FINANCIËN
Alles heeft zijn bestemden tijd.
Daar zijn werkzaamheden, welke alleen gedaan kunnen worden in den zomer. Ook zijn er, waartoe de winter zich bij uitstek leent. Zoo is het ook met het inzamelen van onze gelden. Vaker dan eens is de opmerking gemaakt, dat de contributies veel eerder geïnd dienden te worden dan tot nu werd gedaan. Dat was voor alles veel beter. En met deze opmerking ga ik zeker dadelijk accoord. Als het jaar voor een groot deel reeds achter ons ligt, is de mogelijkheid zelfs niet uitgesloten, dat ge met het jaar, waarvoor het geldt, in de war zoudt geraken. Dat is evenwel het minst erge, immers die vergissing is gemakkelijk op te lossen. Maar wanneer men straks komt in Juli en Augustus, zijn er zooveel menschen niet thuis. Het woord vacantie zegt in den tegenwoordigen tijd veel meer dan toen wij jong waren. Toen waren er in den zomer lang zooveel huizen niet gesloten als thans.
Zie, dit euvel levert ons veel moeite. Wanneer de verschillende afdeelingen, die zelf deze arbeid voor haar rekening hebben genomen, onder deze last reeds gebogen gaan, door telkens en telkens te hooren „niet thuis", voor de post is deze moeilijkheid leidend tot terugzending van de kwitanties aan afzender, d.w.z. aan den Penningmeester in de Frans Halsstraat 18.
Daar zijn dan ook weinig werkzaamheden, waaraan ik meer arbeid heb dan aan de post ,,contributies".
Daarom doe ik een beroep op de welwillende medewerking van de onderscheidene Penningmeesters en Secretarissen van de Afdeelingen.
Zendt me, liefst alphabetisch, lijsten met 't bedrag er achter van wat een ieder bijdraagt.
Daar zijn er al, die dit deden.
Dit is misschien voor velen een toer, maar als ge eens wist wat het voor mij beteekent, zoudt ge 't dadelijk doen. 't Maakt mij vaak wanhopig. Mijn eerste dagen van de vacantie worden er noodeloos door bezwaard.
Dan zijn er ook losse leden, die mij de contributie reeds zonden. Dat is heel goed, en als allen dit deden, was nóg beter, maar waar dit het geval niet is, waar het tot de zeldzaamheden blijft behooren, is de mogelijkheid niet uitgesloten dat er een, die betaald heeft, nog een kwitantie werd toegezonden — wat natuurlijk een fout is — maar licht gebeuren kan, omdat niet genoegzaam acht gegeven is op de toezending en het daaromtrent genoteerde.
In de komende dagen en weken zal ik afwachten wat de Afdeelingen voornamelijk zullen doen. Laat mij dit werk zoo licht mogelijk gemaakt worden. Ik reken op uwe medewerking.
Tot nu heeft het mij in dezen aan niets ontbroken. Alleen de tijd, waarin dit werk tot stand moet worden gebracht, wordt wel eens benauwend kort.
Ook zijn er nog altijd Gemeenten en Afdeelingen, die de Paaschinzameling niet gehouden hebben of tot nu hebben gewacht met de toezending. Mag ik ook hier wel op eenige spoed aandringen ? Immers, het woord waarmede ik begon, heeft geen anderen zin: „Alles heeft zijn bestemden tijd".
Mogen we na deze opmerkingen overgaan tot ons overzicht.
1. Uit Lage Zwaluwe kreeg ik deze keer de eerste zending mij toegezonden. Een vriend, die onbekend wenscht te blijven, deed me twee rijksdaalders - twee guldens toekomen, waarvoor ik hem zeer vriendelijk dank zeg ƒ 7.—
2. De tweede zending, die vrijwel 't zelfde bedrag vertegenwoordigde (deze Was nl. ƒ 7.01), kwam ook uit dezelfde landstreek „ 7.01
In Besoyen had men nog voor onze fondsen willen collecteeren.
Ook de vrienden aldaar mogen zich verzekerd houden van mijn erkentelijkheid.
3. Thans springen we van het Zuiden naar het Oosten. In Nijverdal hebben wij langen tijd een niet-onaanzienlijke groep gehad van warm meelevende vrienden. Vaker dan eens was ik met genoegen in hun midden. Zoo was de naam J. B. aldaar mij nog gansch niet vreemd. Hij zond mij ook nu nog ,, 1.50 voor onze fondsen. Veel dank hiervoor.
