MEDITATIE
GODS VINGER
Dit is Gods vinger!
Exodus 8 vers 19.
Tot het geslacht van Israël zegt Jezus : „De mannen van Ninevé zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht, en zullen het. veroordeelen ; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona ; en ziet, meer dan Jona is hier ! De Koningin van het Zuiden zal opstaan in het oordeel met dit geslacht, en het veroordeelen ; want zij is gekomen van de einden der aarde, om te hooren de wijsheid van Salomo : en ziet, meer dan Salomo is hier !"
Zullen ook met ons geslacht nog meerderen opstaan om het te veroordeelen ? Zullen ook de Egyptische toovenaars onder hen zijn ? Ge kent de geschiedenis. Op Farao's weigering het volk van Israël te laten trekken, komt de Heere met Zijn plagen. En zie, bij de derde plaag moeten de machtelooze toovenaars voor Farao belijden : Dit is Gods vinger.
Kennen wij die belijdenis nog ?
Wij leven in een tijd van oordeel op oordeel, van verwarring op verwarring. Nu zijn er, die door Gods genade waarlijk Gods vinger in dit alles erkennen. Maar er zijn er óok, die hiervan niets willen weten en openlijk woeden tegen God en Zijn bestuur. Terwijl zich het volgende ook zoo vaak voordoet. In bepaalde gevallen zijn v/e er dan direct bij om te constateeren : „Dat is Gods vinger". Daar valt een vliegmachine. Op Zondag. Menschen komen om het leven. Onmiddellijk kan men het hooren : Wat doen ze ook op Zondag te vliegen. Iemand leeft slecht, 't Loopt mis. ,, Natuurlijk" — zeggen wij — „dat kan ook niet anders. Dat is Gods vinger", 't Is in deze gevallen heel gemakkelijk zoo te spreken. We meenen zelf buiten schot te zijn. Die vinger Gods wijst naar anderen, maar niet naar ons. Die vinger Gods straft anderer zonden, niet de onze. Want wij vliegen niet op Zondag. En wij leven niet slecht. We zien dan ook zoo dikwijls iets heel anders, wanneer het gaat over iets dat ons allen treft, of waar we vooral zelf bij betrokken zijn. Dan zeggen wij : hoe is 't mogelijk, dat het zus of zoo geloopen is. De menschen mogen me niet lijden. De wind is me tegen. Zelfs wordt wel gehoord; Waar heb ik dat nu aan verdiend. Wordt er zoo niet gesproken in de tegenslagen en wordt er zoo niet in geworsteld tegen God ? Hoe komt dat, dat wij, nu het onszelf betreft, niet van harte belijden var onszelf : dit is Gods vinger ? Wel, we willen niet belijden, dat bij ons de oorzaak te zoeken is, waarom God naar ons wijzen moet. We willen niet toestemmen dat hem dat zit in onze ongehoorzaamheid om naar Gods bevelen te luisteren. Of anders gezegd : We willen zelf niet als schuldig zondaar in Gods hand vallen en Hem smeeken om genade en geen recht.
Och, lezer, als we ons van die verharding eens lieten genezen. Dan kwamen we, waar onze plaats is. Als verootmoedigde, schuldige zondaren moeten wij leeren buigen onder Gods vinger, 't Moet dus, wil het waarlijk goed zijn, nog anders dan bij de toovenaars. In de oordeelen moeten wij onszelf aangewezen zien. Dan hebben wij het niet meer over dit volk of dat volk, over dien man of die vrouw, dan hebben wij verstaan dat het om ons te doen is en wij buigen het hoofd met de belijdenis: Ik heb gezondigd.
We zouden met Gods werken maar weinig ernst behoeven te maken, wanneer die werken niet veel te beteekenen hadden. Maar Gods arbeid is juist van het allergrootste gewicht. Zie hier maar in Egypte. God wil Israël bevrijden. God wil dus door de oordeelen Zijn woord, dat Hij eens gesproken heeft, waar maken. Houdt dat goed vast. En vergeet dan ook niet, dat God dat waarlijk niet doet omdat Israël het verdiend heeft. Hij doet het, omdat Hij naar Zijn welbehagen Zijn Naam met dit volk heeft willen verbinden. Naar Gods belofte zou uit dit volk de Christus voortkomen. En daarom, als de Almachtige Zijn vinger uitstrekt, dan gaat het om Hemzelf, om Zijn Woord, om de komst van Zijn Zoon, om Zijn Rijk, om de volvoering van Zijn heilsraad, om de toebrenging ook van allen die naar Zijn voornemen geroepen worden. Dit werken Gods speurt ge de gansche Schrift door. Dit werken Gods is er tot op den huidigen dag. Aan Satan's macht worden grenzen getrokken. Zoo bezien, wordt onze tekst een voorspel van Golgotha, van de opstanding van Christus uit de dooden. In dezen Christus wordt Gods vinger als 't ware vleesch en bloed, in Hem volvoert God Zijn Raad en vermorzelt Hij den kop van den Satan. En dit is weer het voorspel van het eindoordeel. Dan wordt Gods vinger geopenbaard in macht en majesteit, Zijn volk gered en de Satan geworpen in de poel, die brandt van vuur en sulfer. Hierin ligt geweldige ernst en rijke vertroosting.
Geweldige ernst. Gods werk is niet te keeren ; als ge Hem dus weerstaat en weerstaan blijft, dat zal dat op uw ondergang moeten uitloopen. Afrekening wordt gehouden met alle vrome en goddelooze werkers der ongerechtigheid. In de kerk en buiten de kerk. Merk daarop, opdat ge een wijs hart moogt bekomen.
