De wonden en litteekenen van den Heiland.
Velen denken, dat in Openb. 1 vers 7 staat, dat, als Christus wederkomt, de wonden in Hem zullen gezien worden. Maar dan leest men verkeerd. Er staat: dat, als Christus wederkomt, alle oog Hem zal zien, óók die Hem doorstoken hebben.
Maar Openb. 5 vers 6 dan ? Daar is sprake van het visioen, waarin Christus in den hemel gezien wordt als het Lam, staande als geslacht. Daaruit leidt men dan af, dat Christus in den hemel staat met Zijn wonden en litteekenen der slachting en dat dus in Zijn heerlijkheid de sporen van het lijden zichtbaar zijn. De Kantteekeningen „zitten" daar ook mee. Sla de plaats maar eens op. Maar zij laten doorschemeren, dat het wellicht beteekent, dat het Lam geslacht geweest is. Het is de Gekruiste, maar nu de verheerlijkte op den troon. Hoewel ze zich verder niet zoo beslist uitlaten.
Calvijn staat hier anders (jammer, dat we den grooten hervormer op het boek de Openbaring niet kunnen opslaan, want daarvan gaf hij ons geen uitlegging, zooals van de andere deelen der Heilige Schrift). Want Calvijn teekent aan bij Joh. 20 vers 20 : „waar die wonden, waarvan hier sprake is, dienen om de waarheid van Zijn opstanding te doen uitkomen, daar doen zij in 't minst niet tekort aan Zijn heerlijkheid. Maar als iemand hieruit afleidt, dat Christus nóg een doorstoken zijde en doorboorde handen heeft, dan is dat belachelijk, want de wonden hebben zeker slechts tijdelijk moeten dienen, totdat de Apostelen overtuigd waren, dat Hij uit de dooden was opgestaan”.
Calvijn is dus van meening, dat het met den staat en den toestand van de heerlijkheid van den verhoogden Heiland in strijd is, dat Hij nu in den hemel nóg Zijn wonden zou vertoonen en de sporen van Zijn lijden zou dragen. Dat Hij na Zijn opstanding dat had, was tijdelijk en had een bijzonder doel. Maar dat is nu voorbij.
Een tweede verklaring van Calvijn kunnen we hier bijbrengen. Want de groote Hervormer en bekwame Schriftuitlegger teekent bij Lukas 24 vers 30 aan : „Wat nu de wond e n betreft, zoo moeten wij ze als een bewijs beschouwen, dat ons den indruk geeft, dat Christus eerder voor óns dan om Zijns Zelfs wil opgestaan is'; naardien Hij als overwinnaar des doods, die de zalige onsterfelijkheid des hemelschen levens deelachtig was, nochtans om de wille van de Zijnen een tijdlang de litteekens des kruises heeft willen dragen. Hierin voorzeker heeft Christus een bewonderenswaardige goedertierenheid jegens Zijn discipelen aan den dag gelegd, dat Hij liever iets van de volkomen heerlijkheid des opgewekten levens missen wilde, dan hen van dergelijken steun des geloofs berooven. Voorts is de meening, dat Hij deze litteekens nóg dragen zal, als Hij als Rechter der wereld wederkomt, een dwaze en oudwijfsche beuzeling".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's