De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondblik buiten de Grenzen

5 minuten leestijd

Het wordt steeds duidelijker, in welk een hachelijk avontuur Japan zich gestoken heeft, toen het, nu ruim een jaar geleden, het „conflict" met China in het leven riep. Op zichzelf geven de prestaties van het goed-gedrilde, moderne Japansche leger, Tokio geen reden tot ontevredenheid. De eene Japansche overwinning volgt op de andere. Maar de moeilijkheden voor de aanvallers schuilen dan ook niet zoozeer in het verweer dat de Chineezen bieden, (hoewel dat langzamerhand ook op een hooger militair peil gebracht wordt), dan wel in de bijna onuitputtelijke hoeveelheid menschenmateriaal waarover het enorme Chineesche Rijk beschikt, Hoe grooter het „overwonnen" gebied wordt, hoe grooter ook de Japansche bezetting moet zijn. En zelfs indien de Japansche overwinningen in hetzelfde snelle tempo zouden blijven voortgaan, dan zou er nog een niet te berekenen tijd over heengaan voor China gedwongen kon worden zich over te geven.
En intusschen begint Japan binnenslands de droevige gevolgen van dezen kostbaren oorlog danig te gevoelen. Terwijl de eigen industrie sterk bemoeilijkt wordt door den oorlogstoestand, en daardoor de exportmogelijkheden sterk inkrimpen, moet steeds meer uit het buitenland betrokken worden. Het is duidelijk, dat bij deze gang van zaken de financieele middelen van Japan een sterke knauw krijgen.
Het kost Japan dan ook de grootste moeite om den oorlog te financieren. Tot nog toe is Amerika een vlot wapenleverancier voor Japan. Maar er gaan in de Vereenigde Staten reeds stemmen op, om de wapentoevoer naar Japan te verbieden. Al was het alleen maar, om te voorkomen dat de machtspositie van Japan in het verre Oosten onaantastbaar wordt.
Daar komt nu bij dat Rusland een steeds dreigender houding begint aan te nemen. Toen Duitschland, op aandrang van Japan, de Duitsche officieren uit China terugriep, werd aanstonds het vermoeden uitgesproken, dat China hierdoor nog meer op de hulp van de Sovjet-Unie zou zijn aangewezen. En vroeger hooggeplaatste, doch in ongenade gevallen, Russische politici, verzekerden dat Moskou op een gunstige gelegenheid zat te wachten om Japan aan te vallen. Dit laatste lijkt wat overdreven, als men bedenkt, dat het gemakkelijker wordt Japan aan te vallen, naarmate het in den oorlog meer krachten verspeeld heeft. Toch winnen de geruchten over Russische hulp aan China aan geloofwaardigheid, nu blijkt dat de Sovjet-Unie een landstreek in Mandsjoekwo bezet heeft, en daar haastig versterkingen aanlegt. Eenige dagen tevoren hadden de Franschen reeds de Paraselsus-eilanden in Zuid-China bezet. Daar heeft Japan zich toen maar bij neergelegd, doch tegen de Russische actie in het door.Japan gecontroleerde Mandsjoekwo, heeft Tokio ernstig geprotesteerd. Als de invallers niet vrijwillig weggaan, zullen ze met de wapens verdreven worden.
Of er inderdaad verband bestaat tusschen de Russische ên de Fransche militaire activiteit rondom Japan weten we niet. Maar de Italiaansche persorganen hebben reeds duidelijk uitgesproken, dat indien er een Fransch-Russische aanval op Japan op komst is, het anti-kominternverdrag daartegenover in werking zal worden gesteld, en Duitschland en Italië Japan te hulp zullen snellen.
Dat ziet er dus niet mooi uit.

Er is nog een gebeurtenis welke dezer dagen sterk de aandacht trok, en welke, zonder al te veel moeite, met bovenstaande dreigingen in direct verband kan worden gebracht. De Duitsche bladen maakten namelijk de laatste dagen herhaaldelijk melding van groote troepenbewegingen welke in Tsjecho-Slowakije zouden plaats vinden. Reeds eerder werd gemeld, dat het grensgebied tusschen Duitschland en Tjsecho-Slowakije in snel tempo van moderne afweermiddelen wordt voorzien. Valkuilen voor mitrailleurs en moderne gevechtslinies zouden allerwege in aanbouw zijn. En Duitsche correspondenten verklaarden talrijke mobilisatie-verschijnselen te hebben waargenomen. Tot nog toe ontkent Praag echter stelselmatig ieder bericht dat van bijzondere militaire activiteit melding maakt. Er zouden slechts normale troepenverplaatsingen hebben plaats gehad.
Nu zou het op zichzelf zeker niet onverstandig genoemd kunnen worden indien Tsjecho-Slowakije maatregelen nam om te verhinderen dat groote troepenmachten niet zoo makkelijk de grenzen kunnen passeeren, als dit onlangs bij de toenmalige Duitsch-Oostenrijksche grens het geval bleek. Een gewaarschuwd man telt voor twee. En alleen hij, die zelf iets „mans" blijkt te zijn, kan op den steun van derden rekenen. Maar in het licht van bovenbedoelde Russische activiteit beschouwd, krijgen de berichten over Tsjecho-Slowakije een ietwat ander aanzien. Zeer suggestief typeerde men van Duitsche zijde, Tsjecho-Slowakije als „het vliegtuigmoederschip" der Sovjet-Unie. Dus als een plaats waar de Russische strijdkrachten vasten voet kunnen krijgen in de directe nabijheid van het vijandelijk gebied. Is er dus iets aan de hand in het verre Oosten, waarbij via Rusland, ook midden-Europa wordt betrokken, dan zou Tsjecho-Slowakije inderdaad een belangrijke rol kunnen spelen.
De Sovjet-Unie is zeker een onberekenbaar element in de huidige politieke situatie. Eenerzijds is men geneigd om te hopen, dat de binnenlandsche moeilijkheden waarmee Rusland te kampen heeft, en waardoor ook met name het Russische leger enorm aan kracht heeft ingeboet, de Sovjet aanleiding zullen geven om zich voorloopig nog geen extra moeilijkheden met het buitenland op de hals te halen. Maar anderzijds is de vrees niet ongegrond, dat de Sovjet-Unie een buitenlandsch avontuur in het leven zullen roepen, om de aandacht van den hopeloozen binnenlandschen toestand af te leiden.
Bij dit alles is van groot belang welke houding Engeland aan zal nemen. Het is bekend, dat Chamberlain er niets van weten wil, om, tezamen met Parijs en Moskou, een front te vormen tegenover Tokio, Berlijn en Rome. De moeilijkheid is echter, dat deze drie eigenlijk zelf reeds een front gevormd hebben.
Bij het bezoek dat het Engelsche Koningspaar deze week, onder luisterrijke viering, aan Frankrijk bracht, is er nog eens de aandacht op gevestigd, dat er tusschen Parijs en Londen een nauwe band bestaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's