Rijke vertroosting. God werkt ook nu door de oordeelen heen de komst van Zijn Koninkrijk. God werkt dus voor allen, die van Koning Christus alle heil leeren verwachten. Als 't zoo met u is, dan moogt ge het weten : de oordeelen zijn tot uwe bevrijding en tot bevrijding van allen die leeren rusten in Christus' verdienste. Uw verlossing komt nabij.
Wat zal het voor ons zijn ? Als 't goed is, moet gij ook in alle moeiten en tegenslagen Gods vinger zien, die maar zwijgt. Als dat niet gebeurt, dan gaat ge naar huis, net als Farao, en ge zet er uw hart niet op. Eén ding is zeker : Gods vinger wijst naar u, ook als ge hoort van oordeelen in anderer leven. Want we behooren allen tot een en hetzelfde geslacht. Gods vinger wijst naar u in het sterven uwer geliefden, in moeite en tegenslag. En nu heeft de Heere met dat wijzen nog niet uw ondergang op het oog, maar uw leven, 't Zal toch zeker niet de eerste maal zijn, dat ook door middel van de druk en de oordeelen God een weerbarstig mensch klein heeft gekregen. Als het onder den vinger des Heeren zóó wordt, dan wordt het goed. Dan zien we eigen tegenstand en eigen zonde aangetoond. Dan gaat het algemeene er af, dan weten we dat we 't hoofd te buigen hebben met de belijdenis : Heere, ik sta U tegen. Ik ben een dienstknecht des Satans. Ik heb Üw werk willen verijdelen. Welgelukzalig, als we zoo in dézen nood staan voor Gods aangezicht. Want alleen in dezen weg leeren we verstaan de reddende beteekenis van Gods vinger in den Heere Jezus 'Christus. God brengt dan immers de Satan ook in ons leven aan de grens van zijn macht. Maar dat niet alleen. Gods vinger gaat juist doorwijzen. Verslagene, neergeworpene. God wijst u op Christus Jezus. Hij wijst u op de oordeelen. En Hij zegt tot u : dat werk heb Ik alles voor u willen werken om u te verlossen uit de macht des Satans en te brengen, in het Koninkrijk der hemelen.
Door die barmhartigheid des Heeren wordt de verdrukte voor wanhoop bewaard en de neergeworpene weer opgericht uit het stof. Dan wordt het ervaren, dat door het oordeel henen Gods Naam tot zaligheid geopenbaard wordt. Dat Jezus Christus in de heerlijkheid van Zijn verzoenend lijden en sterven wordt gekend door het hart.
Ieder nu, die toegebracht wordt tot de gemeente van Christus, leert in het eigen leven de vinger Gods in zijn tweeërlei uitwerking kennen. In Zijn oordeel — en door het oordeel henen juist in Zijn verlossing. Zoo arbeidt God in het leven van al degenen, die Hij trekt uit de macht der duisternis en uit het dienstbuis der zonde. Want, och, hoe staat het met de discipelen. Hoe staat het met den Satan in het leven der discipelen. De discipelen komen weer zoo dikwijls aandragen met eigen werk. Telkens is er weer doofheid en onwil. Verharde harten treft ge helaas niet alleen aan bij den wereldling, maar ook nog bij die God vreezen. Dan wordt zoo weinig gezien en verstaan van de verlossingsdaden des Heeren. Dan worden ook in de wereld de oordeelen zoo weinig gezien als een middel, waardoor God Zijn Koninkrijk doet komen en waardoor Hij Zijn gemeente bereiden gaat het hemelsche Kanaan. En daarvan maakt Satan gebruik. Om de openbaring van Christus in net hart tegen te staan. Om de discipelen te doen murmureeren onder de nood. God echter laat niet los. God werkt door. Crises zal in de Zijnen worden verheerlijkt, ^aar dan kan het noodig zijn, dat Gods vinger gevoelig aanraakt in zware verliepen en donkere tijden ook in het persoonlijke leven. Zie de discipelen op zee. Ze zitten midden in de storm. Dé dood dreigt van alle kanten. Dat is Gods vinger. Waarom . Hun hart was verhard, zoodat ze niet gelet hebben op het wonder der brooden. Dan moet deze weg worden ingeslagen om ze de heerlijkheid van Christus te doen zien. Ik hoor Paulus smeeken om de wegneming van de doorn in zijn vleesch. Het gebeurt niet. Anders zou Paulus zich groot gemaakt hebben met wat hij aan openbaring heeft ontvangen. Dan zou hij niet enkel uit genade hebben geleefd. Zoo, zoo leeren nu alle discipelen op wegen die God noodig voor hen oordeelt om ootmoedig, maar ook getroost uit Gods werken in Christus te leven. Denk daaraan, discipelen, als 't moeilijk wordt. Als ge misschien het uitroept: Waarom ga ik steeds in 't zwart vanwege 's vijands onderdrukking. God wil juist door de oordeelen een halt toeroepen aan uw vleesch en bloed. Aan de macht des Satans. Als de Heere dat niet deed, dwaaldet ge nog veel meer af dan nu. In dezen weg wordt ge steeds nauwer verbonden, als verloren doemschuldig mensch in uzelf, aan den volkomen Zalig maker.
Wie dat verstaat, die leert belijden, maar anders en geestelijker en dieper dan de toovenaars, als hij ziet op alles wat gebeurt en ook hem persoonlijk overkomt: Dit is Gods vinger. Ja, maar dan beteekent dat: Dit is over mij Zijn trouw, Zijn redding, Zijn verlossing, Zijn bewaring. Zijn leiding. Dan is de nood geen nood en het oordeel geen oordeel. Neen, dan is 't alles milde overvloed van Zijne gunst. Dan is het alles de vinger van dien God, Die door verdrukkingen inleid in Zijn Koninkrijk.
H.
J. VERMAAS.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's