De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

4 minuten leestijd

Hoe met onze dooden ?
Het klinkt zoo koud materialistisch : lijkverbranding.
Hoeveel waardiger toon b.v. wordt aangeslagen in het onderhoud van de zonen Heths met Abraham, toen zij spraken over het begraven der dooden (Genesis 23).
Begraven, dat is vanouds de ordelijke en meest gewenschte wijze geacht, zooals ons in de Heilige Schrift wordt medegedeeld.
En het is — ook waar ontwijfelbaar zeker het vraagstuk, of het voor Christenen geoorloofd is, hun afgestorvenen te laten verbranden, hoe langer hoe meer aan de orde komt — wel op te merken, dat al, wie Schriftuurlijk geloovig is, zich reeds eenigszins ontstemd gevoelt, als het woord lijkverbranding maar wordt genoemd.
Het laat zich begrijpen, dat de ontzaglijke toename van het getal bewoners en bijgevolg ook der overledenen in deze wereld, er gestadig meer toe drijft om zich met het vraagstuk bezig te houden, hoe te kunnen voorkomen dat bij de groote opeenhooping van de doode lichamen met deze op eene, voor het gevoel niet aanstootelijke wijze wordt gehandeld.
Het is ook te begrijpen, dat ieder mensch, die nadenkt, beseft dat het uiterst moeilijk is op dit gebied allen aanstoot te vermijden en dat men er alzoo toe gekomen is om het voor het menschelijk gevoel zoo stuitende ontbindingsproces in de aarde te ontgaan door verbranding.
Waar zulke verbranding of crematie wordt toegepast, daar willen wij gaarne gelooven, dat alles wordt in het werk gesteld om, zooals dat onder de volken gewoonte was, zooveel mogelijk den dooden alle eer te bewijzen.
Maar daarmede is niet uit den weg te ruimen het bezwaar, dat het Christelijk gemoed in zich voelt opkomen, wanneer op een wijze, die Tan den natuurlijken gang afwijkt, met de gestorvenen wordt gehandeld.
De Christen wil gaarne in de orde blijven onder het Opperbestuur des Allerhoogsten.
Doordat het Christelijk geloof de noodzakelijkheid van den ondergang des lichamelijken bestaans erkent, wordt het voor de Christenen gemakkelijk om in het vonnis des doods te berusten, wetende, dat in hen een nieuwe schepping is tot stand gebracht en dat ook niets deze .in haar ontwikkeling kan belemmeren, waartoe zij liefst in den geordenden weg willen blijven.
Voor den overgang uit dit aardsche bestaan willen zij gaarne op de voorvaderlijke wijze verzameld worden tot degenen, die voorgegaan zijn, om met hen de opstanding tot een nieuw leven door te maken.
Zij weten dat, als het tarwegraan, hetwelk in de aarde valt, zij een ontwikkelingsproces moeten doormaken en er bestaat niet de minste twijfel, of er is iets onvergankelijks in hen ontstaan.
De geest van zulke menschen is er vanzelf op tegen, dat op onnatuurlijke wijze, buiten noodzaak, met hun doode lichamen wordt omgegaan. Geschiedt dit buiten hun wil, zoo leggen zij zich er bij neder ; maar daar het verband tusschen het tegenwoordige en het toekomstige bestaan blijft voortduren, zoo wenschen zij liefst in den natuurlijken ontwikkelingsgang te blijven.
Menschen, die dit alles niet kennen, moge het onverschillig zijn op welke wijze, zij het dan ook door het minst mogelijk stuitend middel, een einde wordt gemaakt aan het vergankelijk overblijfsel, de Schriftgeloovigen hebben in dit alles een geheel andere zienswijze.
De gevoelens van de geloovige christenen en die van degenen, welke het levende Christelijk geloof niet kennen, loopen alzoo zeer uiteen. En ook komt er geen einde aan de .bespreking over dit alles, dan wanneer er ontwaking komt, waardoor de menschen zien, in welken toestand zij verkeeren. De menschenwereld ligt nu in zijn geheel in het graf der zonde, in hetwelk de stem van den Zoon des Menschen weerklinkt. Welke alleen het kan doen hooren : Ontwaakt, gij die slaapt, en staat op uit de dooden. Dan is de ure aangebroken, dat zij ook in. deze wereld tot ontwaking komen.
(Rott. Kerkbode).

P. G. DATEMA.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's