KERK, SCHOOL, VEREENIGING
NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Beroepen :
te Valkenburg (Z.-H.) E. Broekema te Doorwerth — te Echteld J. J. H. van Ree te Mijnsheerenland — te Oudenhoorn J. A. Fricke, cand., hulppred. te Oosterwierum — te Marum A. Burger, emer. pred. te Uithuizen — te Ureterp-Siegerswoude M. G. Rosbergen te Noordwijk (Gr.)
Aangenomen :
naar Hardegarijp (toez.) J. Schmidt te Oosterlittens — naar Hall (G.) (toez.) J. Bouwers, cand. te Groningen — naar Hoogvliet J. J. Koning, cand. te Hoogvliet.
ACTE GODSDIENSTONDERWIJZER.
Aan den heer P. H. Hulstra Jr., te Scharnegoutum, is door het Classicaal Bestuur van Sneek, na gehouden examen, de acte uitgereikt van Godsdienstonderwijzer.
AFSCHEID, BEVESTIGING EN INTREDE.
Ds. F. H. PLOOIJ.
Ds. F. H. Plooij, te Langweer, hoopt Zondag 19 Juni afscheid te nemen van Langweer en Zondag 26 Juni zijn intrede te doen te Elst (O.B.), na bevestigd te zijn door ds. J. A. van Selms, van Nijmegen.
Ds. G. J. GEURTSEN.
Na des morgens bevestigd te zijn door ds. A. Luteijn, van Nijkerk, met Hand. 1 vers 8b, deed Zondag j.l. ds. G. J. Geurtsen, gekomen van Brummen, als hulpprediker, zijn intrede te Jutphaas met Psalm 121 vers 1 en 2.
Ds. H. TALMA.
Ds. H. Talma, te Kamperveen, hoopt Zondag 10 Juli afscheid te nemen van Kamperveen en Zondag 17 Juli intrede te doen te Neder-Langbroek, na .bevestigd te zijn door ds. K. J. van den Berg, van Amersfoort.
CAND. E. SARABER Jr.
De heer E. Saraber Jr., cand. tot den H. Dienst te Boven-Leeuwen, hoopt Zondag 26 Juni zijn intrede te doen te Zandeweer, na des ochtends bevestigd te zijn door ds. E. Saraber te Boven-Leeuwen.
EMERITAAT. Aan ds. L. H. van der Meiden, Chr. Gereform. pred. te Den Haag, is in verband met zijn benoeming tot hoogleeraar aan de Theologische School te Apeldoorn, met ingang van 1 September a.s. eervol emeritaat verleend. .Ds. Van der Meiden, geboren in 1882, werd in 1912 candidaat en was achtereenvolgens predikant te Enschedé, Dordrecht en (sinds 27 Oct. 1907) te Den Haag.
Ds. Van der Meiden hoopt 30 Augustus afscheid te nemen van zijn gemeente.
Ds. A. ADRIANI.
Ds. A. Adriani, te Delfshaven, hoopt 2 Juni a.s. te herdenken, dat hij vóór 25 jaar zijn ambt aanvaardde te Seroostkerke (Schouwen). Vervolgens stond hij te Rekken, waar hij ontslag nam wegens zijn benoeming tot Algemeen Secretaris van het Ned. Jongelings Verbond. In 1923 deed bij weder intrede te Baarn, welke standplaats hij in 1932 voor Delfshaven verliet.
BESTUURSLID ALGEMEENE SYNODE.
Het Provinciaal Kerkbestuur van Noord-Holland heeft benoemd tot lid van de Algem. Synode der Ned.Hervorm.de Kerk: dr. G. Oorthuys, pred. te Amsterdam, en tot .zijn secundus dr. F. W. J. van de Poel, pred. te Den Helder.
Het Prov. Kerkbestuur van Friesland koos als lid van de Synode ds. J. Hoekstra, van Ternaard (orthodox), in de plaats van het aftredend vrijzinnig lid. Ds. Hoekstra is eindredacteur van Hervormd Zondagsblad voor Friesland en een bekend voorstander van reorganisatie in Confessloneelen zin.
PROF. DR. H. VISSCHER.