4. 't Is wonderlijk, hoe spoedig mij uit de Langstraat nog eens een wenk werd. gegeven om even om te zien. Uit de gemeente van Sprang kreeg ik nog een tientje van den Pastor loei ds. Bousema uit zijn catechisatiebus „ 10.—
Voor deze vriendelijkheid zeg ik hem ten zeerste dank.
5. Van de Afd. Amsterdam kreeg ik een prachtzending. 't Was voor mij een ware verrassing, waarmee ik niet weinig ben ingenomen. Men heeft hier ingevoerd het systeem om met busjes te werken. Op meer dan 25 onderscheidene plaatsen heeft men busjes neergezet, waardoor een geregelde inzameling plaats vindt, 'k Zal ze ter verantwoording maar achter elkaar noemen: no. 1 ƒ 2.25, no. 2 ƒ 3.65, no. 3 ƒ 2.75, no. 4 ƒ 3.50, no. 5 ƒ 1.25, no. 6 ƒ 1.50, no. 7 ƒ 10.—, no. 8 ƒ 3.—, no. 9 ƒ - .—, no 10 ƒ 2.—, no 11 ƒ 0.90, no 12 ƒ 0.75, no 13 ƒ 6.—, no 14 ƒ 14.45, no 15 ƒ 6.50, no 16 ƒ 3.60, no 17 - .—, no 18 ƒ 2.40, no 19 ƒ 2.71, no 20 - .—, no 21 ƒ 2.50, no 22 ƒ 3.—, no 23 ƒ 3.—, no 24 ƒ 2.10, no 25 ƒ 2.95, no 26 ƒ 5.55.
Tezamen geteld maakt dit niet minder dan ƒ 86.31. Toch heeft men het hierbij niet gelaten. Ook wilde men mee doen aan de Paaschcollecte. Deze bedroeg nog ƒ 45.—. Alzoo kreeg ik niet minder te verantwoorden dan „ 131.31
Onze Amsterdamsche vrienden kunnen zich overtuigd houden van mijn warmen dank.
6. De Afdeeling in de Residentie zond me tegelijkertijd de door haar gehouden Paaschinzameling. Deze bleef wel iets ten achter bij een vorig jaar, doch stemde toch tot dankbaarheid. Zij bedroeg nog ruim 60 gld., n.l „61.10
Door ds. Van Dorp te 's-Gravenhage kreeg ik nog een drietal giften voor de fondsen van den Gereformeerden Bond van N.N., tezamen „ 2.50
Mogen we ook hiervoor onzen dank betuigen.
7. Van den heer S. H. te K., die mij geregeld het laatste blaadje van zijn giro-biljetten toezendt (natuurlijk ingevuld met een zeker bedrag) kreeg ik ook nu weer een tientje, 'k Wou wel, dat meerderen dit voorbeeld wilden volgen. Voor Gods Koninkrijk geregeld iets af te zonderen heeft iets goeds in, niet het minst voor den gever ,, 10.—
Gods zegen ruste ook op deze gift rijkelijk.
8. De Penningmeester van de Afdeeling Boskoop zond mij nog de opbrengst van een vreemd geldstuk, door hem bij een spreekbeurt gecollecteerd. Dit bedroeg nog „ 1-10
Voor deze zending betuig ik mijn dank.
9. Onze vriend de G., alhier, van wien ik bij mijn laatste bezoek een rijksdaalder mocht ontvangen voor onze fondsen, zeg ik ook nu hartelijk dank voor zijn ondubbelzinnige blijken van medeleven „ 2.50
Bij een vorige verantwoording was ook een gift van hem vermeld geworden onder de , post uit Utrecht, waarin twee (tientjes tezamen waren vermeld. Hij wil dit nog wel eens nazien.
10. Van de Afd. te Alphen kreeg ik de Paaschinzameling en de opbrengst van huisbusjes. Deze laatste bedroeg 5 gld. Tezamen „35.—
Uit alles, ook uit het begeleidend schrijven, bleek me een heerlijk medeleven in meer dan éen opzicht, Gods Naam verheerlijkend.
11. Van den heer L. v. G. te C. kreeg ik een rijksdaalder voor onze fondsen, waarmede hij mij verblijd heeft „ 2.50
12. Door ds. Koolhaas, thans te Huizen, kreeg ik te verantwoorden onder het hoofd „Paaschcollecte" „20.— Deze waren hem ter hand gesteld bij een bezoek in de oude gemeente Charlois. Natuurlijk wordt de naam van de geefster niet vermeld. Toch stemmen zulke giften tot oprechten dank aan God. Hierin zit zooveel liefde tot de Waarheid Gods verscholen.
