MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
„Murk is anders een van mijn beste gemeenteleden, die 't trouwst van allen in de kerk komt", zei hij na eenigen tijd. „'t Is waar, we hebben hier wel vele vrienden, vooral ook onder de notabele ingezetenen, maar wat heb ik er feitelijk aan in mijn werk. De groote meerderheid zie je 's Zondags nooit, uitgezonderd daarbij den meester, die wel komen moet, omdat hij organist is, maar overigens laat men mij praten voor stoelen en banken. Zij gelooven het wel. 'k Vind het jammer, maar het godsdienstig leven onder onze menschen staat niet hoog en de massa stelt zich tevreden met een goede boterham. De rest laat haar vrij koud. Idealen kent men niet, ten minste geen zedelijke idealen, 't Is een ploegen op rotsen, waarbij de predikant vrij wel alleen staat. Zelfs Ta: n mijn kerkeraad ben ik niet zeker en weet niet, of hij meer staat aan de zijde van Murk dan van mij.”
„Maar daar zou ik mij toch niets van aantrekken, man. Je doet je werk, zoo goed als de collega's en verder moeten de menschen weten, wat zij daarmee doen willen en of zij dit al of niet waardeeren zullen. Gelukkig, dat wij van niemand afhankelijk zijn."
„Dat zeg je wel, vrouwtje, maar op den duur heb ik daarbij toch geen voldoening. Een mensch wil toch ook wel eens zien, dat er vrucht van zijn arbeid wordt geoogst. En zoolang ik predikant ben, is daar heel weinig van tot openbaring gekomen. Je weet, hoe het in de vorige gemeente ging. Bijna geen volk meer in de kerk. De arbeiders haast allen socialisten, fel gekeerd tegen alles, wat kerk en godsdienst was, omdat zij daarin de bescherming en verdediging van het kapitalisme zagen. De rijke boeren even ongevoelig voor hoogere dingen als voor hun geldzak en de enkele getrouwen, die je 's Zondags nog zag, dat waren de bedeelden van de diaconie en de enkelingen, die om, andere redenen zich aan ons verbonden gevoelden. Doch de rest puur materialistisch, niettegenstaande mijn pogen, om de gemeente op hooger peil te brengen. De jongelui aldaar op catechisatie en aan den arbeid te krijgen, behoorde tot de onmogelijkheden. De meisjes, dat ging nog voor een deel, maar de jongens kreeg ik niet, omdat zij het met alles en nog wat veel te druk hadden. Als het om een pretje te doen was, of een publieke uitvoering van het een of ander, met muziek of zang of tooneel, dan had men wel tijd en lust, maar voor 't overige, waar gingen die jonge menschen zich nu eens voor inspannen ?
En 't komt mij voor, dat het hier weer denzelfden kant opgaat. Friesland heet anders kerkelijk en godsdienstig uit te munten boven andere provincies, maar je ziet ook hier al weer, hoe het wordt. Elke week de kerk holler, en die nog al belangstelt, zooals manke Murk, die gaat ook nog heen. Wanneer ik als student zoo had kunnen inzien, wat in de praktijk van ons werk terecht komt, dan had ik zeker een andere studie gekozen.”
„Maar we zitten hier toch mooi man, in een flinke pastorie, en met een pracht tuin, en de kerkvoogden geven over het algemeen alles, wat wij van hen vragen ; uitgezonderd dan, dat ik die boomen rondom het huis niet gerooid kon krijgen."
„Dat alles kan het niet goed maken, al is het nog zoo mooi. Een man heeft hij zijn arbeid een ideaal noodig, dat hem moet bezielen en eiken dag nieuwen lust voor zijn werk geven, anders verliest dit zijn inhoud en waarde."
„Is het dan in de gemeente van onzen zwager beter ? ''
„k Weet het niet; hij schijnt in dit alles beter te kunnen berusten, maar het ontneemt mij de werkkracht en den levenslust, als alles tevergeefsch is."
„En je meent het toch zoo goed met de menschen. Dat ze dit dan ook niet verstaan !"
Met een zucht greep ds. Lauwers naar de ,,Nieuwe Rotterdammer", welke de meid met de verdere post binnenbracht. Verstond zijn eigen vrouw hem wel ?
Intusschen zat vrouw Kalma in haar kamer en naaide druk aan, een jongenskiel. Naarmate de kinderen grooter werden, vermenigvuldigden ook de zorgen, zoodat het voor haar een uitkomst was, dat er steeds meerderen kwamen, die haar als naaister met 't vervaardigen van allerlei dagelijksche kleeding begunstigden. Vrouw Siderius liet nooit na nu het een dan weer het ander door haar te laten maken, terwijl mevrouw van den directeur natuurlijk niet in gebreke bleef voor haar te doen, wat zij kon. Van het een kwam, het ander, zoodat de naald na het verrichten van het gewone huiswerk meestal niet veel rust had. Weliswaar vereischte dit een groote inspanning, doch aldus was het haar mogelijk tot hiertoe te blijven, die zij altijd was geweest, dank zij vooral ook de zorg van Murk. Natuurlijk kwam wel eens de vraag bij haar boven hoe het gaan'' zou, wanneer hij haar verliet, om met Pleuntje een eigen huishouding te beginnen. Doch het rustig vertrouwen, dat hij in de Vaderzorg had, bleek ook op haar zulk een kalmeerenden invloed te krijgen, dat zij zonder vreezen de toekomst tegenging, haar leven stellend in de hand van Hem, die tot dusver al Zijne beloften, aan de weduwen geschonken, waar maakte.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's