Prof. dr. H. Visscher, oud-lid der Tweede Kamer, heeft Zich metterwoon gevestigd te Nijmegen. Hij heeft zijn attestatie niet ingediend bij de Ned. Hervormde Gemeente aldaar, maar bij de Waalsche Gemeente ter plaatse.
Tot dusverre woonde prof. Visscher te Huis ter-Heide.
DE REORGANISATIE.
Prof. dr. P. Scholten, mr. H. Mulderije en prof. dr. C. G. Wagenaar, verzoeken te willen mededeelen, dat door een betreurenswaardig misverstand in hun brochure ,,Critiek en Amendementen op de Reorganisatievoorstellen 1937 een fout is ingeslopen in de redactie van Art. 6 Algem. Reglement. Sub 5 moet gelezen worden : „De zorg voor de belijdenis door hervorming en handhaving, opdat het geloof der kerk in hare verkondiging en in hare belijdenis geschriften en liturgische formulieren steeds zuiverder tot uitdrukking kome, enz.'"
DE REORGANISATIE.
Het Provinciaal Kerkbestuur van Noord-Brabant met Limburg heeft ongunstig geadviseerd over het Reorganisatie-Ontwerp, gelijk dit door dé synode werd aangenomen, met 5 tegen 2 stemmen. Geamendeerd volgens prof. dr. Brouwer, werd het echter met 4 tegen 3 stemmen van een gunstig advies voorzien.
GIFT.
Bij ds. J. D. Michon, te 2e Exloërmond (Dr.), kwam een dezer dagen een gift binnen van 1000 gld., van iemand uit 's-Gravenhage, ten behoeve van het Fonds voor den bouw van een nieuwe kerk aldaar. Met den bouw van deze kerk kan thans een aanvang worden gemaakt.
VERKLARING NED. HERV. KERKERAAD.
De Kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente te Scheveningen heeft, in verband met de moeilijkheden tusschen reeders en visschers, de navolgende verklaring gepubliceerd :
De Kerkeraad der Ned. Herv. Gem. te Scheveningen, met droefheid kennis genomen hebbend van het conflict, dat op maatschappelijk gebied is uitgebroken tusschen werkgevers en werknemers, vermaant beide partijen billijkheid en rechtvaardigheid om Christus wil te betrachten en zich in de beslechting van het toestaande geschil te laten leiden door Gods Heilig Woord en de liefde van Christus. Algemeene Kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente.
CHR. NATIONAAL ZENDINGSFEEST.
Op het Chr. Nationaal Zendingsfeest, dat D.v. Woensdag 6 Juli te Soestdijk zal worden gehouden, zal prof. dr. K. Dijk, hoogleeraar te (Kampen, de openingsrede houden, en ds. B. J. C. Rijnders, Zendingsdirector te Oegstgeest, de slotrede.
EEN NIEUWE GEREF. DOGMATIEK.
Naar wij: vernemen, is thans bij den Uitgever J. H. Kok te Kampen ter perse gelegd het „Handboek voor de Gereformeerde Dogmatiek" van den oud-hoogleeraar , aan de Theol, School, prof. dr. A. G. Honig. Dit belangrijk boekwerkc zal D.v. dit najaar het licht zien.
MARTHA- STICHTING.
Nieuw schooljongens paviljoen te Alphen aan den Rijn geopend.
Onder zeer groote belangstelling is dezer dagen in de Martha Stichting, de bekende inrichting voor onverzorgde kinderen te Alphen aan den Rijn, het nieuwe schooljongenspavilioen in gebruik genomen. Dit paviljoen, dat vrijwel geheel door eigen krachten is ontworpen en gebouwd, voorziet in een sinds lang gevoelde behoefte, daar nu althans een deel van de jongens, die tot dusver in het elders in de gemeente liggende jongenshuis «woonden, eveneens op de fraaie terreinen van de Stichting kunnen worden ondergebracht.
CHR. ONDERWIJS AAN SCHIPPERSKINDEREN.
Mr. A. B. Roostjen, die benoemd werd tot bestuurslid van de Nat. Chr. Onderw.-vereeniging, heeft de benoeming aangenomen.
