MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming- uitgever J. H. Kok te Kampen
Velen zijn tot de overtuiging gekomen, dat de Bijbel heel iets anders bevat dan tot nog toe verkondigd werd, en bovenal, dat de, nood van het hart eens menschen voor de eeuwigheid veel grooter is, dan dat deze met een zedelesje of een heenwijzing naar het groote voorbeeld, dat wij in Jezus van Nazareth hebben, kan worden weggenomen. Jurjens Griet, die bij vele menschen over den vloer komt in een tijd, dat er groote behoefte aan de uitredding Gods is, laat niet na daar van te spreken en daarbij meteen te wijzen op de groote noodzakelijkheid, om in leven en sterven den troost te hebben, dat men het eigendom van Jezus Christus is geworden. En zij staat hier lang niet meer alleen. Dezer dagen werd ik zelfs door ouderling Bouma aangesproken, toen ik daar met mijn wagen kwam. „Gaat 't langer zoo wel goed. Murk ? " vroeg hij. Eerst begreep ik hem niet en vroeg naar zijn bedoeling. En toen kwam het. „Ik bedoel met de kerk en den dominé", zei hij. „'t Is alles zoo licht op 't gewicht, wat wij te hooren krijgen, en daar kan zooveel op dóór. Nog nooit hebben wij hier zulke wonderlijke preeken gehad. Dat gaat over alle nieuwtjes van den dag, en de wedrennen, en de tooneelstukken van de hedendaagsche kunstenaars in het buitenland, waar dan ook zoo iets van den godsdienst bijkomt, dingen, waar een eenvoudig mensch niets van begrijpt en ook niets aan heeft". „Heb je het al eens tegen den dominé zélf gezegd", vroeg ik. Maar daar had hij geen vrijmoedigheid voor". „'kBen lang niet tegen den dominé opgewassen", zei hij, „en weet eigenlijk ook niét, wat er aan hapert. Maar dat het niet goed gaat, dat is zéker", „'t Is je plicht als ouderling dat ds. Lauwers zelf dan te zeggen, Bouma", antwoordde ik. „Je zult je eigen geweten daardoor ontlasten, en hém zoowel als de gemeente een dienst doen". „Zouden er meer zijn, die daar zoo over denken ? " vroeg hij weer. En toen ik hem verzekerde, dat dit ongetwijfeld zoo was, scheen hij moed te grijpen en beloofde hierover te zullen nadenken. Vanmorgen sprak ik hem opnieuw. Werkelijk had hij verleden Zondag na afloop van de preek het gewaagd, bedenkingen in te brengen tegen sommige uitdrukkingen, doch met het gevolg, dat de dominé boos wegliep en de andere leden van den kerkeraad, .uitgezonderd bakker Deelstra, die administreerend diaken is, hem hard vielen, 't Gevolg is geworden, dat Bouma sterk er over denkt te bedanken als ouderling, wat ik hem, evenwel heb afgeraden. Daarop heeft hij mij gevraagd ook eens met den dominé te willen spreken, omdat dit toch gemeentebelangen zijn. En zoo kwam ik er toe vanavond een bezoek aan de pastorie te brengen. Evenwel met den zelfden uitslag. Ds. Lauwers is een vurige jonge man, met groote kennis van vele dingen, maar ik vrees, dat het voornaamste ontbreekt en tegenspraak duldt hij niet. De gevolgen .zullen zich echter niet laten wachten. Daar ontwaakt een behoefte aan het levende Woord, en dit is geen menschenwerk. Als de Geest Gods begint te arbeiden, is er niemand, die Hem keeren kan. 'k Zou zoo gaarne willen, dat dominé ook in dezen stroom kwam, doch zoo niet, dan kan de splitsing niet uitblijven. Morgenavond is er een bijeenkomst bij Bouma van eenige genoodigden en daar zal verder beslist worden, wat er dient gedaan, om de gemeente voor ondergang te bewaren. Ik vrees zoo voor overijling en ben bang voor alles wat scheurt en scheidt. En toch voel ik óok, dat men Gode meer moet gehoorzamen dan de menschen. 't Is dezelfde strijd, welke voor en na in tal van gemeenten gekomen is en op verschillende wijzen gevoerd en ook tot een verschillend einde werd gebracht, maar waarbij het toch ging om één zaak : het Woord Gods tot zijn recht te doen komen in het midden van de gemeente. Waar dit nu op uitloopen zal, weet ik niet. Men heeft mij ook gevraagd te komen. Wat wij meer dan. ooit noodig hebben, dat is de leiding des Geestes, om bewaard te worden voor verkeerde stappen en alleen te bedoelen, wat tot verheerlijking .Gods dienen kan. Dat houdt, mij bezig en daarover peins ik".
Nog nooit, zoo lang hij in haar huis woonde, had Murk zóó aan haar gezegd, wat er leefde in zijn hart. Voor vrouw Kalma waren dit zooveel openbaringen. Toch voelde .zij dieper, dan men misschien zou denken, waar het hier om ging en. wat van dit alles de gevolgen zouden kunnen zijn. Zwijgend schonk zij nog een kop thee. Het naaiwerk had al lang rust. Ook zij was met haar gansche hart bij de zaak, waarover het zou komen te gaan.
Eindelijk sprak zij : „Niet door kracht of geweld, maar door Mijnen Geest zal het geschieden, spreekt de Heere".
En opnieuw bemerkte Murk, dat zij niet vreemd meer was aan het Koninkrijk Gods.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's