De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Herleefd Heidendom.

5 minuten leestijd

Zelf-verheerlijking voert tot zelf-aanbidding !

Wat telkens weer als uitingen van anti-christelijke gezindheid van over onze Oostergrenzen verluidt, doet bij herhaling zien, waartoe de staatsidee voert, welke den band met den Christus der Schriften heeft doorgesneden.
Er is ten deze een voortgaande consequentie te bespeuren.
Nu is dit in zekeren zin een voordeel te achten, in zooverre bij den voortduur in klimmende mate blijkt, dat de idee van den „totalen Staat" ten eenenmale onvereenigbaar is met het Christelijk beginsel.
Alle eeuwen door zijn er geweest, die den Staat verheerlijkten ; die met den Staat dweepten, en de Staats-apotheose zoover dreven, dat het heil der burgers ondergeschikt gemaakt werd aan het heil van den Staat.
Die Staatsverheerlijking ligt ook geheel in de lijn van het revolutionaire beginsel. Vandaar dat reeds het liberalisme — kind der Revolutie — zoo ten onzent als elders, zich aan adoratie van den Staat te buiten ging.
In zooverre is dan ook, wat thans gezien wordt in de landen van den „totalen Staat", in wezen niets nieuws.
Hoogstens zou men kunnen zeggen, dat nu méér dan voorheen, de consequenties getrokken worden uit de leer, dat de Staat 't al is, waar heel het leven zoowel van den burger als van de gemeenschap (het volk) om draait.
Wat wèl merkwaardig is, is dit, dat overal, waar de idee van den totaal-Staat zegevierde en de Staat zichzelf een goddelijke lauwerkrans om de slapen vlocht, het Staats-egoïsme ten troon werd verheven en men in nationale zelfgenoegzaamheid verlustiging zoekt.
De uitingen mogen ietwat verschillen — historie en volksaard spreken hierbij een woordje mee ! — maar èn in Italië èn in Duitschland èn in Rusland ziet men een vertoon van zelfingenomenheid en zelfvoldaanheid, alsmede een bovenmatig roemen in eigen voortreffelijkheid en meerderwaardigheid boven anderen.
De zelf-verheerlijking voert tot zèlf-aanbidding, als gevolg van zelf-vergoddelijking !
Geen wonder, dat men zich tegen den „ouderwetschen" Christelijken godsdienst keert, om zijn eigen Staatsidee tot nieuwbakken „religie" te verheffen en er een eigen cultus aan toe te kennen.
Zoo wordt de mensch, en de Staat zichzelf ten God, zoo vaak de rug wordt toegekeerd aan de Christelijke religie, die de erkenning slechts duldt van den éénigen, waarachtigen God !
Waartoe die zelf-aanbidding leidt, leert het Duitsche nationaal-socialistische „Christendom" op overtuigende wijze.
Men merke slechts den ras-waanzin op, de verheerlijking van het „eigen" ras ; alsook de verheffing van het Duitsche Staatsburgerschap tot een soort van heilig privelege.
Dat het hiertoe komen moest, was wel te voorzien. Het pad der menschelijke dwaasheid is niet spoedig geheel ten einde toe betreden !
En de consequentie eischt ook haar rechten !
Teekenend blijven ten deze de z.g.n. Neurenberger wetten : de zelfaanbidding ligt daaraan duidelijk ten grondslag.
Naar men weet, zijn de Duitsche burgers feitelijk in twee klassen verdeeld : de eene helft heeft rechten zoowel als plichten — de andere helft heeft enkel plichten, doch géén rechten !
Tot deze laatste groep behooren natuurlijk allereerst de Joden ; voorts de misdadigers, staatsvijandige elementen en personen, van wie men niet mag verwachten dat zij met hart en ziel de nationaal-socialistische idee zullen aanhangen. Zij verkrijgen alleen de z.g.n. Staats-angehörigkeit.
De groep, die echter naast plichten ook „rechten" heeft, bezit het z.g.n. Reischbürgerschaft, neergelegd in een Rijksburgerbrief. Burgers van deze groep kunnen alleen zij zijn, die zich in dienst van de nationaal-socialistische idee stellen.
Zoo is dus het burgerschap van het Duitsche rijk tot iets „heiligs" verklaard !
Dit past geheel in de lijn van de zelf-vergoddelijking. De Staats-god eischt een eigen eeredienst ; een eigen priesterschaa' ook ; dat zijn degenen, die met den „rijksburgerbrief" begiftigd zijn en alzoo „waardig" gekeurd, deel uit te maken van de gewijde Duitsche gemeenschap !
Natuurlijk moeten zij zich in dienst stellen van de „nationaal-socialistische idee" !
Wie dit niet doet, verbeurt zijn rijksburgerschap ! Zijn deel is bij de Joden, misdadigers, enz., die de „de tweede" klasse des volks uitmaken ; de rechtloozen, die in den nationaal-socialistischen heilstaat slechts geduld worden — zoolang 't duurt ! Bij het minste of geringste „vergrijp" wacht hen het concentratiekamp, zoo niet het schavot !
In de lijn dezer gedachte ligt ook het verbod van huwelijk tusschen de Joden en de ras-echte Duitschers : dergelijke echtverbintenissen, zelfs in het buitenland gesloten, zijn nietig verklaard !
De rijksburgers, die eenmaal als een heilige kaste zijn afgesloten, mogen zich niet bemoeien met een „minderwaardig" ras : dan zou toch de zuiverheid van het Arische bloed worden aangetast en de nationaal-socialistische veredeling te loor gaan !
Is het ten onrechte, wanneer we hier van zelf-aanbidding en zelf-vergoddelijking gewagen ?
De ware aard van het nieuw-Duitsche „Christendom" doet zich al meer kennen. Steeds duidelijker en feller demonstreert zich zijn afkeerigheid van hèt Christendom, dat zich naar den Christus der Schriften richt.
In Christus is — zoo leert ons Gods Woord — dienstknecht noch vrije, blanke noch zwarte. Jood noch Ariër !
Het nieuw-Duitsche „Christendom" voert terug tot het oud-heidensche kasten-wezen.
't Is herleefd paganisme !
Vandaar, dat het ook teruggrijpt tot allerlei oudheidsche gewoonten !
Daarom zweert het ook bij geweld en overheersching !
Daarom zucht ook ds. Niemöller nog steeds in den kerker !
Wel zwaar is de roeping van het waarachtig Christendom in dezen tijd.
Meer dan ooit heeft het thans een Zendingstaak te verrichten. Een Zendingstaak, onder gedoopte volken !
De bazuin aan den mond dan, o volk van God ! En 't dreune allerwegen :
Tot Godt wilt u begheven, Syn heylsaem Woort neemt aen !
(Geldersche Post.)
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's