De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

6 minuten leestijd

Daar worden meer klaagliederen gezongen, dan lofzangen aangeheven.
Zoo hoorde ik dezer dagen een mijner vrienden zijn gedachten weergeven, 'k Kon er weinig tegen inbrengen om de eenvoudige reden, dat hier de werkelijke gang van zaken tot uiting komt. In den regel is het zoo, dat door ons veel eerder en veel scherper wordt opgemerkt wat wij gaarne anders zagen, dan wat onze goedkeuring wegdraagt.
Dat laatste ligt ons beter, dat wiegelt met den stroom onzer gevoelens mee. Wat ons niet aanstaat, gaat niet licht sprakeloos voorbij. Wij laten onze af keuring wel even hooren.
Zoo kan het dan ook niemand verwonderen of daar zijn altijd op- en aanmerkingen te over. Als nu eigen leven en eigen arbeidsveld maar als object mocht dienen, zou het zijn nuttigheid nog kunnen inhebben. Maar het is haast altijd, wat een ander doet of een ander voor eigenschappen vertoont. Daarover gaal het critisch oog en worden de scherpste opmerkingen gemaakt.
't Is eigenaardig, dat niemand hieraan ontkomt, zelfs God niet. Ook de hooge God in den hemel maakt het ons zelden naar den zin. Wanneer wij maar eens luisteren naar wat het oordeel is omtrent Godes gangen in bet rijk der natuur.
Wat een klaagtonen werden gehoord in de achter ons liggende weken en maanden, „'t Is veel te droog. Er valt lang geen water genoeg. Daar is op den duur niet anders dan gebrek te wachten".
Zoo waren de dagelijksche opmerkingen. Niet, dat hier rechtstreeksche aanmerkingen op den Heere Zelf waren bedoeld, doch in werkelijkheid was het hiervan weinig verschillend.
En nu kwam daar een gelukkige keer.
De regen kwam ; deze kwam overvloedig. Was er nu dank ? Neen, een zwijgen luidde in, dat straks onderbroken zou worden door klaagliederen: „Is me dat een zomer ? 't Lijkt wel herfst. Wanneer hier niet spoedig een gunstige keer in komt, is er mislukking van dit en mislukking van dat te wachten" .
Zoo wordt hier in beeld gebracht een stukje van uw en mijn leven. Wij kunnen God maar zoo slecht God laten. Hij, de souvereine Gebieder, Die allen zoo koninklijk verzorgt, leere ons wat de Dichter zingt :
Mijn ziel is immers stil tot God ; Van Hem wacht ik een heilrijk lot, Hij immers zal mijn rotssteen wezen. Mijn heil, mijn hulp in mijn gebrek. Mijn toevlucht en mijn hoog vertrek ; Ik zal geen groote wank'ling vreezen.
Ziet hier de balans de juiste richting aangeven. De evenaar wijst omhoog.
Mogen wij hiermede ons inleidend woord beëindigen om u het overzicht voor te leggen van wat thans bij ons inkwam.
1. De eerste giften kwamen beide uit Rotterdam, dat wil zeggen, burgerlijk, de kerkelijke kaart is nog altijd zich houdende aan de oudere benaming. Ditmaal zond ds. Bout van Delfshaven mij een gift voor het Studiefonds van den heer S. van 5 gld ƒ 5.—
Mogen wij onze erkentelijkheid betuigen voor dezen ons bewezen dienst en tegelijk hem verzoeken onzen welgemeenden dank over te brengen aan onzen vriend S.
2. De volgende zending kwam uit Rotterdam (Centrum). Onze voorzitter, ds. Van Grieken, zond ons per giro een viertal giften, n.l. van 6 gld., van 1 gld., van 2.50 en van 0.50. Samen „10.—
Lichtelijk dat het hem gemakkelijker zal vallen de gevers onzen dank over te brengen, dan dat wij dit zelf zouden doen. Intusschen onzen vriendelijken dank.
3. Collega Brouwer van Wilnis overhandigde mij een gulden, welke ook hem ter hand gesteld was met bestemming voor het Studiefonds............„ 1.—
Hij wil onzen dank wel overbrengen.
