De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jean de Labadie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jean de Labadie

8 minuten leestijd

Juist een eeuw na het „wonderjaar" 1566, toen de Gereformeerde gezindheid zich had aangegord tot den strijd, werd het weer een wonderjaar voor onze Gereformeerde Kerken. Met vreugde begroet door de vrienden der „nadere reformatie" (zie ons artikel van 8 Dec. over Tullinck *) was n.I. in 1666 tot ons overgekomen uit Calvijn's stad : Geneve : Jean de Labadie.

I. De Labadie vóór zijn komst naar Holland.
Jean de Labadie was 13 Febr. 1610 te Bourg — Frankrijk — geboren en had het grootste deel van zijn leven in de Roomsche Kerk doorgebracht.
Zeven jaar oud, werd hij door zijn vader-gezonden naar de Jezuïeten te Bordeaux, wier vurige aanhanger hij werd". Het was zijn lust van jongs aan tot God te naderen, zijn hart voor Hem open te leggen, zich in de beschouwing Zijner goddelijke volmaaktheden te verdiepen. Met heel z'n ziel nam hij deel aan de geestelijke oefeningen der orde". „Steeds richt hij in zijn meditaties de aandacht op Christus. Hem te kennen, lief te hebben en na te volgen wordt zijn biddend streven".
Langzaam aan voelt hij zich bizonder door den Geest Gods geleid. Gods Woord, als rechtstreeks aan hem gericht, gaat hij onderzoeken. Dag en nacht is hij bezig met het lezen en overpeinzen van Bijbelteksten. Hij gaat lezen in de geschriften van Augustinus en Bernard van Clairveaux. Zijn geestelijke persoonlijkheid begint hoe langer hoe meer af te wijken van het ideaal der Jezuïetenorde.
Als hij aan de hoogere studiën begint, ergert hij zich steeds meer aan de dorre, schoolsche theologie der Roomsche Kerk. Wat God hem door Zijn Geest en door 't gebed geleerd had over voorbeschikking en onmacht, was hem oneindig veel meer. In de ziel van de 19-jarige Labadie, die weldra priester wordt, rijpt een machtig ideaal : tot hervorming brengen van het diepgezonken Naam-Christendom, ziende op de hoogheid en heiligheid van het Evangelie, en als Wenkend voorbeeld : de eerste Christengemeente. ^)
In zijn hart dus reeds los van de Roomsche Kerk, blijft hij, denkend aan Mozes, Samuel, ja aan Jezus zelf, om in de Oude Kerk als profeet te getuigen.
Onmiskenbaar blijkt zijn overtuiging : „ik ben geroepen om de Christelijke Kerk te hervormen". „De Heere heeft tot mij gesproken : Voortaan heet ge : Jean van Jezus Christus".
Geweldig was zijn ijver. Als een „andere Johannes de Dooper" trok hij door Frankrijk, oproepend tot bekeering en boete. Zijn prediking maakte diepen indruk en werd rijk gezegend. Voor iemand met zoo'n werkzaamheid en met zulke idealen was in de Jezuïetenorde geen plaats. Hij trad dan ook uit. de Orde, maar wordt door de verbitterde Jezuïeten van nu aan overal het leven zuur gemaakt. In Bordeaux, Parijs en Amiëns, arbeidt hij als priester, beschermd door Jansenistische bisschoppen. Steeds meer voelt hij zich aangetrokken tot de Gereformeerden, steeds minder overeenkomst voelt hij met de Jansenisten. Met geweld verdreven, vlucht hij eindelijk in 1650 naar Montauban, de hoofdzetel der Calvinisten. 2)
Veel boeide hem nog in Rome : de diepe eerbied voor het Sacrament des Avondmaals, de geestelijke stand, 't gewichtig ambt van zielverzorger, de geheele dooding van den natuurlijken mensch, de volkomen wereldverloochening en het kloosterwezen. Om haar Bijbelsche eeredienst, om haar uitsluitende aanbidding in geest en waarheid (de Labadie was fel tegen alle vormendienst) en haar strenge tucht, kiest hij voor de Gereformeerde Kerk ; wel onderteekent hij haar belijdenis, maar zijn uit Rome stammende voorliefde voor bovengenoemde beginselen behoudt hij en zal ze in gewijzigden vorm in practijk brengen in de Gereformeerde Kerken,
In Montauban en Oranje (de hoofdplaats van 't Prinsdom) arbeidde hij, ijverde tegen de roepende zonden der Gemeenten (schouwburg, weelde, spel, ontucht), riep op tot een heilig leven.
