MEDITATIE
PINKSTEROVERDENKING
„Johannes aan de zeven gemeenten, die in Azië zijn: genade zij u en wede van Hem, Die is, en Die was, en Die komen zal; en van de zeven Geesten, die voor zijnen troon zijn; En van Jezus Christus". Openbaring 1 vers 4 en 5a.
Wij hebben hier een woord voor ons van den apostel Johannes uit het boek der Openbaring. De ziener van het eiland Patmos spreekt hier een zegengroet uit in den naam van den Drieëenigen God. Hij richt zich tot de zeven gemeenten, die in Azië zijn. Namelijk tot Efeze, Smyrna, Pergamus, Thyatire, Sardis, Filadelfia en Laodicea. Deze gemeenten lagen in de Romeinsche provincie Asia, een onderdeel van het toenmalige groote wereldrijk der Romeinen. Zeven is een getal van volmaaktheid, waarom deze genoemde gemeenten hier voorstellen en vertegenwoordigen geheel de Kerk van Christus op aarde. Ook al is thans elk spoor van Christelijke religie in die steden verdwenen.
De apostel spreekt hier verder de gewone apostolische zegenbede uit van genade en vrede. Genade beteekent in het algemeen het ongehoudene van de goedertierenheid Gods. Het staat altijd tegenover recht en wil zeggen, dat wat eenerzijds geschonken en anderzijds ontvangen wordt, niet maar een zaak is, waarop wij aanspraak zouden kunnen maken. Maar wèl, dat het alles is onverdiende Goddelijke gunst, die om Christus' wil vergeving van zonden doet genieten en tevens allerlei goederen des heils en der zaligheid uitdeelt. Vrede is de ervaring en bevinding van deze genade aan de ziel, hetgeen ook voor de aardsche zaken van uitnemend aanbelang is.
Deze heerlijke weldaden en zegeningen worden der Kerk toegebeden in de eerste plaats van Hem, Die is, en Die was, en Die komen zal. Dat wil zeggen, van God den Vader, Die is de eeuwige en onveranderlijke God voor al Zijn volk. Hij zal 't verbond met hen in eeuwigheid bewaren. Dezelfde, Die Hij was onder het Oude Verbond, Die Hij is voor de gemeente des Nieuwen Testaments ; Die Hij zijn zal ook voor de triomfeerende Kerk, die komende is.
De zegengroet wordt in de tweede plaats toegebeden van de zeven Geesten, die voor Zijnen troon zijn. Daaronder moet de Heilige Geest verstaan worden. In den stijl der profetie wordt door het getal zeven dikwijls zekere volmaaktheden uitgedrukt. Hier wordt bedoeld de oneindige volmaakte Geest Gods, in Wien eene verscheidenheid en volheid van gaven en werkingen is. Om in de volheid Zijner krachten te staan tegenover de vijandelijke machten, die aan de Kerk verderf en ondergang dreigen. Die Geest is voor den troon, vaardig en gereed om wat noodig is te verrichten.
In de derde plaats wordt de zegengroet uitgesproken in den naam van Jezus Christus. Deze wordt hier in de laatste plaats genoemd, omdat de apostel in het volgende veel van Hem te zeggen heeft en eene heerlijke opsomming geeft van Zijne ambten.
Bij het aanstaande Pinksterfeest heeft de Kerk des Heeren zich met aanbidding en dankzegging te verblijden over de uitstorting van den Heiligen Geest op de apostelen, waar deze met verdeelde tongen, als van vuur, op hen is nedergedaald. De Geest, Die van eeuwigheid van den Vader en den Zoon uitgaat. De derde Per» soon der Drievuldigheid namelijk, van eenzelfde Wezen, Majesteit en Heerlijkheid met den Vader en den Zoon. Gelijk de Nederlandsche Geloofsbelijdenis het zoo schoon uitdrukt. De Heilige Schriften leeren ons dit alles, waar onze Christelijke godsdienst rust op allerlei daden des heils, machtige feiten en wondervolle zaken door God gewrocht in de volheid der tijden. Door de heugelijke gebeurtenissen van het Pinksterfeest is de weg gebaand tot voortplanting van het Evangelie onder alle volken. In eene wereld vol tegenstand en verzet, moest de prediking van het kruis van Christus worden uitgedragen, den Joden eene ergernis en den Grieken eene dwaasheid. Maar des Heeren Geest heeft mogen overwinnen tegen al de machten der duisternis in, om deze omver te werpen en te verdrijven. Nog altijd is diezelfde Geest werkzaam onder alle talen, volken en natiën, die op den aardbodem zijn. Gods welbehagen zal door de hand van Zijnen Christus voorspoediglijk blijven voortgaan tot aan het einde der dagen. Zijn Woord en Geest worden nog uitgezonden, om te roepen tot bekeering, tot rechtvaardigmaking en heiligmaking. Genade en vrede worden daardoor geschonken en tot stand gebracht in het hart, in van nature zondige menschenkinderen, die de duisternis liever hadden dan het licht. Genade zal zijn tot aan de rivier des doods toe, om daardoor alleen behouden te kunnen worden. Genade, die roemt tegen het oordeel. Genade, ontvangen uit de doorboorde handen van den eenigen Middelaar Gods en der menschen. En vrede. Vrede, die alle verstand te boven gaat, welke alleen is door het bloed des kruises. In plaats van onrust en onvrede met al den aankleve van dien, als de Groote Vredevorst niet wordt gekend.
’t Rechtvaardig volk zal welig groeien, Daar twist en wrok verdwijnt Zal alles door den vrede bloeien, Totdat geen maan meer schijnt.
Daartegenover is het eene droevige en arme wereld, die door den Geest van God niet bewerkt wordt. Dan blijven de duisternissen heerschen op elk gebied en de schaduwen van den dood spreiden op eene vreeselijke wijze hare vale vlerken uit. Zonder de genade Gods is een mensch op eigen zwakke en nietige krachten aangewezen, die ras zullen bezwijken. Dan zal er ook onmogelijk van den waren vrede sprake kunnen zijn, als deze niet afdaalt van de hoogte der eeuwige bergen Gods. Het is wel te betreuren, als er zelfs niets wordt gekend van den eenigen Naam, die ons onder den hemel gegeven is ter zaligheid. Stoote de Heere maar veel arbeiders uit in Zijnen wijngaard, waar de velden wit zijn om te oogsten. En dat er geen stilzwijgen gevonden worde bij henlieden, die des Heeren doen gedenken, totdat God bevestige en Jeruzalem stelle tot een lof op aarde.
Lof en dankerkentenis worden er op het Pinksterfeest bij des Heeren Kerk gevonden over het rond der aarde, zelfs tot op de eilanden der zee, om den Drieëenigen God te danken. Zij mag hier aanvankelijk en onvolkomen, maar in den hemel op volrnaakte wijze blikken in de ondoorgrondelijke diepte van het werk der verlossing, waarover het licht des Geestes in onuitsprekelijken luister opgaat. Eens binnengeleid in het hemelsche heiligdom, waar de Cherubijnen den troon des Almachtigen omstuwen.
Daarle.
VERKERK.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's