De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VAN DREMPEL TOT DREMPEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VAN DREMPEL TOT DREMPEL

6 minuten leestijd

In ons vorig artikel »Op den drempel « gaven wij enkele indrukken weer. Indrukken, welke niet kunnen uitblijven, wanneer men als huisbezoeker staat op den drempel van woningen, welker bewoners geheel of nagenoeg geheel met de Kerk gebroken hebben.
Gelukkig treffen wij op onzen weg, die leidt van drempel tot drempel, ook woningen aan, waar een warm medeleven gevonden wordt. En het moet met groote dankbaarheid worden geconstateerd (het zou ondankbaar zijn, het niet te doen), dat wij personen ontmoeten, bij wie dat medeleven niet alleen blijkt uit belangstelling, doch vooral ook daaruit, dat men geheel onbaatzuchtig met een voorbeeldigen ijver zich daadwerkelijk geeft voor de dingen van het Koninkrijk Gods.
Een der eigenaardigheden van het huisbezoek is wel, dat men elken avond weer voor geheel nieuwe verrassingen kan komen te staan. Zoowel van aangenamen als van onaangenamen aard.
Terwijl het toch ook eenigszins tot voldoening stemt, wanneer het blijkt dat het gebrachte bezoek aanleiding gegeven heeft tot een dieper nadenken over de geestelijke dingen. Dat het dienstbaar mocht zijn om kinderen tot de Zondagsschool, jongeren en ouderen tot de catechisatie te brengen ; en het ook voorkomt dat van degenen, die sinds lang den kerkgang verwaarloosd hadden, er zich weer opmaken om bij de noodiging der klokken zich aan te sluiten bij de schare der kerkgangers. Kortom, dat in wijk en gemeente, al is het dan op heel bescheiden schaal, nieuw medeleven zich gaat openbaren.
Daarom is, met het oog op kerkelijke samenleving en wat daarmede verband houdt, regelmatig huisbezoek verre van overbodig.
Van drempel tot drempel gaande, valt er ook nog wel iets te leeren. En dan zijn het uit den aard der zaak lessen uit de practijk des levens. Welke, zooals bekend, vaak met schade en schande door de practijk geleerd worden.
Of is het geen les, welke met schade en schande gepaard gaat, wanneer in antwoord op onze vraag, waarom men zich uit de kerkelijke samenleving grootendeels heeft teruggetrokken, men als met den vinger heenwijst naar christenen, vaak vooraanstaande, die zoo onchristelijk kunnen handelen en wandelen ? Waarmede men „omvalt".
Zeker, vanzelfsprekend wijzen wij er dan telkens op, dat voor de gedragingen van dergelijke menschen de Kerk niet verantwoordelijk gesteld mag worden, omdat zij daar de oorzaak niet van is. Dat, integendeel, de christelijke leer opwekt tot naastenliefde en tegen onbehoorlijke handelwijzen ten strengste waarschuwt.
Maar intusschen wordt door de gedragingen van hen, die zich christenen noemen, over de Kerk en daardoor tevens over den Koning der Kerk, een golf van schande uitgestort.
En wie zal zeggen, welke schade daardoor berokkend wordt ? Schade voor hen, die hierin een oorzaak vinden den middellijken weg te verlaten en daardoor niet meer onder het net des Evangelies komen. Schade óok voor de Kerk, voor zoover het haar uiterlijk welzijn betreft.
Klinkt het ons hieruit niet toe : Wandelt dan waardiglijk der roeping, waarmede gij geroepen zijt ?
Dit geldt allereerst hen, die behooren tot de gemeente der uitverkorenen, die het Da Costa nazeggen :
Zijt Gij, o mijn Koning ! (Gij !) tot mij gekomen? Hebt Gij hem gezocht, die naar U niet en zag ?
maar die dan toch ook hebben te staan naar heiligmaking in de kracht des Heiligen Geestes. Opdat ook in hen iets leve van :
Voor U wil ik strijden, voor U wil ik lijden, Voor U wil ik de aarde doorgalmen van lof ! Aan U wil ik adem en levenskracht wijden. Tot de Engel des levens mij slake uit dit stof !
Wandelt dan waardiglijk der roeping, waarmede gij geroepen zijt !
Zou dit ieder christen niet iets te zeggen hebben ? Want zelfs al ontbreekt de bijzondere genade des Heiligen Geestes, welke noodig is voor de heiligmaking, de algemeene genade ontbreekt niet. En op grond van deze algemeene genade kan toch de Kerk reeds van ieder harer leden met recht verlangen (en God vraagt dit zeer zeker), dat de Naam Gods om onzentwil niet gelasterd worde.
Wanneer uit kracht der algemeene genade er bij den wereldling niet zelden gevonden wordt : eerlijkheid, trouw en naastenliefde ; een „Samaritaan" handelt, zooals in de gelijkenis weergegeven ; in wereldsche kringen vaak een offervaardigheid en een toewijding wordt aanschouwd, een betere zaak waardig — moest dit alles dan niet allereerst en allermeest bij de christenen gevonden worden ?
Helaas, ontbreekt daaraan nog wel eens het een en ander. En als wij het nog niet wisten, dan brengt men ons dit op het huisbezoek wel aan het verstand. Wel is het waar, dat degenen die wijzen op de fouten van anderen, vaak daartoe de laatst aangewezenen zijn. Dat neemt echter niet weg, dat de juistheid van hun grieven lang niet altijd ontkend kan worden. De eisch is immers : die den naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid.
Ja, van drempel tot drempel gaande, valt er nog wel iets te leeren. Beschamende lessen. Mogen ze door ons meer en meer ter harte worden genomen.
Van drempel tot drempel blijkt ook overduidelijk, dat schijn niet hetzelfde is als wezen. En dat er een vorm kan zijn, zonder inhoud. In enkele gevallen zijn zelfs schijn en vorm niet meer te bespeuren.
Wij ontmoeten menschen, welke in hun leven oogenblikken hebben meegemaakt en woorden hebben uitgesproken, die vol beloften waren. En thans ? De beloften zijn reeds lang vergeten en van de gewijde oogenblikken is slechts een flauwe herinnering over. In het bijzonder denken wij hier aan hen, die eens in het midden der gemeente belijdenis des geloofs hebben afgelegd. Welke in die plechtige ure voor God en Zijn gemeente hun ja-woord hebben gegeven. Van hoevelen blijkt het echter achteraf dat het niet geweest is een belijden van hun persoonlijk geloof, doch in het gunstigste geval slechts de uitdrukking van een geloof aan de belijdenis. En nadien is het gegaan, zooals in de gelijkenis van het zaad, waarbij het viel op den weg, op steenachtige plaatsen of in de doornen, maar tot vrucht kwam het niet.
En voor zoover men wèl kerkelijk is blijven meeleven, hoe staat het dan bij velen b.v. met de belofte, welke zij hebben afgelegd, n.l. dat zij tot den bloei van het Godsrijk in het algemeen en van de Nederlandsche Hervormde Kerk in het bijzonder, naar hun vermogen, volijverig zouden medewerken ? Medewerkers, volijverige medewerkers ! Ze worden allerwegen gezocht en ze zouden in overvloed beschikbaar zijn, als als allen die „ja" gezegd hebben, óok hun belofte naar hun vermogen inlosten.
Huisbezoek. Het is een gaan van drempel tot drempel. En van over die drempels komt er een sprake. Zal ze worden verstaan ?
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

VAN DREMPEL TOT DREMPEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's