De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

DE ZONDAGSWETGEVING (4)

5 minuten leestijd

De vraag, die wij de vorige week aan het slot van ons derde artikel plaatsten, n.l. of de bestaande Zondagswet nog voldoende uitwerking kan hebben ten bate van de Zondagsrust, dan wel dat naar het tot stand komen van een nieuwe Zondagswet dient te worden gestreefd, is er een van groote beteekenis.
Van 't antwoord op deze vraag toch hangt de richting af, waarin zal moeten worden voortgewerkt om de zoo noodige Zondagsrus't aan de bevolking te geven, waarmede de Zondagsheiliging wordt gehaat.
Dat voor het plaatsen der vraag zeker alle reden aanwezig is, zal duidelijk zijn, wanneer wordt kennis genomen van hetgeen over de Zondagswetgeving gezegd en geschreven wordt.
Zoo lezen wij b.v. in het Christelijk Sociaal Dagblad van 2'0 November 1937, dat er allen aandrang op de Regeering moet uitgaan om de voorbereiding van een nieuwe Zondagswet met kracht ter hand te nemen.
Een nieuwe Zondagswet dus.
Die nieuwe Zondagswet zal — naar 't blad oordeelt — gegrond moeten zijn op de huidige Christelijke Zondagsopvatting.
Doch hoe de Regeering dit zal moeten klaar spelen met een Parlement, dat voor het overgroote deel van een Christelijke Zondagsopvatting, zooals het Christelijk Sociaal Dagblad die voorstaat, maar weinig moet hebben, wordt niet nader aangeduid.
Zoo staat het ook met andere principieele vraagstukken, als de wederinvoering van de doodstraf, het verbod van de lijkverbranding en dergelijke vraagstukken meer, waarover wél veel gesproken wordt, doch waarbij men in gebreke blijft om duidelijk aan te geven,
hoe deze vraagstukken in Calvinistischen zin kunnen worden opgelost met een Parlement, waarvan de groote meerderheid van de oplossing niet wil weten.
In een dictatuur-Staat is zulk een oplossing natuurlijk wel mogelijk, als de dictator maar Calvinist is. Doch in een Staat, waarin parlementair wordt geregeerd, beslist de helft plus één.
't Is goed, om in dit verband ook nog eens te herinneren aan wat ds. I. Kievit, predikant te Baarn, in het, nummer van het Gereformeerd Weekblad van 24 Febr. 1934 in een meditatie over „Jezus weende" schreef. Na er op gewezen te hebben, dat Hellenbroek, als Dienaar der Kerk, zich tot de Overheden zijner dagen richtte, zegt de schrijver der meditatie :
Op biddagen kwamen ze nog wel ter kerk. Helaas, over 't algemeen komen de Overheden van onzen tijd ook niet meer onder Gods Woord ! Doch, nu moet het ons ook des 'te meer treffen, dat wij zooveel dieper zijn weggezonken dan een paar eeuwen her, want de grondslagen van ons Staatswezen zijn niet solied. Het dynamiet der revolutionaire beginselen zit in de fundamenten. Dat geldt van onze grondwet en van tal van wetten. En nu is de Overheid en hare raadgevers daaraan gebonden. Daarom mag niemand hooghartig aan de Overheid in de politiek eischen stellen, die zij onder de bestaande toestanden niet vervullen kan, nog afgezien van de zeer gemengde bevolking van ons land.
Tot zoover ds. Kievit.
Vooral op het laatste gedeelte van 't schrijven van ds. Kievit komt het in ons betoog aan, n.l. hierop, dat niemand hooghartig in de politiek aan de Overheid eischen mag stellen, die zij onder de bestaande toestanden niet kan vervullen.
Met deze conclusie zou ook bij het tot stand brengen van een nieuwe Zondagswet behooren te worden gerekend.
Het is bekend, dat de practijk betreffende de Zondagswetgeving bij de Roomsch-Katholieken afwijkt van de Protestantsch-Christelijken. Doch dit is, ziende op het standpunt der Roomsch-Katholieken, ten onrechte. De leer der Roomsch-Katholieken is toch op het punt der Zondagsrust even streng als die der Protestantsch-Christelijken. De paus heeft daarop ibij meer dan éen gelegenheid gewezen. Bij de herdenking van het feit van den marsch naar Rome, op den 13den verjaardag van het fascisme, in October 1935, gaf de omstandigheid van het openhouden der Italiaansche winkels en kantoren op Zondag, terwijl deze op Maandag, den feestdag, gesloten waren. Paus Pius XI aanleiding in een redevoering krachtig het handhaven van de heiligheid van den Zondag te bepleiten. De Paus gaf allereerst uiting aan zijn voldoening over het feit, dat juist de Katholieke actie er zich veel aan gelegen liet liggen den Zondag als rustdag voor het gezin te houden. Woordelijk zei hij vervolgens :
„Het is opmerkelijk, maar nog niet voldoende bekend, dat de ontwijding van den rustdag in de Heilige Schrift beschouwd wordt als groote misdaad. Wie den rustdag ontheiligde, moest beschouwd worden als godloochenaar en heimelijk atheïst. In onzen tijd — zoo vervolgde de Paus — wordt deze verloochening van den Zondag volkomen openlijk bedreven en' wordt derhalve tot openbaar atheïsme, aangezien zij God verloochent en een Hem gewijden dag poogt af te schaffen. De ontwijding van den Zondag is derhalve een der zonden, die den toorn Gods met zich meesleept".
Men ziet hier, hoe kras de Paus zich uitlaat over het ontheiligen van den Zondag.
Als men dus bij de Roomsch-Katholieken gehoorzaam wil zijn aan den Paus en aan de Kerk, zouden zij moeten staan naast de Protestantsch-Christelijken, om tezamen den strijd te voeren voor het handhaven en bevorderen van de Zondagsrust.
Helaas, is dit hier zoo niet.
Principieel verzet tegen een Zondagswetgeving, waarbij de rust op Zondag gewaarborgd is, behoeft echter van de Roomsch-Katholieken niet gevreesd te worden.
Toch staan de zaken ietwat anders bij het handhaven der bestaande wet, dan bij het tot stand brengen van een nieuwe wet.
Daarom geven wij de voorkeur aan het behoud der tegenwoordige Zondagswet boven een nieuwe Zondagswet, althans wanneer deze laatste, en daarmede valt te rekenen, onder de tegenwoordige omstandigheden zou worden ingediend en behandeld.
Dat zou niet ten voordeele zijn van de Zondagsrust.
Doch daarover verder D.v. de volgende week in een slotartikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's