RONDOM DE LEESTAFEL
De ZWIJNDRECHTSCHE NIEUWLICHTERS, door Is. J. Reedijk. Uitgave : Wed. Plancken & Zoon. Zwijndrecht 1938.
20 Juni 1938 zal het 150 jaar geleden zijn dat Maria Leer, die een zoo belangrijke rol bij de Zwijndrechtsche Nieuwlichters heeft gespeeld, geboren werd. Vandaar dit boekje, door een Zwijndrechtenaar geschreven en door een Zwijndrechtsche firma uitgegeven. Wie zijn die Zwijndrechtsche Nieuwlichters ? Welke godsdienstige, welke sociale beginselen leefden bij hen ? Kunnen ae „(Godsidienstige Socialisten" 'Worden genoemd' (prof. Quack)? Of is hier misschien sprake van „Communistisch-Bijbelsch-Christendom "? (dr. Marang) ?
In dit kleine boekje wordt in hoofdstuk 1 gegeven : „Objectieve beschrijving van de Zwijndr. Nieuwlichters: ", blz. 11—30) ; in hoofdst. 2 wordt gehandeld over: „Hun godsdienstige opvattingen" (blz. 31—4il) ; hoofdstuk 3 is verdeeld in : a. Het karakter van hun levensgemeenschap ; in hun beteekenis voor het godsdienstige leven van de 19de eeuw (blz. 42—50).
We komen in aanraking met een groep eenvoudige menschen, die zich geroepen voelde hun christelijke idealen in practijk te brengen ; onder leiding van Maria Leer, een gewone, eenvoudige vrouw ; Stoffel Muller, een schipper; Schout Valk en zijn vrouw Helena van der Grijp, en Arie Goud en zijn vrouw Saartje Wulfse (na 1819 was Kaaije Bender zijn vrouw, met wie Goud niet voor den burgerlijken stand, maar „voor de broederschap" getrouwd was).
Maria Leer, geb. 20 Juni 1788 te Edam, verloor vroeg haar ouders en werd opgevoed in het „Arme-Weeshuis" te Edam, ; 6 Nov. 1806 werd zij lidmate der Hervormde Kerk (hoewel Luthersch van geboorte zijnde). Als naaister woonde ze later in Amsterdam ; ds. Tindal was haar lievelingspredikant. Stoffel Muller werd 16 Febr. 1.771 te Puttershoek geboren, zoon van een turfschipper ; hij trouwde met Helena Groenendijk. In godsdienstige gezelschappen had hij veel Bijbelkennis opgedaan en las ook veel in de H. Schrift, vooral 's winters als hij niet varen kon. Hij kwam tot allerlei „verlichte denkbeelden", maar de menschen van Puttershoek wilden niet veel van deze dingen weten ; ook z'n vrouw en zoons niet. Z'n kinderen wilden zelfs met zoo'n dweper niet samenwonen. En Stoffel Muller, zich eenzaam voelend, vertrok naar Waddingsveen ; daar vond hij meer aanhang en wilde de menschen (veelal eenvoudige landarbeiders) terugbrengen tot „een leven van onderlinge liefde en broederzin". Hij stichtte een „broederschap" met „geestelijke verwantschap, maar ook gemeenschap van goederen" (met beroep op Hand. 2 en 4). Voor dit plan vond hij zelfs instemming bij Schout Via Ik, sedert 1815 burgemeester van Waddinxveen, die daarom niet herbenoemd werd als burgemeester (mee door toedoen van den Kerkeraad) en toen met Stoffel Muller naar Amsterdam ging; ze zouden dan bovenlandsche aken koopen, die naar de werf in Puttershoek brengen, om ze daar te sloopen en de afbraak te verkoopen ; velen zouden daardoor werk vinden. Hij vertrouwde op de Puttershoekers, dat ze met hem nog wel zaken zouden willen doen. Maria Leer kwam in die dagen met den turfschipper Stoffel Muller in aanraking en maakte ook kennis met Valk en sloot zich bij de beweging aan. Een 40-tal Wurtembergsche gezinnen vertoefden toen juist in Amsterdam, gereed om naar Amerika te vertrekken, waar zij in gemeenschap van goederen wilden gaan leven ; wetende, dat daar nog meer van zulke menschen waren. Onder deze laatste groep leefde ook de gedachte aan een duizend-jarig vrederijk op aarde (in Amerika). Met drie aken gingen Maria Leer en Stoffel Muller (en eenigen van de Duitschers) over de Haarlemmermeer en langs Waddinxveen naar Puttershoek. In Waddinxveen werd door 'n schier waanzinnige vrouw na een begrafenismaal, met loshangende haren profeteerende, verteld, dat zij Maria Leer en Stoffel Muller als Adam en Eva in het Paradijs had gezien ! Stoffel Muller vond dat zóó prachtig, dat hij er dadelijk op in ging en de menschen riepen, dat dit het eerste menschenpaar was van een nieuwen hemel en een nieuwe aarde. Arie Goud en zijn vrouw, welgestelde menschen uit Rotterdam, wilden nu gaarne meewerken aan de onderneming te Puttershoek. Opspringende van hun zitplaatsen, raakten allen in geestvervoering, elkander den eed van trouw belovend bij hun verbintenis tot stichting en verbreiding van een nieuw Godsijk op aarde. Dit is de geboortedag van de later z.g. Zwijndrechtsche Broederschap (1816). Ze namen een gelijkvormige kleederdracht. aan en leefden voortaan in gemeenschap van goederen. De mannen droegen een duffelsche buis en een duffelsche broek, de vrouwen een zwart baaien rok en jak, terwijl het schoeisel uitsluitend uit klompen zou bestaan.
