UIT DE HISTORIE
HET JANSENISME
Bij den 3OO-jarigen sterfdag van zijn geestelijken vader.
Het Jansenisme, dat in hoofdzaak in Frankrijk ingang gevonden heeft, leeft in ons land voort in de Oud-Katholieke Kerk, die in 1765 gesticht is.
Al is de Oud-Katholieke Kerk niet Protestant, — toch voert zij een strijd tegen Rome. Zij miskent de zegeningen der Hervorming niet, en beschuldigt het zuivere Roomsch-Katholicisme er van, dat het van 't oorspronkelijke christendom een caricatuur heeft gemaakt.
Omdat het op 6 Mei 300 jaar geleden is, dat de geestelijke vader van het Jansenisme overleed, willen wij onzen lezers iets over hem en zijn werk mededeelen.
Cornelius Jansen werd op 28 October 1585 te Acquoi bij Leerdam geboren.
Aan de Universiteit te Leuven studeerde hij theologie. Van Aristoteles, de vader van de Roomsche Scholastiek, was hij een vijand, terwijl hij daarentegen in de wijsbegeerte van Plato meer bevrediging vond.
Na enkele reizen naar Spanje ondernomen te hebben, om de verwijdering der Jezuïten van de Leuvensche Universiteit te verkrijgen, werd hij in 1630 benoemd tot hoogleeraar in de theologie aan, genoemde academie.
Jansen heeft veel studie gemaakt van Augustinus. Men zegt, dat hij diens geschriften tegen de Pelagianen 30 maal, en zijn overige publicaties 10 maal gelezen heeft !
Door de studie, die Jansen aan den Kerkvader wijdde, kwam hij tot het inzicht, dat de Roomsche Kerk diens leer geen recht liet wedervaren. Tot Gomarus voelde Jansen zich meer aangetrokken dan tot de Jezuïten, die hij vergeleek met de Arminianen.
Twee jaar na zijn dood verscheen de vrucht van Jansen's levenswerk : een boek over Augustinus.
In het eerste deel vinden we een geschiedenis en de ontmaskering van het Semi-Pelagianisme.
Aan het begin van het tweede deel bepaalt Jansen de grenzen van het menschelijk denken. Wijsbegeerte en theologie zijn volgens hem twee geheel andersoortige grootheden. Al bevredigen zijn beschouwingen op dit punt ons niet, — van groot belang is het, dat hij welbewust den strijd aanbindt tegen de Scholastieke methode van Rome.
Overigens ontwikkelt Jansen Augustinus' leer aangaande zonde en genade. Dat hij hiermede een vonk in 't kruit wierp, is licht te begrijpen.
Scherp was het verzet van Roomsche zijde. Vooral de Jezuïten vielen het boek heftig aan. Met het gevolg, dat de paus in 1642 de lezing van het werk verbood.
Van de noodzakelijkheid eener reformatie in de Roomsche Kerk was Jansen beslist overtuigd. Maar dat niet alleen. Zijn verdienste is het, een laatste poging te hebben gewaagd, om in zijn kerk de leer van den grooten Kerkvader in eere te herstellen. Hij is daarin niet geslaagd, doch een verwijt mag hem daarvoor niet treffen. In elk geval heeft Jansen's werk dit resultaat gehad, dat Rome zijn houding ten opzichte van het Augustinianisme heeft moeten bepalen. Wij weten nu, waaraan we toe zijn. Door de bestrijding van Jansen c.s. heeft Rome welbewust gekozen voor het Semi-Pelagianisme, met al de dwalingen daaraan verbonden.
In verschillende bullen 1653, 1656, 1664, 1705 en 1713 werd het Jansenisme, en daarin Augustinus, en zelfs Paulus veroordeeld, en later werd de bul van 1713 nog meermalen bevestigd. ^)
Ten slotte een beknopte beantwoording van een vraag, die mogelijk bij sommige lezers opkomt : waarin bestaat de overeenstemming en het onderscheid van de Oud-Katholieke Kerk en het Protestantisme ?
In een paar citaten van een hoogleeraar aan het Seminarie der Oud-Katholieke Kerk is liet antwoord wellicht het best samen te, vatten.
„Waar de Hervorming terugkeert tot het Evangelie van Jezus, waar zij opruiming houdt onder een massa instellingen en gebruiken, met dat Evangelie in strijd, waar zij vrijheid stelt tegenover inquisitie, waar zij menschvergoding verwerpt en naast den eenen God geen onfeilbaren paus erkent, daar reikt de Oud-Katholieke Kerk haar de hand en zegt haar : wij zijn zusters, laat ons samenwerken aan de stichting van het ware Godsrijk op aarde". ^)
„Anders staat het met misoffer en bizonder priesterschap. Die beiden vormen wel het principieele onderscheid tusschen Protestantisome en Katholicisme. Aan beiden zijn ook in de Roomsche Kerk groote misbruiken verbonden, geweest, en te verwonderen is het niet, dat zij, en eveneens de met hen samenhangende aflaat en biecht, den Protestanten den 'meesten afkeer inboezemen. Daar nu de Oud-Katholieken althans den vorm der Roomsche mis hebben behouden, is het begrijpelijk, dat de Protestanten, uitgaande van de voorstelling, die de Roomsche verbasteringen hebben opgewekt, hen met schele oogen aanzien". *)
Uit deze enkele passages kan de overeenstemming van de Oud-Katholieke Kerk met het Protestantisme duidelijk worden. Zonder daarover een breed betoog te geven, is wellicht evenzeer duidelijk, dat onze afkeer van de Roomsche Kerk niet ligt in allerlei verbasteringen, die daar gevonden worden; want tegen de vermeende zuiverheid der Oud-Katholieken hebben wij niet minder bezwaar.
Al is er bij de Oud-Katholieken wel een en ander, dat niet onsympathiek aandoet — er blijven zoovele onoverkomelijke theologische en kerkrechtelijke bedenkingen over, dat er van een geestverwantschap van hen met ons niets overblijft !
Al klinkt er bij de Jansenisten wel eens iets erg Protestantsch — men denke er aan : wanneer twee hetzelfde zeggen, dan is het nog niet hetzelfde !
D.
d. Z.
1) J. H. Rerends, De Oud-Katholieke Kerk van Nederland, blz. 4, 5.
2) Dr. H. Ravinck, Gereformeerde Dogmatiek, eerste deel, vierde druk, Kampen 1928, blz. 129.
3) Berends, t.a.p., blz. 4, 5. ^) 'blz. 6.
Naschrift.
In het Mei-nu'mmer van het Apologetisch Maandschrift „Het Schild", komt een oordeel van Roomsche zijde over het Jansenisme voor, dat interessant genoeg is om het nog even door te geven. Het luidt als volgt :
„De Oud-Katholieken worden inderdaad Jansenisten genoemd. Zij echter beschouwen dien naam als een scheldwoord, en daarom stel ik voor, maar liever Oud-Katholieken te zeggen. U zegt, dat de Oud-Katholieken zoo bijzonder zachtzinnig zijn. Ik kan daarover niet voldoende oordeelen, maar ik weet wel, dat ze het zeker niet zijn tegenover de Katholieken. In hun geschriften en hun optreden zijn ze meestal fel anti-Katholiek, op 't anti-papistische af. Zij worden Jansenisten genoemd naar Cornelius Jansen, bisschop van Yperen, wiens door Rome veroordeelde leer zij aanhangen".
Tot zoover prof. Otten in de „Correspondentie" van „Het Schild". (19e Jaargang, blz. 526, V.V.).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's