FINANCIËN
Wanneer gij deze letteren leest, zoo zitten wij met een paar dagen alweer op den rand van de maanden Juli en Augustus. De verzuchting kan nauwelijks worden ingehouden: „ach, wat vliegen die mooie zomerdagen ras voorbij, 't Is zoó weer achter den rug, waarnaar met zooveel verlangen werd uitgezien".
Zoo is het. 't Is een schaduw en niet meer, heel ons leven. De Schrift behoeft niet waar gemaakt te worden, zij blijkt de waarheid te zijn. Zoo lezen wij 't letterlijk : „Wij vliegen daarheen".
In deze maanden ligt voor een groot deel die tijd, welke wordt aangeduid met den naam van vacantie. Dan zijn de gelegenheden voor studie gesloten, zoodat klein en groot zich vrijelijk kan bewegen. Velen maken dan ook een dankbaar gebruik hiervan.
In de steden laat het zich al heel gemakkelijk aanzien, dat de bewoners voor langer of korter tijd afwezig zijn. 't Is dan voor wie blijft, niet erg aangenaam. Wanneer de gordijnen zijn neergelaten of een kaartje prijkt voor het venster met tot opschrift : ,,boodschappen af te geven bij no. zooveel", krijgt menigeen een gevoel, dat hem of haar iets wordt onthouden, waarop men toch recht meende te hebben. Zoó zuinig kan het dan ook niet zijn, of een enkele dag vacantie wordt toch genomen. Zelfs in de maatschappelijke bedrijven is deze gedachte verwerkelijkt. Men heeft vacantiedagén ingevlochten.
Is dit een ding, dat aan de werkelijkheid is ontleend — daar is nog een ander punt, waarop gewezen mag worden. In deze vacantiedagén, in dien mooien zomertijd bestaat de mogelijkheid om tesaam te komen in de vrije natuur, om naast het genot van eens buiten te zijn, met elkander te bespreken de hoogste dingen. B.v. : wanneer worden de Zendings-dagen gehouden, Zendingsfeesten zegt de volksmond ? Is het niet in dezen tijd. De Gereformeerde Zendingsbond heeft als een vasten datum sedert jaren, een enkele uitzondering daargelaten, den eersten Donderdag in Augustus, 't Kan er zoo heerlijk zijn in Gods kostelijke natuur, 't Doet zoo goed en 't werkt zoo versterkend, ook in geestelijk opzicht, met elkander saam te stemmen in den gebede en in lofzang en onder beslag van het Woord.
'k Vermeen niet, dat ik een te sterk woord heb gekozen, als ik zeg : „daar kunnen wij in onze dagen niet buiten".
Zoo wil ik dan ook niet nalaten bij al onze vrienden aan te dringen op een gemeenschappelijk zich richten op het terrein van de verkondiging van het Woord, èn in de Gemeenten hier èn op dat van de Zending aan de einden der aarde. Wie eenigszins kan, ga ook deze dagen op naar den Zendingsdag te Rijsenburg.
Mogen wij thans ook ons overzicht u voorleggen.
1. De eerste post, die ik te verantwoorden kreeg, kwam uit den Achterhoek. Dit alleen reeds wekte bij mij aangename herinneringen. Geheel in overeenstemming met de geaardheid dezer bevolking, had onze vriend, die mij de niet onaanzienlijke gift van 50 gld, toezond, er een enkele notitie aan toegevoegd.
Wanneer ge van deze post melding moet maken, zoo zet er dit bij : „van een lezer van De Waarheidsvriend".
„Van deze 50 gld. hebben we 30 gld. bestemd voor den arbeid onder de Toradja's op Midden-Celebes en 20 gld. voor de beide fondsen van den Gereformeerden Bond".
Alzoo heb ik hier met zeer veel dank aan God en aan hem, dien Hij gebruikte om deze giften ons te doen toekomen, twintig gulden te verantwoorden ƒ 20.—-
't Deed me echt goed, met deze post te beginnen.
