MEDITATIE
VERRIJZENIS UIT DEN DOOD
Hij zal ons na twee dagen levend maken: op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen en wij zullen voor Zijn aangezicht leven. Hosea 6 vers 2.
Van de vroegere uitwendige heerlijkheid en innige vroomheid yan het volk des Heeren was in de dagen van Hosea weinig overgebleven. Vooral het laatste, het diep verval op godsdienstig terrein, vervult den profeet met een droefheid, waarvoor geen woorden te vinden zijn. Schrijnend is het verschil tusschen het rijke verleden, waarin Koning en onderdaan knielden voor Israels God (wat zeer velen betreft: in waarheid en oprechtheid) en het droeve heden, waarin talloozen de paden des Heeren hebben verlaten, of zich met een kouden vormendienst tevreden stellen. Het uitverkoren volk, , dat zoo onnoemelijk veel zegeningen en weldaden van den Heere heeft ontvangen, brak de huwelijkstrouw. Immers, de Heere was de wettige Man des volks, doch het heeft Hem verlaten en is de Baals nagewandeld. God gebood Hosea zich een vrouw der hoererijen en kinderen der hoererijen te nemen, want, zoo zegt de wettige Man van het volk : Het land hoereert ganschelijk van achter den Heere.
De Heere heeft een twist met de inwoners des lands, omdat er geen trouw, noch weldadigheid, noch kennis Gods in het land is, maar vloeken en liegen en doodslaan en stelen en overspel doen; zij breken door en bloedschulden raken aan bloedschulden.
Meent het volk, dat de Heere een ledig toeschouwer is ? Zeker, Hij is groot van goedertierenheid en lankmoedigheid, doch eenmaal komt er een einde aan. Zijn geduld. Hij zal den schuldige geenszins onschuldig houden, maar Hij vertoornt zich schrikkelijk, beide over de aangeboren en werkelijke zonden. Zeg nu niet, dat dit in strijd is met Zijn Vaderlijke goedheid. De Heere is Rechter tevens en Zijn gerechtigheid eischt straf indien, trots jarenlange, welgemeende waarschuwingen, het volk weigert zich te bekeeren en van ongerechtigheid af te staan.
De Vriend van voorheen zal Tegenstander worden. God gaat Zijn aangezicht verbergen. Hij gaat heen en keert weder tot Zijn plaats, m.a.w. Hij trekt Zich in den hemel terug, die Hij a.h.w. met een koperen deur sluit, zoodat geen schandtaal door Hem meer gehoord wordt, maar ook geen jammerklacht meer tot Hem! doordringt. Hij laat het volk tijdelijk aan zichzelf over, ja. Hij gaat het met de strengste oordeelen geeselen, opdat dit laatste tuchtmiddel nog zegen mocht afwerpen. Hij zal Efraïm zijn als een mot en den huize van Juda als een verrotting. Hij zal Efraïm zijn als een felle leeuw, en den huize van Juda als een jonge leeuw, Hij, Hij zal verscheuren en heengaan, Hij zal wegvoeren en daar zal geen redder zijn.
Kan het schrikkelijker ? Is er grooter dreiging denkbaar ? We zouden kunnen 4enken : Dit beteekent het definitieve einde, de finale ondergang van het volk. En toch: in den toorn gedenkt de Heere des ontfermens. Want Hij bezigt ook deze geduchte straf als een opvoedingsmiddel. Hij kastijdt Zijn volk, opdat het naar Hem weder zou leeren vragen. De mogelijkheid van redding is niet buitengesloten. Nog is er behoud mogelijk, immers, de Heere spreekt: Ik zal henengaan en keeren weder tot Mijne plaats, totdat zij zichzelf schuldig kennen en Mijn aangezicht zoeken; als het hun bang zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoeken.
En inderdaad : In hun groote benauwdheid en verschrikking hebben de Israëlieten den Heere weder aangeroepen. Uit de diepte van godverlatenheid hebben zij met mond en hart tot den Heere geschreeuwd. Zij zijn door genade tot het inzicht gekomen, dat zij zich zelf al deze jammeren en smarten aangedaan hadden, door van de wegen des Heeren af te wijken en vreemde goden te dienen. Zij hebben hun ongerechtigheden leeren kennen en zij hebben elkander opgewekt om weder te keeren tot den Heere, want Hij heeft verscheurd en Hij zal, zoo voegen zij er in vertrouwen op Zijn vergevende liefde aan toe, ons genezen. Hij heeft geslagen en Hij zal ons verbinden.
Redden zal de Heere een iegelijk, die met belijdenis van schuld tot Hem de toevlucht mag nemen. Hij moge dan niet terstond antwoorden op 't ootmoedig
smeekgebed : Is Israël in nood, er zal verlossing komen. Zijn goedheid is zeer groot. Hoe ernstig de krankheid wezen moge, de Groote Heelmeester kan haar genezen; hoe diep de doodsslaap der zonde moge zijn. Hij is in staat den zondaar wakker te schudden. Wie met zijn zonde en ellende zich wendt tot den troon der genade, wordt geholpen, maar ter bekwamer tijd, d.i. op Gods tijd, op dien tijd, dien de Heere in Zijn Raad heeft bepaald en dien Hij nuttig voor ons acht.
