De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KOHLBRUGGE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KOHLBRUGGE

en de leer des heils

8 minuten leestijd

XII. DE KERK. (19)
Allen, die God geroepen, gerechtvaardigd en geheiligd heeft, vereenigt Hij in Zijn gemeente, die ook Kerk heet. Het woord Kerk moet afgeleid worden van kyfiake = den Heere toebehoorend. „Wij gelooven niet aan of in een Kerk, maar wij gelooven, wat de Kerk is. Daartoe is noodig het weten, het belijden en het vertrouwen. Wij kennen en belijden ten eerste het volgende : God de Vader heeft voor de grondlegging der wereld in Christus Jezus een zeker aantal menschen uitverkoren ten eeuwigen leven, zonder ook maar eenigszins rekening te houden met hunne werken, of deze goed of kwaad zijn, alleen uit vrij erbarmen ; menschen, die niet beter zijn dan alle anderen, die Hij naar Zijn rechtvaardig oordeel verstokt. Deze uitverkorenen heeft Hij aan Zijn Zoon gegeven, opdat Hij de borg voor Zijn gemeente zou zijn en zij ook zeker zou zalig worden." (Amsterdamsch Zondagsblad, band 6 blz. 321 en vervolgens).
Toen Hij daarna de wereld geschapen had en Adam gevallen was, voert de Zoon het raadsbesluit Gods door. Hij liet het evangelie door menschen prediken en verkondigen, roept, die de Vader Hem gegeven heeft, en regeert ben als hoofd en als koning.
Hij verzamelt zich Zijn gemeente als profeet. Hij beschermt haar als koning, Hij bewaart haar als koning en hoogepriester. Kerk of gemeente is hetzelfde. Kerk is de samenvatting van alle waarlijk geloovigen. Zij is het gebied, waarbinnen de toeëigening van de heilsverdienste van Jezus Christus door de kracht des Heiligen Geestes zich voltrekt. Zij is het lichaam van Christus, het totaal van hen, die zalig worden. Ze wordt heilig genoemd, omdat de Heere haar samengeroepen en afgezonderd heeft ; zij is heilig en rein terwille van het woord, dat de Heere tot haar gesproken heeft en nog spreekt ; zij is algemeen of catholiek, omdat onze Heere Jezus Christus koning is in alle landen der wereld. Hij heerscht van de eene pool tot de andere, van de eene zee tot de andere. Overal heeft Hij de Zijnen, die hetzelfde geloof deelachtig geworden zijn. „De Kerk ontvangt alle gezag slechts van het Woord en alleen aan het Woord herkent men een Kerk als de ware. Het gezag van het Woord hangt van het Woord zelf af. Het draagt de onbedriegelijke kenmerken van zijn goddelijkheid in zich". (Schriftverklaringen, deel 19, blz. 364).
„Er bestaat een wonderlijke eenheid van het hoofd Christus met Zijn leden, de geloovigen. Zijn geschiedenis is hun geschiedenis ; zooals Hij in de wereld was, zoo ook zij. Zijn gebeden. Zijn lijden. Zijn strijd, zijn hun gebeden, hun lijden, hun strijd. Zijn overwinning is de hunne". (Licht und Recht, deel 3, blz. V8 ; vergelijk Festpr. bl. 409 en verv.. Licht und Recht, deel 4, blz. 24).
„Wij hebben met elkander één herder : Christus ; één weide: het Woord van genade; één stal : het Koninkrijk der hemelen ; wij hebben één Vader : den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus; één is borg voor allen. Ik geloof de gemeenschap der heiligen" (7 Predicaties over Zacharia 3, blz. 68).
Omdat de kerk der wereld zich voor de ware Kerk uitgeeft, is het noodig, te vragen naar de kenteekenen van de ware en de valsche Kerk. „Het kenteeken van de ware Kerk bestaat daarin, dat zij bet hoofd, Christus, bewaart, waaruit het geheele lichaam opwast met goddelijke wasdom ; dat zij geen-ander hoofd kent ; dat zij zich door den Geest en het Woord van Christus laat regeeren ; dat zij de sacramenten volgens Zijn bevel bedient, de kerkelijke tucht naar den zin van Christus (d.i. ernstig, verstandig, rechtvaardig en vol liefde) handhaaft ; overigens een arm en gering volk is, dat bij de christelijke wereld niet in tel is.
Het kenteeken der valsche kerk bestaat daarin, dat zij de hoeksteen Christus op zij zet, hem tracht te vervangen door een zichtbare, op menschen bouwt, hun regelingen hooger schat dan de waarheid van Christus, zich de heerschappij over de gewetens aanmatigt, inplaats van de liefde te betrachten en allen alles te worden, en de goeden uitwerpt”.
„Men wil een Evangelische Kerk maken en klaagt dan, dat deze in gevaar verkeert door de wetten van den minister van eeredienst, die in deze dagen zijn uitgevaardigd, (Deze predikatie werd gehouden op 9 Juli 1873) alsof de dingen, die de wereld maakt, de Kerk van Christus ook maar iets aangaan of haar kunnen beschadigen. De Kerk van Christus staat op een rots, die voor alle vijanden te hoog is" ('Handelingen 2—10, 25 predikaties, bladz. 84).