Het bestuur is als volgt samengesteld : L. F. Duymser van Twist, eere-voorzitter, Den Haag ; ds. J. L. Schouten, voorzitter, Amsterdam (W.) ; H. Booy Thzn., secretaris. Alphen aan den Rijn ; W. A. de Ridder, penningmeester, Amsterdam-W.; J. Tjalma, Hoogeveen en mr. A. B. Roosjen, Amsterdam (O.).
VOOR DE RESTAURATIE VAN DE ST. JAN TE GOUDA.
De Commissie voor de restauratie van de St. Janskerk heeft van iemand die onbekend wenscht te blijven, een gift van ƒ 5OO0.— ontvangen ten behoeve van de restauratie.
PINKSTERTRACTAAT.
Van dr. P. Prins is weer een pakkend tractaat, een Pinksterboodschap, verschenen bij den uitgever W. D. Meinema te Delft. Voor de komende weken een aangewezen Evangelisatiemiddel. Dan zijn 4 nieuwe tractaten bij denzelfden uitgever verschenen op briefkaartformaat en derhalve zeer goedkoop bij massa-verspreiding. Wat nog niet zeggen wil : op een koopje gemaakt. De titels zijn berekend op den tijd : „Alles gestroomlijnd", „We leven maar één keer", „Plezier en vreugde" en „Bukken". Korte en doeltreffende tekst, met een plaatje.
RESTAURATIE VAN DE NOORDERKERK TE HOORN.
Monument uit de Middeleeuwen behouden gebleven.
De Noorder-of Mariakerk der Ned. Hervormde Gemeente te Hoorn, welke de laatste jaren in zeer ernstigen staat van verval verkeerde en zelfs met instorting werd toedreigd, werd geheel gerestaureerd aan het bestuurder Ned. Herv. Gemeente overgedragen en hiermede is een van Neerland's schoonste monumenten uit de Middeleeuwen behouden gebleven.
Het zeer fraaie kerkgebouw dateert van 1441, toen althans werd met den bouw er van een aanvang gemaakt, doch het , zou nog duren tot 1519, voordat het werk geheel voltooid was.
Reeds lang waren plannen tot restauratie aanhangig, doch steeds moesten deze afstuiten op financieele bezwaren. In 1935 echter, toen de toestand zoodanig werd dat er gevaar begon te dreigen voor de veiligheid van de onmiddellijke omgeving van het kerkgebouw, moest wel worden ingegrepen en besloot men met steun van Rijk, Provincie en Gemeente, tot restauratie over te gaan. In samenwerking met Monumentenzorg is deze zaak ter hand genomen en zoo kon de aanbesteding op 28 Juli 1986 plaats vinden. De restauratie werd hierbij opgedragen aan den heer I. Woudenberg, te Utrecht, die zijn sporen op dit gebied reeds, heeft verdiend en het werk op uiterst deskundige wijze heeft uitgevoerd. De Hoornsche architect, de heer H. J. Cramer, had hierbij de leiding.
EERHERSTEL GEVRAAGD.
Door den heer E. Reeser, vroeger pred. bij de Ned. Hervormde Kerk te Winterswijk, en toen uit zijn ambt ontzet, is een verzoek ingediend bij de Synodale Commissie om eerherstel. Dit verzoek om rehabilitatie zal aan de Synode worden gezonden.
DE OECUMENISCHE BEWEGING EN DE VERHOUDING TOT DE GEREFORMEERDEN.