Dat geloof in 's Heeren helpende, reddende, genezende kracht, spreken de tot inkeer gekomen vromen aldus uit: Hij zal ons na twee dagen levend maken : op den derden dag zal Hij ons doen herrijzen. Zij waren ontdekt aan hun doodsstaat. Zij hadden hun zonden leeren kennen. Zij beleden dat zij dood waren door de zonden en misdaden. Maar, indien de Heere een mensch aan zichzelf ontdekt, dan bewaart Hij hem voor wanhoop. Hij leert hem n.l. vroeger of later de toevlucht te nemen tot Christus, in Wien zijn redding is gewaarborgd. Dat is wel het allerverschrikkelijkste : zijn schuld te kennen, doch geen schuldovernemenden Borg te bezitten. En, indien de Heere het werk liet varen, dat Zijn hand begon, menig ontdekte zou de hand aan eigen leven slaan. De Heere zorgt en waakt echter voor Zijn kinderen. Door Woord en Geest onderricht Hij hen, dat er bij Hem vergeving is, opdat Hij gevreesd worden zou. „Dood door de zonde", dat is de ontroerende ontdekking van den eersten dag. Verstaat ge iets van de onuitsprekelijke smart die een ziel in deze toestand torsen moet ? Verloren, voor eeuwig verloren, wordt dan in overgroote vervaarnis uitgekreten. De eerste dag, dat is de dag van donkerheid en duisternis. Dat is de dag van Psalm 42 vers 4:
'kDenk aan U, o God, in 't klagen, Uit de landstreek der Jordaan ; Van mijn leed doe 'k Herman wagen; 'kRoep van 't klein gebergf U aan. 'k Zucht, daar kolk en afgrond loeit, Daar 't gedruisch der waat'ren groeit. Daar Uw golven, daar Uw baren Mijn benauwde ziel vervaren.
Maar in die benauwdheid laat God Zijn volk niet. Moest deze periode lang duren, Gods kinderen zouden in al hun smart en rouw omkomen. Voor den eersten dag geldt: Mijn dagen zijn vergaan als rook, en mijn gebeente is uitgebrand als een haard. Mijn hart is geslagen en verdord als gras, zoodat ik vergeten heb mijn brood te eten. Mijn gebeente kleeft aan mijn vleesch vanwege de stem mijns zuchtens.
Doch, wie met Christus in den dood gaat, wordt ook met Hem opgewekt, opgewekt door Zijn opstandingskracht. Indien wij met Hem sterven, wij zullen ook met Hem leven. Ik ben met Christus gekruist, en ik leef, verzekert de apostel Paulus. Die verwachting gloort op den tweeden dag. Er is nog strijd tusschen licht en duisternis, twijfel en geloof strijden om den voorrang, maar toch, de ziel weet het: er is hoop, bij God zijn alle dingen mogelijk, Hij kan en wil de banden des doods verbreken. Zie, op den tweeden dag wordt de bedrukte en bekommerde ziel levend gemaakt, maar derft nog de zekerheid dat de Heere niet alleen kan en wil maar ook zal levend maken. Reeds is zij levend gemaakt, maar nog niet voor eigen bewustzijn. De tweede dag is genoemd: de stille Zaterdag : na de smarten en vóór de vreugde. Doch op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen en wij zullen voor Zijn aangezicht leven. Dag van Paaschblijdschap, van opstandingszekerheid ! Hoort ge in dezen oudtestamentischen tekst niet een blijde, heerlijke Paaschprediking ? Hebt ge zóó Paschen leeren vieren, of was deze dag voor u slechts een dag van ontspanning, een dag, waarop gij de ontwaking van het natuurlijke leven gevierd hebt ?
Dit is het allereerst noodige, dat ge uzelf als een doode zondaar leert kennen, de dood op al het uwe leert schrijven, gaat verstaan uw volkomen onwil en onmacht ten goede. We moeten leeren beseffen dat de Heere wegens onze vrij-en moedwillige ongehoorzaamheid van ons is geweken en dat Hij ons om onze zonden heeft verscheurd en geslagen. Daartoe moeten we smeeken om ontdekkend licht. Wij moeten onze ellendigheid recht en grondig leeren kennen, gelijk de Israëlieten die kennen leerden door ontdekkend Geesteslicht in het land der ballingschap.
Maar we moeten ook dit vast vertrouwen koesteren, dat Hij ons om des Heeren Christus' wil uit den dood kan en wil en zal doen herrijzen. Wat onmogelijk is bij menschen is mogelijk bij God. Deed God naar recht. Hij zou ons in den dood kunnen laten en ons den eeuwigen dood kunnen doen sterven. Echter, Hij wil in Christus genade voor recht laten gelden. De Heiland heeft aan het recht Gods volkomen genoeg gedaan. Hij is in den dood gegaan, omdat de waarheid en de gerechtigheid Gods vorderden, dat voor de zonde betaald werd door den dood des Zoons Gods. Hij is twee dagen in het graf geweest, maar is ten derden dage wederom opgestaan van de dooden. Hij is in goddelijke luister op den Paaschmorgen verrezen. In en met Hem is echter tevens het gansche geestelijke Israël opgestaan. Hij is de eersteling dergenen die ontslapen zijn. Gods volk mag in de zekerheid leven dat Hij, als het Hoofd, ook hen. Zijn lidmaten, tot Zich trekken zal.
Zij zijn uit den geestelijken dood herrezen door de opstandingskracht van Christus, zij zullen ook uit den lichamelijken dood opstaan, want de opstanding van Christus is hun een pand van hun zalige opstanding. Ik geloof de wederopstanding des vleesches. Wie één plant met Hem werd in de gelijkmaking Zijns doods zal het ook zijn in de gelijkmaking Zijner wederopstanding.
Bedenke iedere zonde-en werelddienaar, dat de toorn Gods op hem blijft en van verrijzenis uit den dood geen sprake kan zijn indien hij niet hier sterven leert ; trooste iedere bekommerde ziel zich hiermede, dat God niet varen laat het werk Zijner handen en Zijn belofte gestand doet, ook al laat Hij ons tijdelijk in het duister (Hij zal ons na twee dagen levend maken!) en zoeke een iegelijk, die van dood door genade levend werd, de dingen, die Boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.
Garderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's