Wederom verjaagd, wordt hij beroepen door de Independentengemeente te Londen ^), met wie hij zijn leven lang betrekkingen heeft onderhouden. De Labadie neemt het beroep aan. Op zijn reis naar Engeland komt hij als eenmaal Calvijn in Geneve en wordt er tot leeraar gekozen, nadat Londen hem heeft afgestaan. (1659)
Nog altijd was Geneve een belangrijk centrum voor de Protestanten in Frankrijk, Italië, Zwitserland en Duitschland. Nu schenen de dagen van Calvijn er teruggekeerd. De verslapte kerkelijke tucht werd streng gehandhaafd. Het „wee u, zoo gij u niet bekeert", klonk de losbandige Gemeente tegen en velen werden tot schreiens toe bewogen. Maar bij ontroering bleef het niet. Het openbare leven werd gezuiverd van vele zonden. De herbergen liepen leeg, de kerken vol. Tegen Sabbatschennis werd gewaakt en de gansche gedaante der stad veranderde. Uit alle landen stroomden jonge en oude Christenen naar Geneve, o.a. Jan G. van Schuurman (de broer van Voetius' vriendin Anna Maria, die de Labadie bekend maakte bij de Utrechtsche kring der „nadere reformatie") ''), Pierre Yvon en Dulignon, die levenslang zijn metgezellen bleven. In nauw contact kwam hij ook met Spener, de vader van het Duitsche Piëtisme.
De Labadie's groote ijver stuitte op verzet, zoowel bij gemeenteleden als bij de predikanten, die zich ook ergerden aan hem, om zijn gezaghebbend optreden. En de Labadie zelf was ook ontevreden. Hij zag te weinig geestelijke vruchten en vond, dat zijn ideaal niet gauw genoeg in vervulling ging.
Dan krijgt hij in 1666 een beroep naar de Waalsche Gemeente te Middelburg. In het besef : ik heb een grootsche roeping in de Gereformeerde Kerken van Nederland, gaat hij er heen, vergezeld van Yvon, Dulignon en Menuret.

II. De Labadie in de Gereformeerde Kerken van ons land.
Hoe was de toestand der Gereformeerde Kerk omstreeks 1666, toen de Labadie kwam? De verwording der Kerk was begonnen, die duurt tot op heden. ^) Behoorde bij de aanvang der 17de eeuw een minderheid tot haar, aan het eind dezer eeuw is zij verre in de meerderheid. Duizenden kwamen tot haar, die innerlijk vreemd waren aan haar belijdenis. Ontstellend was dan ook de onkunde onder velen. De toenemende welvaart maakte dat de wereldgelijkvormigheid (navolging van Fransche zeden) snel toenam. „Calvinisten moet men niet op de brandstapel brengen om ze te vernietigen ; geef ze champagne". Deze bittere werkelijkheid toonde zich duidelijk. ") Wel ijverden de mannen der „nadere reformatie" de TuUinck's, de Brakels, Saldenus, Lodenstein. Koelman e.a. er tegen, aangevuurd door hun grooten leider Voetius, wel streed een kleine kern met hen dien strijd mee, maar de deformatie der Kerk gaat door. Ook het Humanisme is wel in 1618 verslagen, maar geenszins vernietigd. Leeft het aanvankelijk voort in buitenkerkelijke kringen, weldra doet het nieuwe aanvallen op de Kerk. Descartes, de vader van het Rationalisme, vindt in de Gereformeerde Kerken vele aanhangers, evenals Spinoza. ^)
Natuurlijk gaat dit alles heel geleidelijk en voorzichtig. Maar Voetius c.s. onderkenden het gevaar zeer goed. Een hevige strijd gaat zich ontketenen. Voetius—Coccejus, Voetius—Descartes. De voor-Dordtsche dagen schijnen teruggekeerd.
