De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OP HUISBEZOEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OP HUISBEZOEK

5 minuten leestijd

Woensdagavond.
Voor zoover daarvan in een stad althans sprake kan zijn, heeft in een der stillere wijkgedeelten de avondstilte verkwikkend zich uitgespreid. Terwijl de gemeente des Heeren de voorafgaande Rustdag onder het geklank van Gods Woord heeft nedergezeten en in een der vele kerkgebouwen 't altijd weer ontroerend-schoone psalmlied heeft weerklonken :
God heb ik lief ; want die getrouwe Heer' Hoort mijne stem, mijn smeekingen, mijn klagen ; Hij neigt Zijn oor ; 'kRoep tot Hem al mijn dagen; Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer
— heeft de bewoner van het huis, waar thans een tweetal huisbezoekers aanbelt, zich (hoe lang reeds ? ) aan de samenkomst der gemeente onttrokken.
Waar de gemeente werd teruggeleid naar de dagen van weleer en bepaald werd bij de woorden: „Vreest gijlieden niet en wordt niet ontzet vanwege deze groote menigte ; want de strijd is niet uwe, maar Gods", en de slotpsalm haar op de lippen werd gelegd : „Gij toch. Gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht",
— daar heeft de bedoelde, bewoner misschien ook teruggedacht aan dagen van weleer. Doch dan aan dagen dat hij, óók, ja, vooral op Zondag, als musicus zijn beroep uitoefende In verschillende plaatsen van wereldsch vermaak. Alleen de werkeloosheid is het, welke hem de Zondagsrust terugbracht. Helaas, geen Zondagsheiliging.
En toch, na binnenkomst, krijgen wij al spoedig te hooren dat hij bijzonder prijs stelt op den naam van christen. Het is waar, de kerkdiensten? heeft hij sinds zijn jongelingsjaren nagenoeg niet meer kunnen bezoeken, omdat zijn beroep hem dat verhinderde. „Maar" — zoo verzekert hij ons — „in het kerkgaan zit 't trouwens niet", terwijl hij er van overtuigd is „al de geboden Gods te hebben onderhouden" (!)
Mogelijk dachten wij, dat iemand, die zulk een wereldsch beroep uitoefende als hij, geen christen was. Ten bewijze van het tegendeel, wilde hij ons iets laten zien, dat alle twijfel zou wegnemen.
Vol trots haalde hij een kinderbijbel voor den dag, welke hij als kleine jongen van zijn moeder ontving en sindsdien trouw bewaard had. Daarnaast legde hij zijn trouwbijbel neer, in de verwachting, dat dit een onwedersprekelijk bewijs voor ons moest zijn, dat wij ondanks alles met een christen te doen hadden.
Jammer voor hem, sprak deze trouwbijbel echter ook nog een andere taal. Want het feit dat deze, ofschoon reeds zeer vele jaren geleden uitgereikt, er nog zoo keurig uitzag, gaf alleszins aanleiding onzen twijfel tot uitdrukking te brengen over het geregeld gebruik er van. Waarop na eenige weifeling dit veelzeggende antwoord volgde : „Ja, ziet u, maar ik ken den kinderbijbel héél goed. Ik weet precies wat daarin staat". Blijkbaar had hij dus geen behoefte om het Woord Gods getrouw te lezen ; was dat Woord voor hem geen licht op zijn pad, geen lamp voor zijn voet.
Met een stroom van woorden wilde hij ons voorts de overtuiging bijbrengen, hóe christelijk hij wel was. Dit meende hij niet beter te kunnen bereiken dan door andere menschen, welke voor christenen doorgaan, zoo zwart mogelijk te teekenen, opdat hij daartegenover in een des te helderder licht zou verschijnen. Hijzelf was een oppassend mensch, zoowel voor zijn gezin als voor de samenleving. Wanneer alle menschen waren zooals hij, hij kon het ons verzekeren, wij hadden een hemel op aarde.
Op grond van al zijn deugden meende hij dan ook zonder verschrikking voor God te kunnen verschijnen.
Kon het anders, of we moesten hem wel zeggen dat hij, zooals hij zich thans gevoelde, véél te goed was en zeker Christus en Zijn genade niet noodig had. Dat in tegenstelling met zijn eigengerechtigheid, een oprecht christen zich hoe langer hoe meer als zondaar leert kennen, terwijl zonder wedergeboorte niemand het Koninkrijk Gods zien zal.
Veel hebben wij met hem besproken en hem opgewekt tot getrouwe lezing niet, of niet alleen van den kinderbijbel, doch vooral van Gods Woord, dat andere dingen leert dan een bouwen op en een roemen in — eigen ingebeelde deugden.
Een der vele bezoeken ligt weer achter ons. Bij vernieuwing heeft de waarheid van Gods Woord : „Mijn volk wordt uitgeroeid, omdat het zonder kennis is", zich aan ons opgedrongen en kwam er bij dit huisbezoek weer iets tot openbaring van den grooten afval. Een afval die, omdat hij in vele gevallen nog bedekt wordt door een laagje vernis van naamchristendom, er daarom niet te minder ernstig om is.
Op den eerstvolgenden Rustdag weerklinkt in een der bedehuizen Psalm 80 vers 11 :
Behoud ons, Heer' der legermachten, Zoo zullen w' ons voor afval wachten ; Zoo knielen w' altoos voor U neer. Getrouwe Herder, breng ons weer ; Verlos ons ; toon ons 't lieflijk licht Van Uw vertroostend aangezicht.
In het dankgebed wordt in aansluiting aan den tekst : „Verberg Uw aangezicht niet voor mij", het licht van Gods aangezicht afgebeden ook voor allen, die bezig zijn in de dingen van Gods Koninkrijk, inzonderheid voor den arbeid Op Vereeniging, Zondagsschool en in de Wijk.
Zou de gemeente er voldoende van doordrongen zijn, hoe groot de afval reeds is ? Bovenal zich bewust zijn van haar dure roeping om allen arbeid in het midden van haar, welke overeenkomstig Gods Woord plaats vindt, door gebed, gaven en krachten, zooveel mogelijk te steunen ?
Moge het, voor zoover dit nog niet het geval is, alsnog zoo worden. God geve het !
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

OP HUISBEZOEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's