3 Juli 1817 zette men op de scheepstimmerwerf van Willem Visser te Puttershoek voet aan wal; maar een groote hoop menschen scholden hen uit en op bevel van den veldwachter moesten ze weer in de aken gaan en midden op de rivier de Oude Maas gaan liggen. Na veel wederwaardigheden verzamelde men zich weer te Waddinxveen ten huize van Valk, waar Arie Goud een bevlieging kreeg, om alles wat naar „weelde of schoonheid zweemde, te verwijderen; hij schopte de matten van de vloer, haalde de gordijnen voor de ramen weg en keerde de spiegel en de schilderijen achterstevoren, enz. Heel de groep werd toen naar Gouda gebracht en in de gevangenis opgeborgen. Intusschen werden de aken in Puttershoek gesloopt.
Men trok later naar Polsbroekerdam, waar een geestverwant z'n woning ter beschikking stelde, en waar men een schuur huurde, om daar zwavelstokken te maken, om die te gaan verkoopen en zoo in hun onderhoud te kunnen voorzien. Hendrik van Dijk uit Leiden gaf een schuit (11818) en zoo bracht men de zwavelstokken naar Oudewater, Gouda, Leiden en Rotterdam. De verkoop ging goed, want de zwavelstok werd toen algemeen gebruikt.
Maria Leer was intusschen moeder geworden van een dochter (1819) en Muller weigerde dit kind bij de burgerlijke stand aan te geven. Hij werd toen veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf. Later is hij vrijgesproken, omdat bevonden werd, dat eigenlijk de vroedvrouw de schuldig'^ was, omdat „de vader ontbrak". Zij werd tot een lichte boete veroordeeld.
Na veel wederwaardigheden (ook nog gevangenisstraf) kwamen Maria Leer, Stoffel Muller en Valk in 1820 (men had zich laten schrappen als lidmaat der Hervormde Kerk) te Puttershoek op de scheepstimmerwerf van Willem Visser. De aak lag in 's-Gravendeel. Het aantal leden der broederschap nam sterk toe ; men kocht een huis, en de handel in zwavelstokken breidde zich uit tot zelfs in Friesland en in Zeeland. In den strengen winter van 1822—'23 deden ze veel goed in het dorp Puttershoek door de armen wekelijks erwtensoep te geven ; hetgeen de gezindheid jegens de Broederschap der Nieuwlichters aanmerkelijk verbeterde ! Velen uit den omtrek traden toe tot hun kring. Valk vertrok daarna met z'n vrouw naar Mijdrecht, om daar te wachten op de wederkomst van Christus en de stichting van diens Rijk op aarde. De Broederschap verplaatste zich toen van Puttershoek naar Zwijndrecht, waar Willem Visser een scheepsmakerswerf te koop wist (1829). Het is de plaats, waar nu de houthandel van de Gebr. Visser (nakomelingen van de Zwijndrechtsche Nieuwlichters) zich bevindt. Daar is de bloeitijd voor de Broederschap geweest. De handel in zwavelstokken werd toen uitgebreid met een handel in chocolade, onder de stevige leiding van Stoffel Muller, die de gemeenschap van goederen niet maar alleen wenschelijk achtte voor de maatschappij, maar noodig ter zaligheid. Enz.