’k Zeg beiden, geefster èn zender, zeer hartelijk dank.
13. De kerkeraad van Montfoort zond mij de Paaschcollecte, waarvoor ik zeer gevoelig ben. 't Deed mij recht goed, ook van hier dit blijk van sympathie te ontvangen.
De collecte bedroeg ., 35.—-
14. Ten slotte nog de contributie van den heer I. te Sassenheim 3.—
Voor deze toezending betuig ik mijn oprechten dank. Hij voorkomt in letterlijken zin mijn wenschen.
15. Nog een tweetal posten mag ik melden, n.l. vanuit Delft kreeg ik nog een nagift op de Paaschcollecte van..., , 0.50
En uit de collectezak van de Wilhelminakerk alhier kwam een gift van 2 gld. voor het Studiefonds „ 2.—
Voor beide giften vriendelijk dank.
Tezamen bedraagt wat inkwam de som van f 332.02
Utrecht.
— hoe zoudt gij den u resteerenden ............... . Wesley antwoordde: Mevrouw, hoe zou ik doen? Wel, juist zooals ik nu mijn plannen gemaakt heb. Ik zou dezen avond te preeken, en nog eens morgenochtend om 5 uur. Daarna zou ik naar reizen, daar 's middags preeken en 's avonds de vereenigingen bezoeken. Dan zou ik naar mijn vriend gaan, die mij verwacht voor logies, met de leden van het gezin zooals gewoonlijk praten en bidden, mij om tien uur in mijn kamer terugtrekken, mij zelf aanbevelen onder de hoede van mijn hemelschen Vader, neer gaan liggen om te rusten en te ontwaken in glorie".
John Wesley behoefde niet iets heel bijzonders te gaan doen ; hij kon zijn gewone, dagelijksche leven voortzetten, omdat hij zich mocht weten in den dienst zijns Heeren te zijn. „Hetzij dat we leven, hetzij dat we sterven, we zijn des Heeren".
Rondblik buiten de Grenzen
Merkwaardig, hoe spoedig men aan gewijzigde omstandigheden went. „Er is geen praatje zoo groot, of 't is na drie dagen dood", zegt een van onze vele spreekwoorden. En hoewel dit gezegde met alle menschelijke wijsheid het „betrekkelijke" gemeen heeft, is het toch waar, dat de publieke belangstelling nooit lang bij één en hetzelfde onderwerp bepaald blijft. Zeker niet in onzen tijd, nu de eene sensationeele gebeurtenis de andere verdringt.
Wie denkt er nu bijvoorbeeld nog aan de inlijving van Oostenrijk ? Toch zijn er menschen die aan dit feit schier dagelijks op pijnlijke wijze herinnerd worden. In dit verband denken we o.a. aan de Oostenrijksche joden. Slechts een enkele van hen, die over invloed en middelen beschikte, kon zich door vertrek naar het buitenland voor het geweld der Duitsche nationaal-socialisten veiligstellen, al dan niet met achterlating van hun bezittingen. Zoo heeft de vermaarde Joodsche psycholoog, Freud, zijn toevlucht gezocht in Londen. De 82-jarige grijsaard moest zijn geld en goed in Weenen laten, en hoopt nu in Engeland een rustig levenseinde te kunnen slijten.
Wat verder de werkloosheid in Engeland betreft, daarvan deelt de Nieuwe Rotterdamsche Courant mede, dat in dat land op 1 Mei volgens de statistieken van het Ministerie van Arbeid waren ingeschreven 1.797.000 werkloozen (de bevolking van Engeland is 6 maal grooter dan die van Nederland). Vergeleken met een jaar geleden — zoo schrijft het Rotterdamsche orgaan — zijn de werkloozencijfers in Engeland vrij ongunstig, want de toeneming bedraagt ondanks het herbewapenings program 382000 personen.
Uit deze gegevens van over de grenzen blijkt, dat de werkloozencijfers in België en Engeland niet gunstiger zijn dan bij ons.
Intusschen hoe erg het kwaad van de werkloosheid te onzent ook is, moet men de zaken toch niet onnoodig erger voorstellen dan zij zijn, want daardoor bemoeilijkt men de Regeering bij de overweging van de maatregelen, die moeten worden genomen om de bestrijding der werkloosheid met kracht ter hand te kunnen nemen.
Over die maatregelen D.V. nader de volgende week.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's