In 't Noord-Hollandsch Kerkblad schrijft prof. dr. F. W. Grosheide, hoogleeraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, over de Oecumenische Beweging. Prof. Grosheide vestigt er de aandacht op, dat het ontstaan van een Oecumenischen Wereldraad der Kerken er toe leiden kan, dat er een zekere eenparigheid' komt ten opzichte van de verhouding van Kerk en Staat en dat de Gereformeerde Kerken daar dan buiten zullen staan, hetgeen beteekenen kan dat die verhouding geregeld wordt op een wijze, die de Gereformeerde Kerken niet aangenaam is. „Men mag niet vergeten" — aldus prof. Grosheide — „dat we op dit stuk al leergeld hebben betaald., Aanvankelijk - waren onze Kerken tegen aansluiting bij het Zendingsconsulaat en den Zendingsraad. Maar we konden er niet .buiten blijven. Dat is nu op een vriendschappelijke wijze in orde gekomen, omdat onze Kerken bereid waren haar aandeel te betalen. Maar zoo 'behoeft het niet altijd te gaan. Of we dan pleiten voor aansluiting bij de Oecumenische Beweging ? Neen, dat durven we niet te doen. De belijdeniskwestie en andere moeilijkheden staan in den weg. Maar we vragen wel, dat onze Kerken, ziende op wat komen kan, deze zaak ernstig en niet alleen negatief, maar ook positief onder de oogen zien. Misschien was er iets te vinden in den geest van ons medewerken aan den Zendingsraad. In elk geval hopen we, dat de zaak op de Synode te Sneek aan de
BESTUUR EN BEHEER IN DE HERVORMDE KERK.
Dr. mr. Bartels, Ned. Herv. pred. te Zevenaar, sprak op de vergadering van de Vereeniging van Kerkvoogdijen over : „De positie van bestuur en beheer op dit oogenblik" als volgt :
Voor onze Vereeniging is het aannemen of verwerpen van het z. g. n. Reorganisatie-Ontwerp vooralsnog een .zaak, die haar pas in de tweede plaats aangaat, maar welhaast zeker is 'het, dat binnen afzienbafen tijd onze Kerk .zich zal ontdoen van haar huid van de 19de eeuw. De Vereeniging beschouwt twee dingen als haar positief inzicht, waarnaar zij zich nu en in de naaste toekomst zal richten.
De eerste is deze, dat zij den ouden strijd van de 19de eeuw over de vraag of het Beheer niet ondergeordend behoort te zijn aan het Bestuur, als verouderd en volkomen versleten beschouwt.
Het tweede inzicht is, dat de Vereeniging wil meewerken aan de oplossing van het vraagstuk van Bestuur en Beheer, n.l. dat zij met alle macht wil medewerken aan samenwerking tusschen die twee ; en dat wel niet in den zin van een Platonische idee, maar een samenwerking, gegoten in reglementairen vorm.
Reeds heeft het Hoofdbestuur zich gewend tot de Alg. Synodale Commissie om, de gedachte in studie te nemen van de instelling van een kerkelijken inspecteur, met de taak, om in alle gemeenten te controleeren of het kaartregister wel is opgericht en wordt bijgehouden, en voorts, of wel van alle lidmaten de kwartjes voor de Generale Kas worden opgehaald.
Voorts zou het Hoofdbestuur zich tot de Synode willen richten met een schrijven omtrent wenschelijkheid en uitvoerbaarheid, om aan de gecombineerde vergadering van Kerkeraad en Kerk voogdij in iedere gemeente een wettelijk voorgeschreven vorm te. geven en aan die vergadering ook een reglementaire taak op te dragen. Deze taak zou moeten omvatten hetgeen thans reeds in overleg tusschen Kerkeraad en Kerkvoogdij wordt bearbeid : de ligger van het predikantstractement, de beroepingskosten en onkosten der vacature, het beheer der pastoriegoederen tijdens de vacature, het kaartregister.
Het zou te overwegen , zijn, hieraan nog enkele onderwerpen toe te voegen, als: regeling der vacantiebeurten, bezoldiging godsdienstonderwijzers, onderhoud pastorie, inrichting en onderhoud kerkgebouw (o.a. met het oog op de liturgie), restauratie of nieuwbouw, het gebruiken van kerkgebouwen voor andere doeleinden dan godsdienstoefeningen, regelen voor de geldinzamelingen voor de Alg. Synodale fondsen, etc.
Er zou daarnaast nog genoeg eigen werk overblijven, zoowel voor den Kerkeraad als voor de Kerkvoogdij.
HITLER EN HET VATICAAN.
Dr. Gustav Meimhing, privaat-docent in de godsdienstwetenschap aan de Universiteit te Bonn, deed kort geleden een boek verschijnen : „Der Katholizismus, sein Stirb und Werde". Dit boek is door den Paus op den index gezet. Thans heeft de Duitsche Rijkskanselier Adolf Hitler den geleerde de onderscheiding van „buitengewoon hoogleeraar" verleend.
