuiveren, had voor de innerlijke kracht van het militaire apparaat eveneens veel beteekenis.
De parlementaire geschiedenis van Frankrijk maakt huiverig voor optimistische voorspellingen ten aanzien van Daladier's toekomstig lot. Het zal wel weer spoedig blijken of Frankrijk inderdaad de veelvuldige lessen der laatste jaren verstaan heeft.
De troepen van Franco zijn thans hoofdzakelijk bezig de Pyreneën tot Andorra te zuiveren. Zij hebben aan de daar nog aanwezige troepen den terugweg naar Catalonië afgesneden, zoodat deze geleidelijk over de bergen naar Frankrijk worden gedreven, voor een ander deel gevangen worden genomen. Het materiaal valt alles in handen van Franco. Voorts heeft Franco de rij van electrische centrales veroverd, die in West-Catalonië langs de snelststroomende rivier de Noguera Ribagorzana liggen en de geheele industrie van Catalonië van stroom voorzien (ook de wapenindustrie). Deze is dus lam gelegd en Catalonië verkeert in hopelooze positie.
Franco heeft zuidelijker nog niet veel haast gemaakt met het bereiken van de Levantkust, maar staat bij Fortosa, bij Morella en Vinaroz toch reeds op enkele kilometers van de kust; en al bieden zijn tegenstanders nog steeds goede tegenweer, zij zijn toch permanent aan de verliezende hand en een algemeene debacle zou niemand thans meer verwonderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's