Men leze dit mooie boekje, waaraan we bovenstaand relaas ontleenden, om, een inzicht te geven in den opzet en een proeve van den inhoud.
Voor verdere lectuur zie men : D. N. Anagrapheus: „De Zwijndrechtsche Nieuwlichters" (volgens de gedenkschriften van Maria Leer. Amsterdam 1892) en dr. G. P. Marang: „De Zwijndrechtsche Nieuwlichters". Dissertatie 1909.
KERK EN WERELD, practisché brochures over belangrijke religieuze onderwerpen. Redacteuren zijn : prof. dr. F. W. Grosheide ; ds. J. Overduin, dr. G. Brillenburg Wurth. Uitgave : J. H. Kok. Kampen.
Wij hebben deze 14 boekjes nog eens even naast elkaar voor ons gelegd. Wat een prachtige verzameling. Wat een mooie reeks practisch geschreven brochures, allen handelend-over belangrijke religieuze onderwerpen, geschreven door alleszins bekwame theologen, al is er één van een niet-theoloog bij, n.l. van dr. R. van Deemter, leeraar te Arnhem. Voortreffelijk werk. Omdat het zulke belangrijke onderwerpen aan de orde stelt en omdat alles zoo buitengewoon goed wordt besproken, om daardoor inderdaad leiding te geven aan het christelijk leven.
1. Hoe verwachten wij Jezus" komst? door prof. Grosheide. Over „de laatste dingen" wordt hier gesproken.
2. Onze Wandel door dr. Brillenburg Wurth. Over onzen christelijken wandel, die noch in farizeïsme, noch in wereldgelijkvormigheid mag opgaan.
3. Christelijk sterven, door ds. K. Fernhout Mzn. De grijze predikant spreekt hier met ons over een teer onderwerp.
4. Liefde en trouw, door ds. Th. Delisman. Een woord voor gehuwden en voor wie spoedig denken te trouwen.
5. Discipelschap in het gezin, door ds. P. Ch. van der Vliet. Door de moeilijkheden heen wordt ons hier de weg gewezen.
6. Hoe moeten w ij huisbezoek doen, door ds. J. Overduin. Voor dominees, die bezoeken moeten en voor gemeenteleden, die bezocht worden.
Evangelisatielectuur van de beste soort.
7. Verkondiging en Zielszorg, door dr. Brillenburg Wurth. Beide zaken, die van 't grootste belang zijn en ernstig en degelijk hier worden behandeld door een man van gezag en naam.
8. Heiligmaking, door dr. R. van Deemter. Een niet-theoloog, die ook over de Buchman-beweging schreef, behandelt hier een moeilijk onderwerp op voortreffelijke wijze.
9. Discipelschap in de fabriek, door Ir. B. ter Brugge. Ook een niet-theoloog, die uit en voor de practijk spreekt, als een overtuigd christen, die weet wat onze moderne tijd noodig heeft.
10. Leven uit het geloof, door ds. H. Veldkamp. Deze dominé, die zoo mooi schrijven kan (we denken aan de twee deelen, over het boek Ezechiël), behandelt hier met ons het leven uit het geloof, met worsteling en vreugde voor den christen.
11. Evange1isatie onder hoogere standen en meer ontwikkelden, door ds. J. Verkuyl. Er is nog een andere Evangelisatie dan onder de paupers met eenvoudige tractaatjes ! Ds. Verkuyl, die veel onder studenten werkt, spreekt er met ons over.
12. Schuldbesef, door dr. E. D. Kraan. Zondebesef, schuldbesef, is het onderwerp dat dr. Kraan ernstig en grondig behandelt.
13. Hoe komt Jezus tot ons? door dr. P. Prins. De bekende dominé van Deventer, bekend door zijn evangelisatiearbeid en door zijn dissertatie over Het Geweten, handelt over dit belangrijke onderwerp.
14. Ambtelijke zielszorg en Zekerheid des geloofs, door ds. J. van Herksen. Waaruit komt het tekort aan geloofsverzekerdheid voort ? Hoe moeten ambtsdragers hier optreden ? Welke middelen staan ons ten dienste den twijfel te bestrijden en tot zekerheid te brengen ? Hierover spreekt ds. Van Herksen.
Gaarne vestigen we op deze buitengewoon keurige boekjes de aandacht. Hier is voortreffeijk werk. Dat zéér practisch verband houdt met allerbelangrijkste vragen en moeilijkheden rakende ons religieuze leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's