WAT LEERT ONS DE DUITSCHE KERKSTRIJD VOOR DE VERHOUDING VAN KERK EN STAAT IN NEDERLAND.
Op de jaarvergadering van de Vereeniging van Kerkvoogdijen sprak mr. G. H. Slotemaker de Bruine, te Heemstede, over bovenstaand onderwerp. Het verslag in „De Standaard" luidt ais volgt:
Na een historische beschouwing en enkele algemeene opmerkingen over den Kerkstrijd gegeven te hebben, vatte spreker de Duitsche kerkelijke positie in één zin samen, door weer te geven het woord van een Duitsch politie-ambtenaar in Darmstadt, die een kerkelijke week der Belijdeniskerk verbood en daarbij sprak : 't Gaat er om, aan wien gij moet gehoorzamen, aan mij, den zichtbaren vertegenwoordiger van den Staat, of aan den denkbeeldigen Heer, over Wien gij voortdurend spreekt.
Zooals men hier de zilveren koorde tusschen Kerk en Staat kent op grond van de vroegere onteigening van kerkelijke goederen, kent men in Duitschland „den gouden keten". Men kent in Duitschland naast de uitkeering voor de oude kerkgoederen, evenals hier op kleine schaal, de jaarlijksche toelagen aan de kerken. In Duitschland wordt de kerkelijke belasting geïnd door den Staat. Daardoor loopt practisch het geheele Inkomen van de Kerk door de handen van den Staat. Daardoor heeft hij gelegenheid, de Kerken te registreeren en in te grijpen. 'De Belijdeniskerk heeft gepoogd, door collectes zich onafhankelijk te maken. Doch daartegen is de Staat door verbod en beslagname opgetreden.
De Duitsche predikanten zijn in feite Staatsambtenaren.
Er is geen enkele verbondenheid met den Staat — aldus spreker in zijn conclusie — ook geen financieele .band, die 'Op zichzelf verboden zou zijn. Als de Staat de Kerk steunt, .moet hij bereid zijn het Woord der Kerk te hooren. Anders moet hij het geld houden. Dit geldt zeker voor de toelagen; voor de goederen kan eventueel een juridische oplossing gezocht worden. Spr. wees hier op het gevaar van den gouden keten.
Wanneer er een financieele band is, dan moet men bedenken, dat de Kerk als Kerk optreedt en dat dus haar geestelijk karakter moet worden hoog gehouden. Spreker wees hier op de moeilijkheid van de huidige eedskwestie voor de Duitsche predikanten.
De Kerk moet altijd 't laatste woord hebben.
Spreker besloot zijn referaat met er op te wijzen, dat hij niet bedoeld heeft, te waarschuwen voor iets, dat hier zou kunnen komen, maar om te zeggen, dat wij uit wat in Duitschland gebeurt, Onze lessen moeten trekken voor den toestand hier te lande. En komen er veranderingen, dan kan gelden : komt tijd — komt Gods Raad.
Mr. D. A. Hoogenraad, van Rotterdam, vroeg nader naar „de zilveren koorde". Hoe sterker die is, hoe meer kans, dat de Staat zijn wil oplegt aan de Kerk. Moeten wij niet in elk geval waken tegen het uitbreiden van , de zilveren koorde", van elke subsidie, toelage, e.d.
Mr. Slotemaker de Bruine zei, dat dit zijn advies niet is. Uit vrees voor de toekomst, uit vrees, dat de Kerk dan niet sterk genoeg zou zijn, zou men tot dit negatieve standpunt komen. Maar spr. aanvaardt die vrees niet. De eenige waarschuwing moet zijn : realiseer u, wat het beteekent, dat een Kerk van het volksgeheel geld accepteert en dus voor het volksgeheel verantwoordelijk is.
Ds. mr. Bartels merkte op, dat in Nederland Kerk en Staat met elkaar zijn opgegroeid. Dat geeft de vrijheid om de zilveren koorde te aanvaarden. Kerk en Staat zijn hier nauw verbonden.
GEREF. KERKRECHT OF INDEPENDENTISME ?
