STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE WERKLOOSHEID Welvarend Zweden (2)
Dat in Zweden de welvaart en de koopkracht der bevolking nog heel wat te wenschen laten en bij lange na niet op het peil staan als de sociaal-democraten willen doen gelooven, hebben wij de vorige week met de cijfers aangetoond.
Intusschen worden deze ongun.itige sociale toestanden ook in Zweedsche kringen volmondig erkend.
Dit blijkt uit een Zweedsche correspondentie, voorkomende in Economisch-Statistische Berichten van midden Juli van het vorig jaar. Een medewerker van het Weekblad uit Stockholm, de hoofdstad van het Scandinavische Rijk, schrijft, dat Prins Wilhelm, de tweede zoon van den Zweedschen koning, bij gelegenheid van een openbaar feest betoogde, dat Zweden eerst nog tot een reeks van sociale hervormingen zal moeten overgaan, alvorens men het een luilekkerland zal kunnen noemen. Professor Ohlin legde er bij dezelfde gelegenheid den nadruk op, dat Zweden niet het paradijs is, waarvoor het vooral in Amerika (en wij zouden er aan willen toevoegen ook bij de sociaal-democraten in Nederland) wordt gehouden.
De medewerker van het blad voegt dan aan wat Prins Wilhelm en professor Ohlin opmerkten, nog dit toe :
„Terwijl elke werkende Zweed gemiddeld slechts ongeveer Kr. 1700 per jaar verdient, blijft bijna 3/4 Van hen bij dit geenszins hooge niveau ten achter, terwijl ruim de helft zelfs minder dan Kr. 1000 per jaar heeft. Ruim 1/5 van alle Zweedsche gezinnen verdienen minder dan Kr. lOOO per jaar, en in Stockholm, de duurste stad, bereiken maar o % van de gezinnen dit niveau.
Deze cijfers berusten op de belastingstatistiek van 1930. Sedert dien zijn de gemiddelde loonen van de arbeiders slechts met ongeveer 4 % gestegen, terwijl de nominale loonen zelfs zoowat ongewijzigd bleven."
Wanneer men nu weet, dat 1000 Zweedsche Kronen ongeveer ƒ 465.— in Hollandsch geld waard zijn, dan kan uit het bovenstaande gemakkelijk worden opgemaakt, dat de Zweedsche bevolking op een zeer laag levenspeil leeft en dat de arbeiders het in dat land slecht hebben. Verder is de conclusie te trekken, dat Nederland een vergelijking met Zweden glansrijk kan doorstaan.
Uit hetgeen wij de vorige week en ook hierboven schreven, blijkt dus, dat op de eerste vraag, die wij in ons laatste artikel stelden : hoe het in Zweden staat met de welvaart en de koopkracht der bevolking, geen ander antwoord kan gegeven worden, dan dat de bevolking in Zweden behalve dat zij slecht en duur woont, de groote massa ook zeer eenvoudig leeft.
Onze tweede vraag luidde : of de bewering, die wij telkens kunnen beluisteren, juist is, dat het rood beleid in Zweden door zijn maatregelen de werkloosheid heeft uitgebannen.
Ten aanzien van deze vraag moeten wij beginnen met de opmerking, dat de werkloosheid in Zweden gering is, doch dit is niet het gevolg van het wijs beleid van de socialistische regeering maar van de omstandigheid, dat de bodem van het land veel ijzererts oplevert, wat de rijken voor de bewapening van hun legers behoeven. De wereld roept toch om het Zweedsche ijzer.
Dr. Colijn noemde in de Tweede Kamer deze sprekende cijfers. Zweden exporteerde aan ijzererts in 1932 2.2 millioen ton 1933 2.7 millioen ton 1934 5.2 millioen ton 1935 7.9 millioen ton 1936 11.2 millioen ton 1937 13.96 millioen ton
Uit deze cijfers ziet men, dat tegelijkertijd met het stijgen van het oorlogsgevaar, wat de groote bewapeningswedloop der volken tot gevolg' had, de export van ijzer uit Zweden snel omhoog ging. Daarbij komt dan nog, dat Zweden uit zijn fabrieken te Bofors het meest moderne geschut aan de wereld levert.
De oorlogsindustrie is dus de groote oorzaak, dat Zweden haast geen werkloozen heeft.
Het is dan ook niet anders dan grootspraak en tevens zeer misleidend, wanneer de sociaaldemocraten bij ons beweren dat hun partijgenooten in Zweden door hun welvaartspolitiek, bestaande in het uitvoeren van openbare werken in groote stijl, de werkloosheid hebben uitgebannen.
Want, wanneer men nagaat het bedrag, dat de Zweedsche regeering inderdaad voor het uitvoeren van openbare werken heeft beschikbaar gesteld en dit bedrag vergelijkt met dat wat in Nederland aan openbare werken werd ten koste gelegd, dan is eerstgenoemd bedrag niet alleen niet hooger maar zelfs veel lager, dan de gelden, die de Staten-Generaal in Nederland toestond. Immers komt het bedrag in Zweden niet boven de 62 millioen per jaar, terwijl in Nederland jaarlijks 75 millioen worden uitgegeven. Voor de komende vijf jaren zal dit bedrag van 75 millioen zelfs tot 120 millioen worden verhoogd.
Nederland gaat dus op het punt van het uitvoeren van publieke werken ver boven Zweden uit.
Zoo staat het ook met den geldelijken steun, welke aan de werkloozen hier en in Zweden wordt verleend.
In Nederland ontvangt de werklooze het volle werkverschaffingsloon, terwijl in Zweden de werkloozen slechts 70 procent van dat loon wordt uitgekeerd.
Alles bij elkander genomen zouden de sociaal-democraten verstandig handelen, wanneer zij voortaan maar van de verwijzing naar Zweden afzagen.
Een vergelijking met België of Frankrijk zou beter op zijn plaats zijn. Doch daaraan wagen zich de sociaal-democraten niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's