De Catechismus van Calvijn.
Van het Woord en de prediking. Vraag : Hoe kunnen wij nu lot dat groote goed geraken ?
ZONDAG 45.
Antw. : De Heere heeft ons daartoe Zijn Heilig Woord gegeven, dat als het ware de deur tot Zijn hemelsch Koninkrijk is.
Vraag : Waar vindt gij dit Woord ?
Antw. : Dat is vervat in de Heilige Schrift.
Vraag : Hoe moet men zich er van bedienen om er voordeel van te mogen hebben ?
Antw. : Wij moeten het gelooven en aannemen met een hartelijke overtuiging en toegenegenheid, als een waarheid die van den hemel tot ons komt ; en wij moeten er ons met een gewillig hart en open geest in gehoorzaamheid aan onderwerpen, en het in ons hart bewaren, om er ons naar te schikken en het in ons leven te volgen. Zóó vindt het zijn bestemming : onze zaligheid.
Vraag : Staat dal alles in onze macht ?
Antw. : In 't geheel niet, maar het is God, die op deze wijze, dit alles in onze harten werken wil door Zijn Heiligen Geest.
Vraag : Moeten wij ons er dan niet op toeleggen en ons beijveren het Woord te lezen en daarbij vorderingen te maken door het te overdenken ?
Antw. : Zonder twijfel ; in de eerste plaats moet ieder persoonlijk, door dagelijksche lezing van het Woord, zich oefenen ; en in het bijzonder moeten we allen saam gelrouw de godsdienstoefeningen bezoeken, waar dit Woord in de vergadering der geloovigen wordt uitgelegd.
Vraag : Is 't dus niet voldoende het Woord alleen, voor zich zelf, thuis Ie lezen, maar moeten allen samenkomen om gemeenschappelijk te luisteren naar deze leer ?
Antw. : Ja, voor zoover ons daartoe door God de gelegenheid gegeven wordt, zeer zeker!
Vraag : Waarom ? Kunt gij dat bewijzen ?
Antw. : Omdat Jezus Christus deze orde in Zijn Kerk heeft ingesteld, niet opdat twee of drie haar zouden in acht nemen, maar opdat allen er zich aan zouden onderwerpen. En de wil des Heeren is ons bewijs genoeg. Bovendien getuigt Hij, dat dit de eenige mogelijkheid is, om Zijn Kerk te bouwen en in stand te houden. Zoo moeten wij allen ons aan den heiligen en onschendbaren regel houden en niet wijzer willen zijn dan onze Meester.
Vraag : Is het dus noodzakelijk, dat er in de Kerken predikanten zijn ?
Antw. : Ja, en men moet naar hen luisteren en de leer van Christus uit hun mond met vreeze en eerbied aannemen. Wie het dan ook veracht en weigert naar hen te luisteren, die veracht Christus ; en dezelve scheidt zich af van de vergadering der geloovigen.
Vraag : Moet men dit onderwijs in de Gemeente des Heeren alleen maar in den beginne volgen, of moet men z'n geheele leven lang daarmee voortgaan ?
Antw. : Het heeft geen waarde en doet geen nut er alleen maar mee te beginnen en er dan niet mee voort te gaan. Want wij hebben altijd en tot het einde toe noodig, leerjongeren van Christus te zijn en te blijven. En Hij heeft het ambt van dienaar gegeven in Zijn Kerk, opdat zij, in Zijn plaats en in Zijn Naam, de Gemeente zouden onderrichten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's