MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen.Met aandacht hadden allen naar dit woord, met overtuiging uitgesproken, geluisterd. Keimpe en Jurjen gaven door een hoofdknik nu en dan hun instemming te kennen ; de anderen waren evenwel in hun gevoelens verdeeld. Bakker Deelstra keek zelfs verstoord.„Dat kan Murk wel zeggen, en hij doet het mooi, maar daar krijg ik geen geld mee in den buidel", viel hij uit. „Als het Vrijdagavond is, dan komen de bedeelden om hun gaven, maar waarvan moet ik die geven, als de collecte haast niets meer opbrengt ? Daar kom ik maar op neer en daar gaat het om. Elk moet zélf weten, wat hij gelooven wil, en er zijn zooveel gelooven in de wereld, maar dit weet ik wel, dat de rechtzinnige predikanten het volk krijgen en dat zulks voor de „zakjes" van beteekenis is. Daar mogen wij als diakenen tenminste wel rekening mee houden. Wat zeg jij d'r van, Bouma ? " Ja zeker, dat is van groote beteekenis, even zoo goed als hetgeen Murk en mijn schoonzoon en Keimpe ook hebben opgemerkt. Ik geloof, dat wij allen het er wel over eens zijn, dat het zóó niet langer kan en er verandering komen moet", merkte de ouderling op. „Ik voor mij zou de heele kerk aan kant willen doen", zei Japie. „Onze heilsoldaten en cadetten en officieren werken den ganschen dag zoo hard zij kunnen voor het leger, en gaan uit, om den menschen het Evangelie te brengen, en zij verdienen daar anders niét aan, dan wat zij voor hun onderhoud noodig hebben. Wij leven in het Leger veel meer met elkaar en vóór elkaar, en waar nood is, daar wordt geholpen. Je krijgt het nooit zoo in de kerk, omdat het daar alles voor het geld gaat. In den bijbel wordt daar ook niet van gesproken. De Heiland zond Zijn jongeren uit zonder buidel en male en zei tot hen : „Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet". „Maar daar staat toch óok : „De arbeider is zijn loon waardig", en : „elk, die in den krijg dient, behoort niet gewikkeld te worden in de handelingen des leeftochts", zei Murk.„O zoo, wacht even !" viel de smid in. „Zonder geld doe je niets, en niemand, die er buiten kan! Ik kan mijn werk niet afleveren zonder betaling, en dat kan Japie ook niet doen en niemand van ons, en zoo moet de dominé ook voor zijn moeite beloond worden. Elk in zijn vak". „Moeite, moeite ? Wat voor moeite is dat ? Hoeveel uren maken die heeren in het jaar.? " spotte Japie. „Dat is geen taal", viel Bouma in. „Een predikant is een gestudeerd mensch, die eerst al een heel kapitaal heeft moeten uitgeven, vóór hij klaar was, en daarvoor moet de rente opgebracht worden. Dan kunnen die heeren ook niet leven zooals een ander. Elk in zijn stand en op zijn plaats. Maar wij dwalen weer af en komen op deze wijze niets verder".„Nu, , zeg dan maar, hoe het moet", kregelde Japie. „'k Heb nog niets gehoord van Sjoerd Nauta. Hoe denkt die er over ? " vroeg de ouderling. Sjoerd stond er voor bekend, dat hij een man was die weinig sprak, maar des te meer dacht. Baas Feikema achtte hem hoog om zijns-werks wil, al verschilden zij op sommige punten, en het publiek noemde hem wel eens de rechterhand van den baas, die 't zonder hem niet zoover gebracht zou hebben. „Wij staan hier voor een moeilijk vraagstuk, Bouma", sprak Sjoerd. „Wij mogen niet vergeten, dat de gemeente het lichaam van Christus is, zoodat wie haar aanraakt, of in haar midden scheuring of verdeeldheid brengt, daarmede het lichaam van Christus scheurt. Ook dient niet vergeten te worden, dat de Heere aan Zijn dienstknechten verscheidenheid van gaven gegeven heeft, waardoor de een over deze en de ander weer over een andere gave beschikt, zooals Paulus dat ook in zijn brieven aantoont. En de Heiland heeft het ook gehad over het verschil in uitdeeling van de gaven en talenten, welke God geeft en waarmede de menschen te woekeren hebben. Bij alles wat we dus hier bespreken, raken wij het, werk Gods aan en mogen dat wèl bedenken, om geen overijlde dingen te doen. Ds. Lauwers is een dienstknecht Gods. Als zoodanig heeft hij een zware verantwoordelijkheid tegenover God, maar wij niet minder tegenover hém. Dat moeten wij ons wel bewust wezen. Het is mij nog niet duidelijk, hoe het moet, maar ik wensch niets tegen mijn geweten te doen en evenmin iets, waarvan ik niet volkomen zeker ben, dat het de wil God is". Dit zal moeilijk uit te maken zijn, dacht de diaken. De eene mensch zei vaak, dat dit de wil Gods was, en een ander weer iets anders. Vroeger meenden de Roomschen, dat het de wil Gods was, dat alle menschen tot hun alleenzaligmakende kerk behoorden, en die dit niet wilden, omdat zij meenden, dat God van hen iets anders vroeg, werden doodgemarteld. En zoo was het nog. Zij kregen hier geen hoorbare stem uit den hemel, die zei hóé het moest. En Krein de smid vond, dat Sjoerd bang was zich aan koud water te branden. Hij had wel voor andere vuren gestaan, wacht even ! Hij was niet bang voor een doode muis Wat die verdeeldheid aanging, waar Sjoerd voor vreesde, d'r moest wat leven in de brouwerij zijn. Later bekwam dat wel weer en het onweer zuiverde de lucht. Hij hield wel van een flinke bui. 't Gaf ook eens wat afwisseling. Dat ging in de samenleving 700, en in het huisgezin, en dat ging zoo ook in de kerk. Paulus had ook wel eens oneenigheid gehad met Barnabas en met Petrus, maar later werd de verhouding daardoor beter. Het kon niet altijd even mooi, en makkelijk gaan.Zoo was het bij hem thuis ook niet, maar daarom meende hij het met zijn oude vrouw wel goed. Ds. Lauwers moest tenslotte ook maar een stootje kunnen uitstaan en anders d'r maar, voor zorgen, dat de gemeente geen klachten had. Hij kreeg zélf ook wel eens een duw.(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's