Rondblik buiten de Grenzen
Wat is er over den Spaanschen oorlog al geconfereerd. Wat een officieele maatregelen zijn er al „aangekondigd" om dezen bloedigen broederkrijg te beëindigen. En nu willen we over dit alles zeker geen oppervlakkig oordeel vellen, door te zeggen dat er niets door veranderd is. Men kan moeilijk zeggen hoe de toestand geweest zou zijn, indien met name Engeland maar alles op z'n beloop gelaten had. En in ieder geval mogen we dankbaar zijn, dat de feitelijke oorlog zich nog niet tot buiten de Spaansche grenzen heeft uitgebreid, al is de „Spaansche burgeroorlog" in wezen dan ook een internationale worsteling.
Maar men vecht en blijft vechten, Franco behaalt de eene overwinning na de andere, zonder dat het beslissende einde in zicht komt. De regeeringstroepen worden herhaaldelijk verslagen en afgesloten, doch zij krijgen ook telkens weer versterkingen uit het buitenland. Wat van donkere doch sterke machten, zich hier over en weer doen gelden, kan men slechts vermoeden.
Franco is nu eindelijk tot de Pyreneeëngrens doorgedrongen. Hij heeft in deze streek verrassend sterke tegenstand ondervonden. Het vermoeden lag voor de hand, en werd ook openlijk uitgesproken, dat Frankrijk de Volksfrontregeering op allerlei wijze steunde bij zijn pogingen om Franco van dit Fransche grensgebied af te houden. Zonder die versterkte Fransche inmenging zouden de regeeringstroepen hier al lang verslagen zijn, klaagde de Italiaansche pers. Maar op zijn beurt heeft Frankrijk, bij monde van den oud-premier Laval, een onderzoek gevraagd naar „zekere ernstige inbreuken op het niet-inmengingsbeginsel aan de landsgrenzen van Spanje in de Pyreneeën". Wat er precies van waar is zullen we voorloopig wel niet aan de weet komen. Niet-inmenging is reeds lang gebleken een zeer betrekkelijk en rekbaar begrip te zijn.
Maar Italië, dat na iedere succesvolle slag van Franco, hoog van den toren blaast over het heldhaftige aandeel dat de Italiaansche soldaten er in hadden, mist zeker het recht om een ander land te verwijten dat het aan den Spaanschen burgeroorlog deelneemt.
Volgens een al meer in zwang komende wijze van redeneeringen wordt Frankrijk nu door Italië ervan beschuldigd, dat het den oorlog noodeloos rekt. Als Franco niet zoo'n taaien tegenstand ondervond was het „conflict" immers reeds lang opgelost ? Het schijnt dat men in Rome inderdaad naar het einde begint te verlangen. Dan kunnen de „vrijwilligers" geheel of gedeeltelijk teruggeroepen worden, en dan kan ook het Britsch-Italiaansche accoord in werking treden. Men weet dat Londen deze inwerkingtreding van een regeling der vrijwilligerskwestie afhankelijk heeft gesteld. Mussolini heeft nu eens voorzichtiglijk te Londen laten informeeren hoe het met dit accoord staat. Voorloopig schijnt Chamberlain echter nog niet van plan om Rome verder tegemoet te komen.
De Japansche minister van Buitenlandsche Zaken, Oegaki, voelt zich ernstig door China verongelijkt. In een pers-onderhoud gaf hij daarvan blijk. „We hebben, aldus ongeveer Oegaki, alles in het werk gesteld om China van de bolsjewisten te verlossen, en inplaats van nu dankbaar die toegestoken hand te vatten, gaat Tsjang Kai Tsjek zich tegen ons verzetten". Men ziet het : het land dat zich verdedigt is schuldig aan den oorlog ! De waarheid is, dat juist Tsang Kai Tsjek er alles op gezet had om China aan den, inderdaad bestaanden, communistischen invloed te ontworstelen. En hij vorderde ook. Maar de kans is nu niet uitgesloten, dat China tegen den Japanschen indringer hulp zal moeten aanvaarden van Rusland. Er is dezer dagen nog eens weer de aandacht op gevestigd, dat Japan niet alleen met militaire wapens probeert om den weerstand van China te breken. De Chineesche regeering heeft namelijk een film laten vervaardigen van de vele in China gevestigde opium-kitten, welke door Japan worden geëxploiteerd met het doel het moreel der Chineezen te knakken. China wordt vanuit Japan overstroomd met allerhande verdoovende middelen, waarvan de Chinees de verwoestende werking lijdzaam ondergaat. Hij heeft tegen deze verleiding onvoldoende weerstand, en realiseert zich noch de droevige gevolgen, noch de bedoelingen van Japan. En intusschen wordt het Japansche volk, jong en oud, man en vrouw, militair opgevoed, en steeds meer op verovering van politieke en economische macht ingesteld.
Nog door een andere machtige vijand wordt China geteisterd : het water. De dijken van de enorme rivieren, de Hoangho en de Jangtse, werden door de Chineezen doorgestoken met de bedoeling, dat de Japanners door deze onderwaterzetting zouden worden gehinderd. Maar dit gevaarlijke wapen heeft zich tegen de Chineesche bevolking zelve gekeerd.
Het water is reeds duizenden jaren de groote vijand van de Chineesche vlakten. De machtige rivieren, die lengten hebben van viermaal den Rijn, voeren ontzaglijke massa's slib aan (loss) dat den bodem der rivieren dermate ophoogt, dat bijv. de bedding van de Hoangho en van de Jangtse nog aanmerkelijk hooger ligt dan het omliggende land, de waterspiegel zoodoende zes tot acht M. zich boven het omliggende land verheft en ontzaglijke dijken van 12 M. hoogte en 200 M. dikte het water beteugelen moeten. Eigenlijk moet, daar de kwaal steeds erger wordt, deze toestand periodiek op rampen uitloopen, waarbij dan soms de stroom een geheel andere bedding kiest en al het werk van voren af aan moet beginnen. De Chineezen hebben thans zelve een nieuwe ramp uitgelokt. Het water dat ze als vriend te hulp riepen is hun vijand geworden, gelijk ook eigenlijk te verwachten was. De overstrooming breidt zich dagelijks met 380 vierkante mijl uit en binnen een maand zullen 50 millioen menschen dakloos en broodeloos zijn ; reeds telt men de verdronkenen bij tienduizenden ; en het is nog slechts het begin van de ramp, het cijfer zal ontzettend oploopen ; hongersnooden en epidemiën komen dan daar nog bij, en wederom wordt het groote Chineesche volk door een ramp geteisterd, waarbij menschenhulp vrijwel machteloos staat en het cijfer der dooden ten slotte nauwelijks meer geteld kan worden.
De Japansche opmarsch is hier en daar door het water gestuit, doch groote schade ondervinden de Japanners van de overstrooming niet. Het Chineesche wapen is ternauwernood tweesnijdend gebleken. Het richt zich onbedoeld, hoofdzakelijk tegen het eigen volk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's