Zal de Kerk nu wederom getuigen als in 1618 ? Zal zij belijdende Kerk zich toonen, of zal ze volkskerk-met-„richtingen" worden ?
Wat in 1618, dank zij Maurits, niet gelukte, lukt nu : de libertijnsche regeerders verhinderen een Nationale Synode, waarop de Kerk kan spreken. In naam van rust en vrede wordt de verwording bestendigd en de Gereformeerde eischen worden als partij-drijven terzijde geschoven.
Hoe de regenten in die dagen de Kerk belemmerden in de uitoefening van haar roeping, ziet men bij verschillende dienaren, die de kerkelijke tucht wilden handhaven. (Koelman in Sluis b.v.) ^)
Toen geen tucht meer werd uitgeoefend over leer en leven, werd de Gereformeerde Kerk volkskerk en werd „het heidenland (de wereld) in de Kerk gezet". 9)
Hevig hebben de Voetianen zich tegen deze gang van zaken verzet. Keer op keer leden zij de nederlaag 1") en verschillende predikanten werden afgezet.
De toestand bij de Labadie's komst wordt door den geschiedschrijver als volgt weergegeven : „De groep, die beginnend bij 't persoonlijke geestelijke leven, de Kerk en het geheele leven wilde reformeeren, was innerlijk sterker geworden, getuige de overal ontbrandende strijd. Maar onoverwinnelijk was de tegenstand van den Staat, die de eenheid der „volks­kerk" boven alles ging, omdat dit paste in het streven der regenten".
De Voetianen zagen, dat de vijand (de rationalistische geest) aanrukte met opgestoken vaan. Zou er nog redding zijn voor de diepgezonken Kerk ?
Toen juist in deze critieke jaren, kwam Jean de Labadie, die hier ook door zijn geschriften zeer bekend was, over naar Holland. Was het geen wonder, dat hij juist in de Waalsche Kerken kwam, waar de tijdgeest zulke overwinningen behaalde ? Ieder voelde : nu komen beslissende jaren. Ook de Labadie voelde dat. Tegen zijn vriend Menuret zei hij : „Alle vervolging, schande, armoede en ontbering, moeten wij vrijwillig tot 't eind dragen, ondanks den tegenstand der anti-Christelijke wereld".
Veel had de Labadie met de Voetianen gemeen, en het gemeenschappelijke overheerschte aanvankelijk. Maar hij miste : hun brandende liefde tot de Kerk der Vaderen. Hij miste historisch Kerkbesef.
(Wordt voortgezet.)
*) De „Vaandrager" van 8 en 15 Dec. 1937.
1) W. Goeters : „Die Vorbereitung des Piëtismus" pag. 141.
2) Vóór zijn vervolging : zie : G. D. J. Schotel : A. M. van Schuurman, pag. 157 e.v.
3) Over Independenten zie bijv. Vos : Gesch. Vad. Kerk, deel II : 42 e.v. Zij verwierpen o.a. elk synodaal gezag. (Duidelijk in : H Bouwman : „Voetius over het gezag der Synoden" 13).
4) Zie de historische vertelling : H. van Berkum: „De Labadie en de Labadisten". Overigens niet in alles juist.
5) Voor bizonderheden zie men : Vos : Gesch. Vad. Kerk II : 3—64-
6) Zie Teellinck (Vaandrager 8 Dec. 1937). S. D. van Veen : ,,Vóór 200 jaar".
7) Prof. Severijn's dissertatie : „Spinoza en de Geref. theologie zijner dagen".
8) A. F. Krull : Jacobus Koelman, pag. 14 e.v.
9) Zie Severijn : Kerk en Staat, pag. 93.
10) Voor hun strijd zie men bijv. Goeters, pag. 120 -137 en A. C. Duker :
Gijsbertus Voetius, deel II.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Jean de Labadie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's