De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

8 minuten leestijd

Psalm 95 vers 1—3.
Het is den mensch eigen, om voor zichzelf een naam te willen maken. In den grond der zaak zijn we allen torenbouwers van Babel. Gelukkig is het, wanneer de Heere mag geven, dat we een afkeer krijgen van onzen eigen naam, en een gezicht op de grootheid van den Naam des Heeren. Wanneer de ziel gebracht is op de school des Heiligen Geestes, dan leert ze, dat alle hare torens moeten worden afgebroken, en krijgt ze te zien op den eenigen sterken toren van den Naam des Heeren, waar de ziel eene schuilplaats mag vinden. Het is inzonderheid in het boek der Psalmen dat de Heere wordt groot gemaakt, de mensch op 't allerdiepst vernederd. En de Heere geeft, dat Zijne uitverkorenen er lust in verkrijgen, dat de Naam des Heeren op 't hoogst worde verheerlijkt. Het is pen zaak, die tegen des menschen natuur indruischt, maar door genade mag hij leeren om deze zaak, welke tegen zijn eigen vleesch en bloed ingaat, te beminnen. Ja hij mag zelfs anderen opwekken om mee te doen aan de verheerlijking van Gods grooten Naam. In dezen Naam nu open­ baart zich de Heere. Mozes maakt hij dezen Naam bekend. Zalig hij, die in dit leven, Jacobs God ter hulpe heeft. De groote zanger David, die door God is bekeerd, roept in den 95en Psalm het volk Gods op om den Heere groot te maken. 'Hij roept dat volk toe : komt. De Heere doet ze komen. Ze kunnen niet op zichzelf blijven staan, maar door de vrijmacht des Heeren getrokken, spoeden ze zich om den Heere groot te maken.
In deze dagen van het Paaschfeest moet de roepstem tot het volk van God uitgaan om den Heere te verheffen in Zijne deugden en volmaaktheden. Dé Heilige Geest heeft in de dagen van de geboorte van Christus Maria, Zacharia en Simeon er toe gebracht om den Heere te verheffen in het lied. En in alle deze liederen worden ze zelf niet verheven, maar wordt de Heere op het hoogst en alleen geprezen. De naam van Christus, waarin de Heere zich openbaart, wordt daarin boven alle namen gesteld. Immers is er alleen bij dezen Naam in nood en dood een zekere toevlucht te zoeken en te vinden. En zoo gaat nu ook in den 95en Psalm de dichter het volk Gods opwekken in den Heiligen Geest om allen den Heere in Zijne Macht, Genade en Zegen te verheerlijken. In de woorden, welke boven onze overdenking staan, wordt de Heere in 't bijzonder  aangeprezen. En vooral ook op het Paaschfeest moet de God, die wonderen doet op wonderen hooren, worden groot gemaakt. In de Paaschverhalen blijkt 't, hoe slecht de discipelen en de discipelinnen het er afbrengen. Daar wordt gesproken van hun ongeloof, traagheid en onverstand. Zeer hoog wordt daartegenover verheven de macht, de genade en de zegening van den Heere Jezus, die Zijne discipelen opzocht, zich aan hen openbaarde, ze niet aan zichzelven over­ liet. Hij denkt voortdurend aan Zijne Genade. Hij verbreekt Zijne trouw nooit.
En daarom, volk van God, komt, en wilt den Naam des Heeren verheffen.
De Heere geeft vroolijkheid, want het licht is voor den rechtvaardige gezaaid, en vroolijkheid voor de oprechten van hart. Een zaligmakend gezicht van den machtigen Heere maakt de ziel vroolijk. Wanneer ze op zichzelf ziet, moet ze den moed laten zinken. De Machtige Israels geeft, dat wanneer Gods volk moet gaan door de vallei der schaduwe des doods, het nochtans niet vreest, want de machtige stok en staf des Heeren vertroosten hen. De macht van den Herder is de oorzaak van de vroolijkheid van de schapen. Deze machtige Heere moet met gejuich worden toegezongen. Want dood waar is uw prikkel, hel waar is uwe overwinning. De rotssteen van ons heil is de machtige Heere Jezus, en wat stormen dat er waaien, en wat winden, dat er woên, deze steen der hulpe blijft onbewegelijk. Het is toch een eeuwige machtige rotssteen. Het aangezicht des Heeren is geopenbaard in Christus. Het is 't aangezicht van Hem, Wien gegeven is alle macht in den Hemel en op de aarde. Wanneer gij dat machtige Aangezicht met lof moogt tegemoet gaan, dan geniet en beleeft gij den Palmzondag. De beleving van deze feestdagen vindt ge in de Psalmen. In de Psalmen wordt de machtige Koning Israels u voorgesteld, u van God gegeven. De Heilige Geest leert u alles af te werpen en den machtigen Heere tegemoet te gaan. De Heilige Geest leert u, dat de Heere Jezus is de Machtige, de groote God en Zaligmaker. De Koning der Koningen en de Heere der Heeren.
