Rondblik buiten de Grenzen
De beroemde kathedraal van Reims is deze week weer in gebruik genomen. Vier en twintig jaar nadat het imposante middeleeuwsche bouwwerk tijdens de groote wereldoorlog voor een groot deel werd vernield. De Franschen hebben er veel zorg en kosten voor over gehad om deze historische kerk, waar vrijwel alle Fransche koningen zijn gekroond en Jeanne d'Arc — wier standbeeld op het kerkplein staat — Lodewijk VII naar den troon voerde, in haar oude luister te herstellen. De Fransche president Lebrun, woonde de plechtigheid bij en de kardinaalaartsbisschop Suhard voerde er het woord. Als we het verslag van deze redevoering lezen, treft het ons, dat daarin wraakgierige toespelingen op de Duïtschers, die de kathedraal vernielden, achterwege zijn gebleven. Moge de Notre Dame van Reims — aldus de Pauselijke Legaat — eens verminkt, thans herboren, een levendig protest vormen tegen elke vernieling, elke verminking en elke verwonding in den oorlog.
Dat is inderdaad de les, welke de kathedraal van Reims ons geeft, 't Is alleen maar zoo droevig, dat de menschen zoo hardleersch zijn. Wie denkt niet onwillekeurig aan de niets-ontziende verwoestingen, welke op het oogenblik in Spanje en China worden aangericht. Eeuwenoude, historische kunstschatten worden, zonder eenige verontschuldiging, in puin geschoten, en doodelijke verminkingen en verwondingen beperken zich niet tot de jonge mannen, die tot oorlog-voeren genoodzaakt worden. Ondanks alle protesten zijn de oorlogspractijken steeds wreeder geworden. Toen de Duitschers de kathedraal van Reims vernielden, is daar heel wat over te doen geweest. Men verontschuldigde zich met te zeggen, dat de hoog-oprijzende kerktorens door de bezetting als uitkijkposten werden gebezigd. Een groot gedeelte van het prachtig-bewerkte kerkfront werd geheel met zandzakken afgedekt om 't kostbare beeldhouwwerk te beschermen. Van het niet-beschermde deel bleef niet veel gespaard. In den laatsten tijd zijn we aan de vernieling van kerkgebouwen en van
andere kostbare bouwwerken reeds langzamerhand gewend geraakt. Verontschuldigingen op grond van het feit, dat ze voor militaire doeleinden werden gebruikt, zijn nauwelijks meer noodig.
Het kan niet anders dan toegejuicht worden, dat het pijnlijke vluchtelingen-vraagstuk weer eens een punt van speciale bespreking heeft uitgemaakt. President Roosevelt nam daartoe het initiatief, en de conferentie van Evian was er het gevolg van. Dat deze internationale conferentie de moeilijkheden niet op kon lossen, stond wel van te voren vast. De meeste mogendheden, die er vertegenwoordigd waren, hebben sympathiek gesproken, doch moesten verklaren dat in hun land of in hun koloniën voor Joden niet veel ruimte meer was. Slechts een paar Zuid-Amerikaansche landen verklaarden, dat zij een tal van menschen met landbouwkundigen aanleg zouden kunnen bergen. Maar het is nog zéér de vraag of de Joden daar veel van kunnen profiteeren. De Nederlandsche vertegenwoordiger heeft er op gewezen, dat ons kleine landje reeds 23.000 vluchtelingen herbergt, en zelf reeds 400.000 werkloozen heeft, en er dus van ons niet veel meer te verwachten is op dit punt. En emigratie naar onze koloniën op groots schaal moet al eveneens tot de onmogelijkheden worden gerekend.
Voor de Duitsche Joden is de toestand wel zeer pijnlijk. Indien ze zouden willen emigreeren, moeten ze van hun Duitsche bezittingen geheel of gedeeltelijk afstand doen. En aangezien het Derde Rijk hen niet als Staatsburgers erkent, komen ze ook niet voor een Duitsche pas in aanmerking. Zoodoende worden ze gedegradeerd tot vreemdelingen zonder middelen van bestaan. Van Joodsche zijde is de conferentie van Evian dan ook gevraagd om vooral aan die zijde van het vluchtelingen-vraagstuk aandacht te schenken, door er bij de Duitsche regeering op aan te dringen een meer-menschelijke houding tegen de joden die emigreeren willen, aan te nemen. Maar Duitschland is wel het laatste land, dat zich ongevraagde adviezen van internationale conferenties, aantrekt. Zeker niet wanneer die adviezen verband houden met het anti-semietisme, een direct uitvloeisel van de nationaal-socialistische wereldbeschouwing.
Het eerste concrete resultaat van de conferentie is de oprichting van een permanent-bureau voor de vluchtelingen, dat zijn zetel te Londen zal krijgen. Maar ook dat zal Ahasverus geen rust kunnen schenken
De emigratie naar Palestina wordt er voor de Joden ook al niet aanlokkelijker op. Natuurlijk zijn daar de economische mogelijkheden ook niet onbeperkt. Maar bovendien hebben de Arabieren, die de terugkeer der joden met alle macht willen tegenhouden, weer opnieuw van zich doen spreken. De spanning is weer grooter dan ze in jaren is geweest. De bomaanslagen waar de Arabieren in Palestina zich aan schuldig maken, zijn legio ; gevechten zijn aan de orde van den dag ; onregelmatigheden komen elk oogenblik voor. Te Haifa, Jaffa en Jeruzalem vielen reeds verscheidene slachtoffers. En de Engelschen hebben zich genoodzaakt gezien om een paar oorlogsschepen naar Haifa te zenden ; troepen van 12000 man sterkte worden aan land gezet.
De Arabieren, die reeds eeuwen in Palestina gevestigd zijn, vreezen dat de Joden hetlan4 langzamerhand zullen terugnemen. Het is voor de Arabieren dus een bestaanskwestie, die Engeland al heel wat hoofdbrekens heeft gekost.
De teekenen der tijden zijn vele.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's