2. Een soortgelijke gift kwam uit meer nabij gelegen omtrek. Reeds jaren achtereen zijn wij gewoon een dusdanige zending te mogen boeken. Onze vriend A. de J.te M. komt me geregeld verrassen met 'n gift, waaruit de meest warme toegenegenheid blijkt en het meest hartelijke medeleven met ons pogen om de Waarheid in onze Kerk zooveel mogelijk, te bevorderen.
Met zeer veel dank mocht ik thans weer 20 gld. voor onze beide fondsen noteeren „ 20.—
3. Van enkele leden kreeg ik reeds de contributie mij toegezonden, o.a. van collega P. te J 1-—
4. Van den Penningmeester van de Afd. Hillegersberg kreeg ik 2o gld., waarvan 15 gulden was bedoeld als Paaschcollecte. het andere was contributie. 25.—
5. Evenzoo deed ook de Penningmeester van de leden te Hoornaar, Jie mij de contributie van 21 gld. deed geworden, welke zich nog onder zijn berusting bevonden , .21.—
6. Met meer dan gewone spoed werd de contributie van de afd. Genemuiden ons toegezonden. Zoó waren niet de kwitanties in het bezit van onzen ijverigen Penningmeester, of de gelden waren ook geïnd en mij afgedragen „40.—
Ik ben er de Genemuidensche vrienden hoogst erkentelijk voor, evenals ik mijn welgemeenden dank betuig aan hen, die mij op evendezelfde wijze de contributie afdroegen.
De Afdeelingen in het algemeen hebben de kwitanties zich zien toegezonden, enkele uitgezonderd. Hier is nog even gewacht, omdat mij enkele inlichtingen hoogst gewenscht voorkwamen. Ook deze hopen wij spoedig de bestemming te mogen geven.
De leden, die niet tot een Afdeeling behooren, de z.g.n. losse leden, die mij de verschuldigde contributie toezonden, zeg ik nog wel hartelijk dank, doch thans voeg ik, tot die leden, die dit niet deden, dit er aan toe, dat zij thans, nu ik de kwitanties voor de post heb gereed liggen, mij niets meer, wat contributie betreft, moeten toezenden. In dit geval kan ik er niets aan doen, dat toch de kwitantie u omtrent dezen tijd nog eens werd gepresenteerd.
7. Van een onzer oude vrienden te Rotterdam heb ik een schrijven ontvangen, dat mij bizonder goed heeft gedaan. Ik zal alleen de letters A. B. aan duiden. Bij schrijven heeft hij het niet gelaten, in zijn brief had hij een bankje van 10 gld. ingesloten. , 10.—
Ik mag niet nalaten ook thans uiting te geven aan mijn groote erkentelijkheid. De zegen des Heeren ruste op onzen arbeid rijkelijk.
8. Door ds. Van Hof van Delfshaven kreeg ik van de fam. V „10.—
9. Door ds. v. d. Hee kreeg ik van een gift van 50 gld. een vierde gedeelte, d.i. ƒ 12.50. Hierbij heeft hij uit de catechisatiebus een rijksdaalder nog toegevoegd. Alzoo mocht ik verantwoorden de som van , 15.—
10. Onze jonge vriend, ds. Bousema, is vanuit Sprang naar Zuid-Beijerland getrokken. Bij de intree aldaar is voor onze fondsen gecollecteerd. Deze collecte bedroeg de niet onbelangrijke som van ƒ 52.26. Wij zijn met zulk een kostelijk blijk van medeleven ten zeerste verblijd „ 52.26
11. Vanuit eigen gemeente mag ik nog melding maken van een tweetal giften. Eerst van onze warm meelevende vriendin, die geregeld haar bijdrage mij doet geworden. Zij wil niet weten, dat zij dit doet. Ik laat haar dan ook wegschuilen achter N.N. Zij zond mij thans naast anders giften, voor onze fondsen „ 5.—-
12. Het busje, geplaatst bij onzen vriend v. B. alhier, is geledigd en bleek precies een rijksdaalder te hebben opgebracht 2.50
13. Door ds. Lekkerkerker te Delft werd mij gezonden een gift van 10 gld. aldaar gecollecteerd in de Oude Kerk voor den Gereform. Bond , 10.—
Voor al deze blijken van meeleven betuig ik mijn warmen dank.
Tezamen geteld kom ik tot een eindsom van
f 231.76
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's