VRAGEN BUS
Vraag, : Wie heeft het zeggenschap over de localiteit van de Kerkeraadskamer, om al of niet aan een Vereeniging toe te staan op de plaats, waar anders de Kerkeraad samenkomt, een vergadering |uit te schrijven en te houden ?
Antwoord : Wij zouden zeggen, dat bedoelde Vereeniging (b.v. een schoolvereeniging of een jongelingsvereeniging of een politieke vereeniging of een vereeniging, die mee zorgen wil voor de Zending of voor Zonnegloren of voor Neerbosch enz. enz.) bij de Kerkelijke Administratie of anders gezegd : bij het College van Kerkvoogden moet zijn. Niet bij den Kerkeraad, maar bij de Kerkvoogden. Want de Kerkeraad werkt, vergadert enz. als Kerkeraad, en niet anders (en heeft dan natuurlijk over de consistorie of kerkeraadskamer vrij te beschikken), maar de Kerkvoogden verzorgen en beheeren en financieren de gebouwen (Kerk, Kerkekamer enz.) ; en dus zal men bij de heeren Kerkvoogden een verzoek moeten indienen, om gelegenheid te mogen ontvangen (hetzij een enkele maal, hetzij op gezette tijden.— waarvoor dan een rooster moet worden ingediend) in een kamer van de Kerk (van de Kerkvoogdij) te mogen vergaderen. Waarbij vergoeding zal moeten worden betaald voor het gebruik van de kamer, en eventueel voor vuur en licht, bediening enz.
Nu gebeurt het wel eens, dat Heeren Kerkvoogden niet sympathiseeren met het doel van een vereeniging, b.v. inzake het christelijk onderwijs, de politiek, de zending of ook wel wat een naaikrans of jongelingsvereeniging betreft. En dan krijgt men natuurlijk „nul op 't rekwest" en de deur blijft voor die vereeniging of. krans gesloten ! Wat dan ? Hier is goede raad duur ; d.w.z. hier valt het niet mee en is het allesbehalve gemakkelijk advies té geven. Want met „onwillige honden is het slecht hazen vangen". Misschien, dat men eens praten kan met de heeren, of dat raden op de vergadering van Notabelen de zaak ter sprake brengt ; mogelijk, dat die invloed kunnen uitoefenen. Maar gewoonlijk geeft dat alles heel weinig, dikwijls niets. En ja — dan zit men vast. Zoolang dezelfde heeren in het gestoelte der eere zitten.
Wij hebben het altijd prettig gevonden, als verschillende vereenigingen de Kerkekamer konden en mochten benutten. Voor hun werkzaamheden. Gewoonlijk heeft de Kerk er geen scha van als de Kerk gebruikt wordt! En hoe vrijgeviger de heeren kerkvoogden zijn, hoe beter wij het vinden. Het Christelijk Onderwijs, de Bijbelverspreiding, de Zending, het werk van barmhartigheid, enz. enz., kunnen op die manier zoo mooi geholpen worden.
Natuurlijk moet en mag de Kerkeraadskamer niet gebruikt worden om allerlei listige aanslagen tegen Gods Heilig Woord en tegen de Kerk te beramen. Maar dat spreekt vanzelf ; daarover behoeven we hier niet te handelen. Hoewel we wonderlijke tijden beleven.....
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's