Interessante besprekingen zijn gaande in den kring van de Gereformeerde Kerken inzake het Kerkrecht, waarbij vragen aan de orde komen : wat is nu Gereformeerd Kerkrecht, bijzonderlijk wat betreft de zelfstandigheid van de plaatselijke Kerk en de verhouding tot de meerdere vergaderingen. Sinds de promotie van dr. Bouman aan de V.U. (leerling van prof. dr. H. H. Kuyper) en nu weer door de verwikkelingen te Drachten, staan in deze tegenover elkaar : prof. Greydanus van Kampen, en prof. Kuyper. Door het optreden van de Classis inzake de strubbelingen te Drachten met de schorsing van een der predikanten en een deel van den kerkeraad, kwam prof. Greydanus er toe, te spreken van een nieuw Kerkrecht in hiërarchischen zin. Maar prof. Kuyper staat zijn collega in „De Heraut" te woord en , zegt dat prof. Greydanus de neigingen van een independent vertoont, meenende, dat de meerdere vergadering niets te maken heeft met de plaatselijke gemeente.
Prof. Kuyper schrijft: „Feit is, dat dit standpunt, door dr. Greydanus ingenomen, dat een meerdere vergadering, classis of synode, geen tucht mag uitoefenen over ambtsdragers, omdat deze door God in het ambt zijn gesteld, het bekende standpunt is van de Independenten, die in hun Savoy declaration verklaarden, dat „de synodes geen kerkelijke macht hebben noch eenige jurisdictie over de kerken zelve" om eenige tucht te oefenen over eenige kerken of personen. Tegenover dit independentistische standpunt nu, dat ook door prof. Greydanus verdedigd wordt, heeft de Westminstersche Synode in haar confessie beleden, ,,dat het tot het recht en de taak der Synode 'behoorde om klachten, die bij haar waren ingebracht wegens wanbestuur (mala administratio) in ontvangst te nemen en daarover met autoriteit te beslissen". Niet alleen het als gezag hebbend erkende leerboek voor de dogmatiek van de Leidsche hoogleeraren na de Synode van Dordt opgesteld, de Synopsis, verklaart uitdrukkelijk, dat de Synodes macht hebben tucht te oefenen over gemeenteleden en kerkelijke ambtsdragers, met name om deze laatsten te schorsen en af te zetten, maar ook door onze beste dogmatici als Van Mastricht, Turretinus, e.a. wordt dit geleerd. En — last not least — onze groote canonicus Voetius in zijn meesterwerk, Politica Eccleciastica, wijst er meermalen op, dat hierin juist het verschil ligt met de Independenten, dat deze ontkennen, dat een synode of classis het recht heeft om zulk een tucht te oefenen, terwijl de Gereformeerde Kerken dat recht handhaven ; Voetius gaat zelfs zoover, dat hij aan de Synode het recht toekent om een kerkeraad, die zich aan wanbestuur schuldig maakt, niet alleen te schorsen of af te zetten, maar zelfs om hem te excommuniceeren. Een nieuw Kerkrecht is dit dus zeker niet".
HEEFT JEZUS OOIT GELEEFD ?
Prof. dr. G. A. van den Bergh van Eysinga schrijft in een „Ingezonden" in de N. Rott. Crt. o.a. : Men meent, dat ik de historiciteit van Jezus betwijfel. Dit is te zacht uitgedrukt. Den Jezus der „liberale theologie", een uitvinding van de 18de eeuwsche Aufklarung, heeft geen der ,,mannen van gezag" mij tot nog toe aannemelijk kunnen maken.
Ik houd het liever met den Godszoon, dien het NT. ons teekent, god uit God, tijdelijk verschenen in menschelijke gedaante, die met geen mogelijkheid zich laat veranderen in de historische figuur van een leeraar of profeet.
Wat eenig Christelijk Kerkgenootschap het recht .zou geven om mij terwille van dit resultaat van mijn wetenschappelijk onderzoek te excommuniceeren, versta ik niet".
Wij vermoeden, dat de Kerk met haar belijdenis het toch wél zou verstaan ; al zou het dan tegen het niet-verstaan van dr. Van den Bergh van Eysinga moeten ingaan !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's