De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

5 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Hierop ging het gesprek over in algemeenheden, waarbij allerlei verhalen van andere plaatsen gedaan werden, waar men ook wel eens een kerkelijken strijd had doorgemaakt, maar die tenslotte vanzelf verliep en waarna men dan in vrede naast elkander leefde, elk zorgend voor eigen belangen en ijverend voor eigen kerk. Alleen Murk en Keimpe zwegen, terwijl Sjoerd niet naliet zijn afkeuring kenbaar te maken over zooveel, dat in den naam van den godsdienst menigmaal ondernomen werd, doch zoo getuigde van zondig menschenwerk, soms van onbeteugelden hartstocht zonder een greintje geestelijks.
Kwam het misschien daardoor, dat Murk onder het luisteren telkens herinnerd werd aan het woord van vrouw Kalma : „Niet door kracht en geweld, maar door Mijnen Geest zal het geschieden, spreekt de Heere" ? Wat was daar veel, óók in dit samenzijn, waaruit wèl sprak de ontevredenheid met de bestaande toestanden, zooals ook wel in de menschelijke natuur ligt, om telkens weer naar iets anders te verlangen met voorbijzien menigmaal van het vele goede, dat men hééft ; ook wel eens, om later terug te wenschen, wat in een dwaas oogenblik veracht of verworpen werd; doch hoe weinig diep geestelijks, dat deed doorvoelen waar het om ging en hoevele, groote belangen hierbij op het spel stonden. Toen de klok tien uur sloeg, was men feitelijk nog even ver.
„'k Zou nog wel één ding willen voorstellen" — aldus kwam Murk. „Dat wij voorloopig aan deze vergadering geen ruchtbaarheid gaven, om ondertusschen nog eens ernstig over het gesprokene na te denken. Mocht Bouma als ouderling daarbij vrijmoedigheid vinden om nog eens met ds. Lauwers over de belangen der gemeente te spreken, zoo zou dat misschien aan te bevelen zijn, en verder moge God zich over leeraar en gemeente ontfermen".
Baas Krein vond dat half werk. Hij hield van zaken doen en spijkers met koppen slaan, wacht even !
Doch de meerderheid vond het ook met het oog op het late avonduur beter, de besprekingen hierbij te laten, om dan kalm te overleggen wat er verder gedaan moest worden. Keulen en Aken waren toch niet op één dag gebouwd, en men was niet gewoon over ijs van één nacht te gaan.
„Ik wilde vanavond den kogel maar door de kerk jagen ; van uitstel komt afstel", riep Krein.
„Juist, baas ; 'k ben 't volkomen met je eens", viel Japie hem bij. „Van dat samenspreken met den dominé komt toch niets en de man zit veel te mooi in zijn pastorie, dan dat hij als Paulus alles schade en drek zou willen achten, teneinde Christus te gewinnen. Om daartoe te komen, moet de mensch eerst alles verliezen, en daar is hij lang niet aan toe. Daarom geeft al dat praten niets".
„'t Voorstel van Murk lacht mij wel toe", sprak Sjoerd. „Wij moeten vóór alle dingen verzekerd wezen bij alles wat we doen in Gods weg te zijn, en mogen de gevolgen, die onze besluiten kunnen hebben, ook wel eens ernstig overwegen. Het is heel gemakkelijk iets te breken of te scheuren of uiteen te halen, maar om het dan weer te herstellen, zooals het voorheen was, dat is moeilijker. Geesten ontketenen — las ik eens — dat is geen kunst, maar ze weder te bezweren, dat is iets anders. Tot hiertoe bleef onze gemeente, op enkele uitzonderingen na, één geheel, maar wij hebben niet te vergeten dat een kerkelijke of godsdienstige scheur vaak door het gcheele leven gaat, om te scheiden wat eertijds altijd vereenigd was. Wanneer dit werkelijk de weg Gods is, dan mogen wij daarvoor niet terugdeinzen, óók niet om de gevolgen. Maar ik denk hier aan het woord van den Heiland, dat wie een toren wil bouwen, hij vooraf wel de kosten heeft te berekenen".
„'k Hoor wel, d'r komt niets van terecht", gromde Krein, terwijl hij zijn pet van den vloer nam en in zijn hand heen en weer draaide. „Als je wilt beginnen te rekenen, blijf dan maar thuis".
Doch niemand, die hem hier bijviel, 't Was alsof het bezonken woord van Murk en Sjoerd allen tot nadenken bracht. Zelfs bakker Deelstra werd stil. Plotseling herinnerde hij zich óók nog andere belangen dan die van de administratie der Diaconie te hebben. Hij had ook een zaak, die tot dusver bijzonder goed liep, omdat de concurrentie niet groot was, doch het zou de vraag wezen of dit zoo blééf, wanneer de gemeente in tweeën ging. „'k Zou maar wat voorzichtig wezen", had de bakkerin gezegd, toen hij van deze bijeenkomst vertelde. „Je hebt ook een huis met kinderen, die allen de wereld door moeten, en 't zou dwaas van je wezen je brood weg te werpen voor 't postje van diaken. Bedank daar dan eerder voor".
Nu, dit laatste, daar had hij geen idee in. Toen men hem voor een paar jaren tot diaken koos, was zijn vrouw een dergenen geweest, die hem geprest hadden, deze benoeming aan te nemen, al was het toen alleen maar, om daardoor zijn concurrent de „oogen uit te steken" — zooals zij het genoemd had, en nü zou hij zich daarvan weer terugtrekken ? Daar kwam niets van in, alleen, voorzichtigheid was misschien aanbevolen, zooals Sjoerd gezegd had. Wanneer men tot een nieuwe kerkformatie overging, kwam er allicht ook in het maatschappelijk leven een scheidslijn tusschen de dorpelingen, met gevolg, dat  weldra elk zijn eigen winkelier en bakker en schoenmaker hebben moest, omdat deze van de zelfde „kleur" waren. Daardoor zou werkelijk de zaak schade lijden. „Vele varkens maken de spoeling dun", en wat de een verkocht, kon de ander met leveren. Baas Krein had goed praten. Hij behoefde de concurrentie niet te vreezen, omdat de kans gering was, dat een tweede smid zich hier zou durven vestigen, en ook, omdat hij zijn schaapjes vrijwel op het droge had. Als hij wilde, kon hij wel rentenieren.
(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's