De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VRAGEN BUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGEN BUS

4 minuten leestijd

Vraag : Mag ik nog eens terug komen op mijn vraag aangaande het subjectivisme en het objectivisme ? Want is het gevaar niet groot, dat we gaan denken zonder „onderwerpelijke" kennis toe te kunnen, als we maar ,,voorwerpelijk" weten, dat de dingen, die tot zaligheid noodig zijn, bestaan ?
Antwoord : Gaarne willen we deze „vervolgvraag" nog even ernstig onder de oogen zien, want het blijkt, dat men waarschijnlijk ons antwoord verkeerd heeft aangevoeld. We bedoelen volstrekt niet, dat we zonder „ondervinding" en zonder „onderwerpelijke" kennis der zaligheid toe kunnen. Als we niet door de werking des Heiligen Geestes „van binnen" veranderd en. omgekeerd worden, wedergeboren en vernieuwd, en we de geestelijke dingen niet geestelijk met een vernieuwd hart leeren kennen, dan zullen we vreemd aan de zaligheid ellendig omkomen. Zonder den Heiligen Geest kennen we Christus niet, als het Lam Gods, dat de toorn Gods draagt, onze zonden verzoent en ons bekleedt met Zijn gerechtigheid en ons vervult met Zijn heiligheid voor het aangezichte van Hem, die zegt: „wees heilig, want Ik ben heilig". Dat moet van binnen ingeschreven worden in ons hart, opdat we de vertroosting kennen mogen van de belofte des Evangelies, dat het 'bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonden en dat de Vader in den Zoon door den Heiligen Geest tot ons wil zeggen : „Ik ben uw God en Vader en gij zijt Mijn volk. Mijn kind, een schaap Mijner weide".
Neen, we kunnen niet zonder dat „binnenwerk" des Geestes.
Maar de kinderen des Geestes richten dan hun oogen niet naar binnen, niet naar het subject, om daar, van binnen bij ons, allerlei pleitgronden te vinden en allerlei versierselen en allerlei deugden en allerlei vastigheden ; want er is niets dan een „ellendig mensch" van binnen — maar de oogen der ziele worden dan door den Heiligen Geest gericht enkel en alleen op den Vader, die uit eeuwige liefde Zijn Zoon ons wilde geven en op den Zoon, die onze algenoegzame Borg en Middelaar wil zijn, zeggende : „Zie op Mij en leef." Er blijft niets subjectiefs meer over dan : „Heere ga uit van mij, want ik ben een zondig mensch", om door het object of voorwerp des geloofs Jezus Christus het lied der verlosten te leeren zingen en te mogen juichen met Godsvolk van alle tijden, tot eere van het Lam, dat ons Gode gekocht heeft met Zijn bloed. Dan mogen we Hem vasthouden, die öns vasthoudt; die telkens zegt: „Volg Mij". Hij wil dan zijn de Overste Leidsman en Voleinder des geloofs, die tot ons zegt : „strijd om in te gaan". Hij bidt voor ons. Hij pleit voor ons en Hij bewaart ons. Hij zegt: „niemand zal u uit Mijn hand rukken". Hij is ons gegeven tot wijsheid en tot gerechtigheid en tot heiligheid en tot heerlijkheid en tot een volkomen en eenige verlossing. Hij en Hij alleen, die zegt: „Zonder Mij zijt gij niets, kunt gij niets, krijgt gij niets ; maar in Mij hebt gij 'alles tot in het eeuwige leven".
Neen, wij worden niet zalig om de wille van ons geloof, hoewel niemand zonder geloof zal zalig worden. We worden alleen zalig door Jezus Christus, onzen Heere.
Daarom zullen ook b.v. degenen" die als subjectivisten alle verwachting hebben van het subjectivisme, het Sacrament des Heiligen Avondmaals lichtelijk geheel verkeerd verstaan. Want ook als ze niet vreemd zijn aan genade, zal het subjectivisme hén als „in zich zelf onwaardige" verre houden van den disch des verbonds, van de tafel des Heeren — waar alles, maar dan ook alles in Christus aan een arme zondaarsziel wordt aangeboden, gegeven en verzegeld, als de ziele, uit zich zelf uitvluchtend, stil mag neerzitten bij brood en beker !
De subjectivist aarzelt, becritiseert, veroordeelt alles en nog eens alles — want wij hebben geen goed ding, dat eenige waarde voor God heeft — om intusschen uit te zien naar een verzameling van subjectieve ervaringen, woorden en daden, die, als ze komen, voor God zijn als een wègwerpelijk kleed. Terwijl Hij juist Zijn kinderen noodigt en verwacht en ontvangt aan Zijn tafel, om hen daar de mantel der gerechtigheid om te hangen en te zeggen : „Mijn zoon, Mijn dochter, wees welgemoed, uw zonden zijn u vergeven. Opdat daar, aan de tafel des Heeren, Gods kinderen zullen zeggen : „Abba, lieve Vader".
In onzen weg kan de ontmoeting nooit plaats hebben.
In Gods weg maakt Hij alle dingen nieuw voor degenen, die Hem vreezen en Hem zoeken. „Leer mij, o Heer, den weg door U bepaald"
„Laat los, en gij zult los gelaten worden !"
Werp weg, werp alles weg en gij krijgt alles om niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

VRAGEN BUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's