De rots der Kerk is Jezus Christus en niet Petrus.. „De Heere heeft deze naam reeds vroeger aan Petrus gegeven. Petrus duidt een kleine steen aan, bijvoorbeeld een vuursteen, die men neemt om er vuur uit te slaan, een kleine steen, zooals er soms van een berg of rots afvalt. Niet daarom geef ik u die naam, omdat gij dit woord hebt uitgesproken (Mtth. 16), maar daarom, omdat gij daarop vertrouwt, dat ik de Christus ben, omdat gij Mij gekozen hebt tot uw eeuwige toevlucht, omdat gij beleden hebt, dat er geen andere Heiland bestaat. Ik wil u nog meer zeggen : Dat is de eenige belijdenis der gemeente. Dit is de rots ; op deze petra, op deze belijdenis, dat ik de Christus ben, daarop wil ik| Mijn gemeente bouwen. Er wordt hier niet gesproken over den apostel Petrus, maar over zijn belijdenis" (Amsterdamsch Zondagsblad, deel 9, bladz. 269).
De Kerk is zichtbaar of onzichtbaar. Onzichtbaar wordt gezegd van de Kerk in haar geheel. Het geheel is slechts bekend aan God. (Vergelijk Böhl, bladz. 580).
Zichtbaar is zij voor de oogen der menschen als een bijeenkomst van menschen, waar het Woord des Heeren in 't openbaar wordt gepredikt en de sacramenten volgens Zijn inzetting worden bediend. Tot de zichtbare Kerk behooren de verordeningen, een kerkelijke regeling, grondwet en regeering, zooals de Heilige Geest ze door de apostelen heeft vastgesteld ; ze is presbyteriaansch in dien zin, dat de voorgangers of bestuurders der gemeente presbyters, d.i. oudsten heeten. (Vergelijk Kohlbrügge : Het ambt der presbyters).
Er zijn tweeërlei ouderlingen, namelijk zij, die arbeiden in het Woord en in de leer, zoodat zij het Woord prediken, zich wijden aan het gebed, de heilige doop bedienen, het brood breken en de gezegende beker opheffen. De andere ouderlingen helpen de eersten met het Woord in alle hijzondere gevallen. Gemeenschappelijke taak van beiden is, de gemeente te besturen. Ouderling (presbyter) en bisschop (episkopus) is een en hetzelfde, en is niet een titel of waardigheid, maar de aanduiding van een ambt bij de gemeente des Heeren. Den Heiligen Geest, het Woord, den apostel Petrus, alsook aan de overige apostelen zijn alle overige titels, waardigheden en rangorden bij de bestuurders der gemeente geheel onbekend. De naam ouderling en hun ambt is gebleven en wordt aangeduid met de naam : apostel, herder, leeraar, bestuurder. De dienaars of diakenen zelfs schijnen soms daaronder te worden begrepen. Men heeft sedert dien tijd te vergeefs getracht een gemeente door verordeningen weer er boven op te helpen. Slechts het Woord van Christus moet heerschen en iedere ouderling trachte allereerst te doen en vervolgens te onderwijzen, wat het Woord zegt. Dan gaat het met de verordening vanzelf, zoodat zij zal zijn naar 't apostolische woord. Waar het Woord regeert, daar regeert Christus zelf als Koning. Waar echter menschen zich niet buigen onder het Woord en zelf willen regeeren, daar worden zij door hun eigen verordening doodgedrukt. Daar is enkel gewetensverkrachting, twist en tweedracht, en terwijl men boven aan het bouwen is, zinkt het onder weg, en is het langzamerhand een bouwen van den toren van Babel.
Men tracht ook de Kerk op .allerlei manier er bovenop te helpen. Er zijn er, die voor de gemeente heil zien in een permanente synodale of kerkelijke macht of in een opperbisschoppelijk of ander hoogste gezag. Zou hun geweten hun echter niet zeggen, dat zij niet luisteren naar de vermaning van den apostel, die zoo zachtmoedig tot hen spreekt en de oorzaak aanwijst, waaraan het ligt, als het met de Kerk, zooals zij zeggen en klagen, slecht gesteld is. (Kohlbrügge : Het ambt der ouderlingen, blz. 17).
Wie zich echter wil dringen op de plaats van den Heiligen Geest en van den eenigen Koning en Opperherder Christus, om te regeeren de gemeente Gods, die God door Zijn eigen bloed heeft verworven, zal zelf de schade daarvan ondervinden. Is het met de gemeente zoover gekomen, dat zij om Gods Woord niet meer geeft en zich buigt voor de afgoden, dan kan zij als straf verwachten, dat ze verkocht wordt door den Heere in de hand der menschen ; ook komt zij niet vrij meer, tenzij zij zich weder tot het Woord bekeere en het eeuwige Evangelie aangrijpe.
(Wordt voortgezet.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KOHLBRUGGE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's