4. De adm.-diaken T., van Schoonhoven, zond mij de som van ƒ O.5O, aldaar in de collecte gevonden, met bijschrift : „Voor het Studiefonds" „ 0.50
Waarvoor ik mijn vriendelijken dank alsnog betuig. Bij de vorige verantwoording was dit achterwege gebleven.
5. Vanuit Monster werd mij dezer dagen de aldaar gehouden Paaschcollecte toegezonden, welke niet minder bedroeg dan „43.50
Hiermede was ik zeer verblijd. Wij stellen de medewerking van alle onze Gereformeerde gemeenten ten zeerste op prijs en zeggen dan ook den Kerkeraad zeer hartelijk dank.
6. Hierop volgde een andere collecte, die eveneens ons blijde stemde, n.l. bij de bevestiging en intrede van ds. Kuyper te Mastenbroek werd voor onze fondsen ingezameld de som van „45.35
Op. zulk een steun hadden wij niet durven rekenen, al hebben wij ook aan de gemeente van Mastenbroek de meest aangename herinneringen mogen bewaren. Wij zijn zeer erkentelijk voor de waardeering van onzen arbeid, welke hieruit spreekt.
7. De adm.-diaken v. D., te Harderwijk, zond ons een deel van de collecte voor Christ, doeleinden, bedragende ..„10.—
Wij zeggen hem dank voor alles, hem vriendelijk verzoekend onzen dank over te brengen aan den Kerkeraad.
8. Te Maassluis bracht de Paaschcollecte op ƒ 17.75, waarbij was gevoegd de inhoud van het busje van den heer L., zijnde ƒ 1.25. Samen „19.—
Wij zeggen den heer L. hartelijk dank voor deze zending. Hij wil onzen dank ook verder wel doorgeven.
9. Vanuit de gemeente van Waspik was mij al bericht geworden omtrent de aldaar gehouden Paaschcollecte. Deze werd me thans overgemaakt, zijnde ƒ 12.50
„12.50
Mogen we den jeugdigen pastor loei ds. Lans hartelijk dank zeggen. Hij brengt onzen dank aan den Kerkeraad wel over ?
10. Te Bergambacht zou ik, zooals reeds afgesproken was, de Paaschinzameling mogen houden, 'k Heb dit den laatsten Zondag van Juni mogen doen. Met genoegen was ik een Zondag in hun midden. De collecte alhier getuigt nog altijd van warm meeleven in alles. Zij bracht op niet minder dan „57.65
Onze welgemeende dank wordt bij dezen geuit. Godes zegen ruste op dezen arbeid.
11. Aan ds. Koolhaas was daar van een jeugdig echtpaar uit zijn vorige gemeente een gift ter hand gesteld van „ 10.— voor onze fondsen. Telkens blijkt ten duidelijkste hoe warm hier van beide kanten nog wordt meegeleefd.
Intusschen onzen grooten dank aan zender èn gevers.
12. Een dubbele gift uit eigen gemeente vormt het sluitstuk voor heden. Voorop ga een telkens terugkeerende bijdrage, die in de collectezak wordt gestopt. Deze bedraagt altijd „ 10.— met bijschrift : voor het Studiefonds, van N.N. Den onbekenden vriend zeg ik voor deze zeer gewaardeerde steun zeer hartelijk dank.
Hierop volgde nog een bizondere gift, in een brief, mij gezonden. Uit mijn bus kwam een zeer hartelijk schrijven dat van groote dank getuigde voor de weldaden, hem van God geschonken. Deze dank werd ook geuit door een gift van 100 gld., waarvan ƒ 2.50 was bestemd voor het Studiefonds en ƒ 2.50 voor den Gereformeerden Bond. Samen „ 5.—
Ook deze laatste gift heeft mij bizonder goed gedaan.
Wat zorgt de Heere toch altijd mild voor wie het van Hem verwachten. Menschen mogen ons teleurstellen. Hij nimmer. Hij geeft mildeliik en verwijt nimmer. Tezamengeteld kom ik tot een som van
f 229.50
Utrecht.
P.S. De afdeelingen, die geen ledenlijst nog zonden, worden dringend verzocht dit dadelijk te doen, want alles wacht er op.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's