De ééne, heilige, algemeene Christelijke Kerk.
Het wordt clkcn Zondag zoo plechtig voorgelegen; ik geloof ééne, heilige, algemeene Christelijke Kerk. En dan zitten we zoo knusjes in onze „eigen" kerk, en we kunnen in onze „eigen" Kerk ons zoo boos maken over een „andere" Kerk.
Zoo doen we ook nationaal. Er is de Nederlandsche Hervormde of Gereformeerde Kerk ; maar wat weten wij van de Hervormden of Gereformeerden in Hongarije, in Engeland, in Frankrijk, in Transvaal, in Amerika ? We zijn zulke „nationalisten", dat onze oogen niet verder zien dan „onze" grenzen ! En toch staat het in onze Apostolische Geloofsbelijdenis, waarin wij met de Kerk van alle eeuwen uitspreken onze gelóófs-belijdenis : er is ééne, heilige, algemeene Christelijke Kerk.
Och, dat de oecumenische gedachte, de gedachte van de katholiciteit der Christelijke Kerk, de gedachte van de Una Sancta in gezonden zin weer onder ons mocht gaan leven.
Wij lazen onderstaand stukje in de Gereformeerde Kerkbode van Rotterdam, van de hand van ds. Meijster, aldaar :
»Het blijft te betreuren, dat er na de Hervorming wel allerlei nationale Kerken ontstaan zijn, elk met eigen ontwikkeling en eigen historie, zelfs met fixeering van eigen inzicht in aparte belijdenissen, maar dat men veel te weinig oog en hart heeft gehad voor de oecumenische wereldkerk.
Toch heeft het niet ontbroken aan pogingen om die eenheid te zoeken, en haar tot openbaring Ic brengen.
Maar de nationale gedachte overheerscht te sterk. Men meene niet, dat het uitsluitend de taal was, die scheiding maakte.
Wel werden, wat wij nu de moderne talen noemen, destijds weinig buiten de grenzen van elk taalgebie4 gekend. Maar voor de academisch-gevormde mannen was het Latijn de gemeenschappelijke taal, waarvan ieder zich kon bedienen. Zoo is JD.V. heel de Dordtsche Synode in het Latijn gehouden. Dit leverde ook voor de klassiek-onderrichte buitenlandsche afgevaardigden geen bezwaar op. Men behoefde toen geen kunsttaal als Esperanto, om met elkaar te kunnen spreken. Het Latijn was gemeen^goed.
De taal leverde dus geen moeilijkheden op. Maar de Kerken bleven nationaal 'georiënteerd. Het zoeken van contact en eenheid met Kerken buiten de eigen landpalen stond niet op het program. Men ziet dit duidelijk in onze Dordtsche Kerkenordening. De kerkelijke vergaderingen vinden daarin haar kroon en afsluiting in de Nationale Synode.
Zelfs de mogelijkheid, dat er nog een meerdere vergadering van internationalen aard zou zijn, wordt niet verondersteld.
Alleen de Schotsche Kerk maakt in haar Second Book of Discipline gewag van een nog meerdere vergadering, die alle naties omvat en de geheele Kerk van Christus vertegenwoordigt.
Maar de stappen om tot zulk een concilie of oecumenische Synode te komen, zijn toch niet van de Schotsche Kerk uitgegaan. Wel is de eerste poging in die richting in het Britsche eilandenrijk ondernomen. De man, die daarmee begon, was de vrome aartsbisschop van Canterbury, Thomas Cranmer, die later onder de regeering van de „bloedige Maria" als martelaar op den brandstapel stierf.
Maar destijds stond hij op het hoogtepunt van zijn macht en speelde in de Engelsche Kerk onder den jongen en ernstigen Koning Eduard de eerste rol.
Cranmer zag met leedwezen, hoezeer de Protestantsche Kerken door onderlinge leergeschillen verdeeld waren. En anderzijds lette hij met bezorgdheid op de R.-Katholieke Kerk, die, nadat zij den schok der Hervorming had opgevangen, bezig was zich te consolideeren en op het concilie van Trente haar dogma's vastgesteld had, zoodat de eenheid, althans schijnbaar, was teruggekeerd.
Hoe sterk zouden naar Cranmer's inzicht de Kerken der Reformatie staan, als ze in één front konden optrekken en niet in gescheiden legers marcheerden.
Daarom wilde hij, dat er een Synode gehouden zou worden, waaraan de vooraanstaande mannen uit de Evangelische Kerken in Duitschland, Frankrijk en Zwitserland met Engeland deel zouden nemen. Daar kon dan gezamenlijk één Confessie worden opgesteld, op den grondslag der Heilige Schrift, en gemeenschappelijk kon de strijd tegen de dwaalleer worden gevoerd.
Bijzonder moest men daar trachten tot overeenstemming te komen op het punt van het Heilig Avondmaal. Want daarin liepen de wegen der Reformatoren uiteen.
De meest veilige en geschikte plaats om zulk een universeele Synode te houden, achtte Cranmer Engeland, welks Koning, Eduard VI, met het plan sterk sympathiseerde.
Dit ontwerp heeft Cranmer het eerst aan Melanchton voorgelegd. Deze antwoordde, door zijn hartelijke instemming er mee uit te spreken.
Toch duurde het tot 1552, eer Cranmer een begin van uitvoering aan zijn voornemens gaf, door brieven te zenden aan de voornaamste leiders der Protestantsche Kerken : Melanchton, Bullinger en Calvijn. Van de antwoord-brieven is alleen die van Calvijn bewaard gebleven.
Deze schreef aan Cranmer o.m., na zijn hartelijke sympathie met het plan betuigd te hebben : „onder de ergste misstanden van onze eeuw is het te rekenen, dat de Kerken zoo vaneengereten zijn, dat de heilige gemeenschap van Christus' leden, die toch allen met den mond belijden, door slechts weinigen met de daad oprecht betracht wordt. Het is daaraan te wijten, dat aangezien de leden verdeeld zijn, het lichaam der Kerk als uiteengescheurd daar nederligt". En aan het slot van zijn schrijven vermaant, ja, bezweert Calvijn Cranmer den moed niet op te geven, hoewel de zaak moeilijk is, maar op den ingeslagen weg voort te gaan, totdat hij althans eenig resultaat zou bereikt hebben, ook al zou niet alles hem maar gelukken.
Tot volvoering van het schoone plan kwam het echter niet. Melanchton noch Bullinger konden wegens den oorlog in Duitschland naar Engeland komen. Cranmer stelde zich voorloopig tevreden door de opstelling der Engelsche Geloofsbelijdenis, die, al sloten ze zich nauw bij de Augsburgsche Confessie aan, toch in het stuk van het Avondmaal beslist Calvinist was.
Van een generaal Concilie kwam niets.
Een jaar later stierf Koning Eduard en werd opgevolgd door de bloedige Maria, die de Engelsche Kerk weer Roomsch maakte en Cranmer als martelaar voor het Evangelie verbranden liet«.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's