De machtige Koning is ook de genadige Koning. Zijne lippen zijn vol genade. De schepter der genade is uitgestrekt. Deze genade is welgemeend. Deze Koning kan zichzelven niet verloochenen. Hij kan zich niet anders openbaren dan Hij is. Hij is vol van genade en waarheid. De genadige Heere en de Heilige Geest geeft het vroolijke zingen. De genadige Heere laat zien, dat er nog kans is voor den grootste der zondaren en dit verruimt de ziel en geeft zingensstof.
Deze genade is zoo vast als een rots, ja we mogen zeggen ze is nog veel vaster dan een rots, want bergen zullen wijken, en heuvelen wankelen, maar Mijne goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de Heere uw Ontfermer.
’t Aangezicht des Heeren is een genadig Aangezicht en we mogen zeggen: waagt het maar, dat Aangezicht tegemoet te gaan. Zoo ge als koningin Esther gaat, zeggende, kom ik dan om, zoo kom ik om, zult gij ondervinden, dat het Aangezicht van den genadigen Heere Jezus zoeter is dan het leven. In de Psalmen moogt ge vinden de bevinding van het levende volk Gods. Den Genadigen Heere Jezus moogt ge toezingen Hosanna, gezegend is Hij, die komt in den Naam des Heeren. Groot is de Heere Jezus en Zijne Genade, die Hij bewijst aan wederhoorigen, vijanden, alles verbeurd hebbende zondaren. Want Zijn gunst alom verspreid, zal bestaan in eeuwigheid.
Van dezen Christus komen nu alle goede gaven en volmaakte giften. Hij is de zegenende Heere Jezus. En daarom roepen we u toe : komt. In de wereld vindt ge niet anders dan moeite en verdriet. Kort zijn uw dagen en spoedig komt het einde. De eenige die u verlossen kan is de Heere. Hij opent Zijne Handen en den zegen des Heeren doet Hij nederdalen. Hij is de rotssteen, die zich heeft laten slaan, en die het water der zegening doet uitstroomen. Hij heeft uitgeroepen: Mij dorst, opdat Hij den dorstige met Zijne zegeningen zoude verkwikken. Hij is de rotssteen der zegeningen in 't midden van de woestijn des levens. Zijn Aangezicht opent zich om te zegenen. Zelfs aan 't kruis heeft Hij nog voor Zijne vijanden gebeden. Zijn mond opent zich om den boetvaardigen moordenaar de zegeningen van het Paradijs Gods te geven. In de Psalmen worden de zegeningen Gods in Christus in het bijzonder beschreven. De Heere Christus is de groote overvloedige Zegenaar. Hij zegent met alle geestelijke zegeningen. Hij zorgt voor tijd en eeuwigheid. Welzalig hij die al zijn kracht, en hulp alleen van U verwacht.
Zoo komt dan nu deze Psalm tot ons. Worden we er door getroffen. Geven we aan deze roepstem gehoor ? 't Kan zijn, dat we vanwege al het rumoer in ons en buiten ons deze roepstem niet hooren. Mocht de Heere deze roepstem ons op 't hart binden. Mocht 't nog eens wezen, dat we met deze roepstem te doen kregen.
Hoevele malen is ons reeds het Evangelie over den machtigen, genadigen en zegenvollen Heere Jezus gepredikt, en we hebben er geen acht op geslagen. Eenmaal is de genadetijd voorbij. Dan zult gij ondervinden de macht, de vloek, de verwerping van den Heere Jezus. De Heere make deze roepstem tot een innerlijke. De Heere geve, dat er gezegd mag worden : Eenmaal sprak God tot mij een woord, tot tweemaal toe heb ik het gehoord. Mocht de Heere geven, dat gij in uwe bekommernis getroost wordt door Hem alleen. Hebt gij den Heere reeds ontmoet ? Is Hij reeds aan u en in u geopenbaard. Is daar een oogenblik geweest van doorbrekende macht en genade en zegening, waarbij uwe ziel een uitzicht kreeg op den Heere Jezus. Heeft de toezegging van Hem u levend gemaakt ? Komt, dan wil de Heere vreugd zenden want Hij heeft uitkomsten tegen den dood.
Beproeft den Heere of Hij niet is de belovende en de vervullende Heere Jezus. Mocht de Heere nog eens geven, dat gij gedurig den lof des Heeren grooter maaktet. De Heere geve u een inleving in de Psalmen Davids.
Volk van God, maakt in uw gezelschappen den Naam van den Heere der Heeren en den Koning der Koningen groot.
De Heere leere u inzien, dat gij nooit genoeg den Naam van dezen grooten Held en Doorbreker kunt verheerlijken.

W.
O.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's