MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
„Ja, en dan komt daar nog wat bij, " sprak Deelstra, terwijl hij zijn handen op de knie vouwde en zijn lippen samentrok. „Als administreerend diaken heb ik natuurlijk voor de uitkeeringen aan onze weduwen en ouden van dagen te zorgen, maar als onze diaconie niet wat geld achteruit had gehad, was het niet zoo mooi geweest. Hetgeen ik 's Zondags na afloop van de preek mee naar huis krijg, kan wel in mijn zakdoek geknoopt, en nu vraag ik maar ; wat moet je, als diaken, daarmede nu beginnen ! Dan was het in de vacature nog iets anders, als er orthodoxe dominé's kwamen. Toen ben ik wel eens met een aardige som thuis gekomen ; maar zooals nu is het in één woord bedroevend en moet daar ook verandering komen, 't Kan zoo niet langer."
’t Komt, doordat steenen voor brood gegeven worden, " zei Japie. „De dominé is niet onder het Bloed geweest en in het vuur. Je moet onder het Bloed komen. (En zoo lang een mensch daar niet van weet, is hij nog een onbekeerd zondaar en leeft hij zonder God in de wereld, al is hij nóg zoo geleerd of beschaafd. Ik weet, dat ik bekeerd ben, nu precies vijf jaar en vier maanden geleden, op een Maandagavond tusschen acht en negen uur. Toen heeft de Heiland mij mijn zonden laten zien en ben ik tot het geloof gekomen en heeft Hij mij gezegd, dat Hij mij aannam als Zijn kind. En nu ben ik zoo gelukkig en blij, als Ik wel wilde, dat alle menschen werden. Maar dat moet de dominé ook weten en anders kan hij nooit een gezant van Christus zijn. Onze officieren wéten dat ook en getuigen daar allen van en als zij dat niet doen, kunnen zij geen officier zijn. Zoo moet het dunkt mij ook in de kerk wezen."
„Onze dominé is te goed, " zei Pier, en klopte de asch van zijn sigaar.
„Je kunt wel goed wezen, maar je moet op tijd óók eens kunnen opspelen, " zei Krien. „Wacht even ! Het ijzer moet gesmeed, terwijl het heet is en met lieverkoekjes te bakken, komen wij er niet. Ik zeg, het kan altijd niet mooi weer wezen en het moei ook eens donderen én bliksemen. Zoo gaat het in de natuur en zoo moet het ook op den preekstoel gaan. Ik houd van afwisseling, en gij, Bottema ? "
Met dit woord keerde hij zich tot den boer van „'t Rietdak", die tot hiertoe, gelijk de meesten, zweeg en voor de koffie zorgde.
Van huis uit kwam Bottema uit een andere omgeving. Zijn ouders behoorden tot de „kleine kerk, " in welke hij ook gedoopt was, maar in den militairen dienst, toen hij in Amersfoort in garnizoen lag, had hij de Kerk verloochend en was „vrij man" geworden. Later, in het burgerleven teruggekeerd, werd de Zondag zijn dag van uitgaan, weliswaar zéér tegen den zin zijner ouders, maar die hier niets tegen doen konden, anders niet dan vermanen. Zoo was hij in kennis gekomen en later getrouwd met de dochter van Bouma, een oud-liberale, maar degelijke familie, in welke de godsdienst als een aanhangsel werd beschouwd, doch waar men echter ook niet buiten kon. Nooit gingen evenwel de indrukken, welke hij uit het ouderlijk huis gekregen had, geheel verloren. Als 't zoo te pas kwam, nam hij het voor de belijders op en eischte in elk geval in de kerk de zuivere prediking van het Woord. Vandaar, dat ds. Lauwers hem nog maar eenmaal onder zijn gehoor had en hij aanstonds bereid bleek, deel te nemen aan een bespreking, die bedoelde verandering te brengen in het kerkelijk leven.
„Ds. Lauwers is modern, en daar komt 't van, dat hij de kerk leeg preekt", zei hij. „Overal, waar moderne domlné's staan, zie je het zelfde, en dat komt, omdat het volk, als het nog al naar de kerk gaat, daar iets anders hooren wil. Ik zelf kom er ook niet veel en jullie weet misschien wel, dat mijn ouders „Afgescheiden" zijn en ik dus streng ben opgevoed. Maar ik wil je vertellen, dat wij van onzen dominé iets anders kregen te hooren. Deze gaf een bestudeerde preek, waar wat in zat. Eerst een voorafspraak, en dan een tekstverklaring, en dan een stuk of drie, vier punten, en dan 'n toepassing, waarbij niemand vergeten werd en elk zijn deel kreeg, 'k Wil wel eerlijk bekennen, dat het ons, jongens, wel eens verveelde, maar achteraf moet ik toch zeggen, dat de oude man eiken Zondag „kabinetstukken" te voorschijn bracht, héél wat anders dan wat hier 's Zondags gepreekt wordt. En dan hadden wij 's middags nog den Catechismus. Mijn vader ontbrak nooit, en wij als kinderen moesten ook vast iederen Zondag tweemaal naar de kerk, weer of geen weer, waaraan wij vaak het land hadden en waar ik later ook glad ben afgeraakt. Maar dat neemt niet weg, dat ik voor .zoo'n godsdienst respect heb. Ik zeg met baas smid : „Wat je bent, wees dat flink en overal". Een dominé is nu eenmaal geen veearts, of gymnastiekmeester, of tuinbouwleeraar, of krantenman, en dat moet je merken kunnen, als je met hem in aanraking komt".
„O zoo, wacht even ! Bottema slaat den spijker op den kop", zei Krein, en maakte iets als een aanvallende beweging, alsof er wat te verdedigen viel, waarbij de volle kracht van zijn sterke spieren werd gevraagd. „Ik zeg ook : schoenmaker, houd je bij je leest" en geef dan het volle pond. Honderd centen voor een echten, ouderwetschen, Hollandschen gulden".
„Is er misschien van de anderen ook nog iemand, die zijn gedachten ten beste wil geven ? " vroeg Bouma, gebruik makende van de rustpoos, die baas Krein gewoon was tusschen zijn woorden te nemen, opdat deze des te meer zouden inslaan.
(Wordt Vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's