De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondblik buiten de Grenzen

5 minuten leestijd

„De ware toestand in Abessynië is, dat de Italiaansche regeering in het grootste deel des lands niet haar gezag uitoefent. Zij houdt er slechts agglomeraties bezet door middel van garnizoenen en laat boven het overige deel slechts haar vliegtuigen vliegen" — aldus liet de Negus in de laatste Volkenbondsraadzitting zijn woordvoerder verzekeren. Of eigenlijk was het niet de Negus van Abessynië, die aldus de situatie teekenen liet, doch de heer Haillie Selaissië, die zoo ongeveer als belanghebbend particulier, doch niet als vertegenwoordiger van Abessynië ter zitting van den Volkenbondsraad toegelaten was. De verjaagde Keizer zat te midden der groote staatslieden, met terneergeslagen oogen, terwijl zijn woordvoerder de verklaring voorlas. Zij vochten voor een verloren zaak. Inderdaad blijkt het voortdurend verzet van ongeregelde Abessijnsche troepen het Italiaansche gezag nog zorg genoeg te kosten. Maar als de Negus zelf zegt dat boven het gebied dat nog niet geheel en al aan de overwinnaars onderworpen is, „slechts" vliegtuigen patrouilleeren (en dat zullen wel geen onschuldige sportvliegertjes zijn), dan blijkt alleen daaruit reeds dat Italië de macht in handen heeft. Zonder krachtdadige en veelzijdige hulp van het buitenland heeft de Negus geen schijn van kans om de Italianen uit zijn rechtmatig gebied te verdrijven. En de Britsche minister van buitenlandsche zaken, Lord Halifax, heeft nogmaals verklaard, dat „zulk een gezamenlijke actie, n.l. oorlog, ondenkbaar is en door geen enkel verantwoordelijk man in eenig land wondt voorgesteld". Zoo is inderdaad de nuchtere werkelijkheid, die ook den Negus en zijn raadgevers bekend zal zijn. Het was niet te verwachten, dat de Volkenbondsraad ook maar zou trachten alsnog invloed uit te oefenen op een voldongen feit, dat hij, zelfs onder gunstiger omstandigheden, niet heeft kunnen voorkomen. Het Engelsch voorstel om ieder Volkenbondslid vrij te laten tot erkenning van Italië's overwinning over te gaan, werd dan ook aanvaard. En daarmede werd een streep gezet onder een wel zeer tragisch stukje Volkenbondshistorie. De Negus moge verzekeren, dat, wanneer zijn beroep onbeantwoord blijft, „de oorlog zonder genade zal worden voortgezet tot de triomf der gerechtigheid" — men gelooft hem niet meer.....

Inzake de beide andere „conflicten van den dag", het Spaansche en het Chineesche, heeft de Volkenbondsraad eveneens gedaan wat onder de tegenwoordige omstandigheden 'van hem verwacht werd : niets ! Spanje deed een vergeefsche poging om de Engelsche non-interventie-politiek te torpedeeren, terwijl China voor 't indrukwekkend betoog van zijn woordvoerder, een mooie motie kreeg, waarin China's heldhaftige strijd tegen den Japanschen inval wordt geprezen en het eventueel gebruik van gifgassen wordt veroordeeld.

Tegenover Zwitserland, waar het instituut gevestigd is, nam de Raad een welwillende houding aan. Zwitserland is door zijn ligging wel zeer kwetsbaar, en zelfs onder de oogen van Geneve, voelde het zich onveilig. Vooral na den Anschluss, toen het door niet-Volkenbondsleden (en wat voor !) vrijwel aan alle zijden omringd is. Zwitserland heeft nu het recht gekregen om eigen volstrekte neutraliteit te handhaven, ook b.v. in sanctie-gevallen. Daardoor wordt voorkomen, dat Zwitserland, als gevolg van zijn Volkenbondslidmaatschap, zijn buren behoeft te prikkelen.
Als we tenslotte nog vermelden, dat Chili uit den Volkenbond is getreden, omdat inzake de voorstellen van Chili tot hervorming van den Volkenbond geen voldoende resultaat bereikt was, dan is voldoende duidelijk, dat ook dit jaar de Volkenbondsdag weer onder zeer, zéér sombere omstandigheden gehouden wordt.
In een te Genua gehouden redevoering heeft Mussolini nog eens duidelijk te kennen gegeven dat de as Berlijn-Rome sterk en hecht is. Als de z.g.n. groote democratieën zich op een ideologischen oorlog voorbereiden, zullen — zoo verzekerde Mussolini — de totalitaire staten onmiddellijk een enkel geheel vormen, en tot het einde toe samen oprukken. Terecht achtte de Duce het niet erg waarschijnlijk dat die groote democratieën tot een ideologischen oorlog zullen overgaan. En de Duce heeft niet verklaard dat de totalitaire staten elkaar bij elken oorlog terzijde zouden staan. Heel veel risico loopt hij met zijn nieuwe belofte dan ook niet, en overigens kunnen beloften later altijd nog aan de omstandigheden worden aangepast, oftewel geheel worden vergeten.
Maar aangezien de wereldpers over 't algemeen niet erg onder den indruk is gekomen van het vriendschapsvertoon dat bij gelegenheid van Hitler's bezoek ten toon werd gespreid, heeft Mussolini het blijkbaar nuttig geacht enkele groote woorden aan de „as" te wijden.
Aan ’t accoord met Engeland werden eenige vriendelijke woorden gewijd, terwijl er aan herinnerd werd dat er tusschen Frankrijk en Italië, die ook toenadering zoeken, nog verschil van inzicht bestaat over Spanje. De een staat aan de zijde van Barcelona, de andere aan de zijde van Franco.

Tot verrassing van velen heeft Henlein, de leider der Sudeten-Duitschers, deze week een bezoek gebracht aan Londen. Hij heeft daar geconfereerd met verschillende politieke kopstukken, die weliswaar niet tot den kring der officieele Engelsche diplomaten behooren, doch die achter de schermen toch een belangrijken invloed uitoefenen. De voornaamste hunner was Sir Robert Vansittart, die tot voor kort permanent ondersecretaris van Buitenlandsche Zaken was, en thans als diplomatieke adviseur van Foreign Office een niet zeer duidelijke, maar ongetwijfeld zeer belangrijken invloed uitoefent. Wat Henlein nu precies met de Londensche heeren heeft besproken, is niet bekend. Maar zijn bezoek wordt in ieder geval als een goed voorteeken gezien. Wanneer de Sudeten-Duitschers, immers, op commando van Berlijn, den eisch van onafhankelijkheid zouden handhaven, ware een samenspreking van Henlein met Britsche politici overbodig. In Londen verwacht men van Tsjecho-Slowakije dat het, zoover maar eenigszins mogelijk is, aan de verlangens der Duitsche minderheid tegemoet zal komen, .maar anderzijds dient Henlein, wil hij op den diplomatieken steun van Engeland kunnen rekenen, ook niet al te hoog van den toren te blazen. Zouden de heeren nu een bemiddelings-plan besproken hebben ?
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's