MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
„Jullie moet maar eens raden", zei Klaske. „Een bioscoop", meende er een. „Een paardenspel", dacht een ander. „Een bazaar op de Voorstreek in het pand, dat in verkoop komt", zei een derde.
„Een tooneelvoorstelling of een theater", raadde weer een ander.
Maar allen hadden het mis. En nu kwam het er heel voorzichtig uit, maar onder beding, het niet verder te vertellen, want eigenlijk mocht zij het niet zeggen :
„Een kerk."
„Een kerk ? " riepen de vrouwkens, en enkelen sloegen van verbazing de handen ineen.
Wat moet dat beteekenen ; en waar komt die dan te staan ; en wie zal deze bouwen ; en wat voor menschen moeten daar dan heen ; en waar had zij dat nieuwtje vandaan ? Zóó vlogen de vragen dóór elkaar in een gewirwar van stemmen, die hóóg opklonken, zoodat de schare toehoorders al grooter werd en elke voorbijganger even staan bleef, omdat ieder het zijne daarvan hebben moest. Zelfs het schoolpersoneel werd opmerkzaam op hetgeen er gaande was en de Juf kwam nog gauw op een draf je toeloopen, om even te informeeren. 't Kon immers eens een ongeluk van een der leerlingen betreffen.
Toen merkte Klaske, dat zij te ver gegaan was, maar haar woorden konden niet herroepen worden. Nu kwam het er op aan, om met beleid den aftocht te blazen, zonder in moeilijkheden te geraken en toch ook niet als leugenaarster te worden uitgekréten.
„Van wie ik het heb, doet er niet toe, maar je zult zien, dat ik de waarheid spreek, " weerde zij af.
„En wanneer komt die kerk er dan ? "
„Dat weet ik niet, maar zoo heel lang zal het niet meer duren ; ik heb het jullie gezegd, " voorspelde zij, alsof het hier een hoogere openbaring gold, welke zij plotseling ontvangen had. En daarop ging zij heen, verwonderd door de vrouwen nagekeken.
„Zij mankeert 't daar, " zei Gelske en wees met den wijsvinger naar het voorhoofd.
„Of zij heeft een gezicht gezien, " spotte een ander.
„Of gedroomd, " lachte een derde. Maar allen moesten toch even nadenken en het verder vertellen aan ieder, die het hooren wilde ; zoodat weldra niemand er meer van onkundig was, dat Douwe's Klaske zulke wonderlijke dingen vertelde van een nieuwe kerk, die hier komen zou, en wat zij zéker wist.
Natuurlijk gisten de ingewijden naar den oorsprong van dit verhaal, doch 't bleef voorloopig verborgen, hoe Klaske hiervan af kon weten. De muren hadden toch geen ooren gekregen en men had elkander beloofd te zullen zwijgen. Doch dit laatste kon Jurjens Griet niet weten, toen zij vertellen ging, wat haar zoo hoog lag. En Klaske zou het immers niet verder brengen.
Dien dag had op „Lucht en Veld" een heel ander gesprek plaats. Als gewoonlijk kwam Murk tegen theetijd met zijn wagen het erf op, waar Pleuntje hem wachtte.
„Wat zie je bleek. Scheelt je iets ? " vroeg zij.
„Neen, niemendal ; alleen wat hoofdpijn, " antwoordde hij.
Dat was iets nieuws. Murk hoofdpijn ! Hij klaagde nooit over zijn hoofd. Als hij ergens over klaagde, dan was het over dien eenen voet, die soms niet mee wilde, zooals hij zei. Maar overigens scheen hij sterker dan wie ook, aan wien de dokter niet veel verdienen kon.
„Hoe komt dat, Murk ? Heb je wat ? " drong Pleuntje aan.
„'t Is gisteravond nog al laat geworden en vannacht wilde de slaap niet recht komen." „Wat had je dan ? "
Daarop vertelde hij van zijn bezoek aan de pastorie en de gevolgde bijeenkomst bij Bouma.
Met de gezonde armen kruiselings over de borst geslagen, stond Pleuntje, leunend tegen den wagen, te luisteren naar hetgeen Murk verhaalde. Dat was het dus, waar oude vrouw Sangers iets van gehoord had, toen zij vanmorgen met den broodkorf kwam en op de vraag van de boerin, of er ook iets nieuws was, ten antwoord gaf, dat zij gehoord had van een nieuwe kerk, die gebouwd zou worden. Men had hier geen acht op geslagen, omdat zij verder geen bijzonderheden wist, anders niet, dan dat Klaske hiervan verteld had. Maar de mededeelingen van Murk gaven haar te denken.
„En hoe moet 't nu verder, denk je ? "
„'k Weet het niet, Pleuntje. Evenmin als aan Sjoerd is het ook mij nog duidelijk, hoe de wil Gods is ; en tegen mijn geweten hoop ik niets te doen. 't Zijn zulke ernstige zaken."
„Zou er een scheur in de gemeente komen ? "
„Als dit doorwerkt, zéker, en dat is een der redenen, waarom deze zaak mij zoo aangrijpt. Er is al zooveel verdeeldheid onder de menschen, en elk die hiertoe meewerkt, mag wèl weten, wat hij doet, omdat de gevolgen daarvan zoo ernstig kunnen zijn."
„Oude vrouw Sangers had dus niet geheel gelijk."
„Wat dan ? "
Zij vertelde hier vanmorgen, dat er een nieuwe kerk kwam."
„Daar heb je het al ! Hoe kunnen de menschen d'r nu toch van weten, wat in een besloten kring gisterenavond besproken werd. Maar nu het zóóver is, gaat het óók verder. Je zult zien, dat het nu niet meer bij woorden blijft, maar ook de daden zullen volgen. En nu is het maar te hopen, dat dit alles in rechte banen geleid mag worden, om werkelijk te zijn tot eere Gods."
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's