UIT DE HISTORIE
WESSEL GANSFORT
IV.
IV. Het staat, volgens Gansfort, niet in de pauselijke macht, om aflaten te geven. Mogelijk kan hij door zijn gebeden veel bereiken, — de waarde van vrome werken bepalen en vergeving van zonde schenken kan hij niet. Was dit wèl het geval, dan zou men den paus meer moeten dienen dan God. „Kon de paus naar willekeur beslissen, dan was hij niet de stedehouder van Christus, maar Christus was zijn stedehouder, want dan hing het oordeel van Christus van zijn wil af". De aflaat wordt door Gansfort een misbruik, een leugen en een dwaling genoemd.
Anders staat het weer met Gansfort's opvatting aangaande het vagevuur. Het zal den lezer zijn opgevallen, hoe Gansfort nu eens reden geeft, om te meenen, dat hij van het geloof zijner dagen zeer principieel afweek, — dan weer bemerken wij bij hem een angstvallig vasthouden aan een overgeleverde traditie. Zoo is het ook met zijn oordeel over een vagevuur oftewel „purgatorium". Hij redeneert als volgt.
Zijn de geloovigen reeds in dit leven gelouterd, — het zuiveringsproces wordt voortgezet in de 'toekomende eeuw. In dit leven zijn onze liefde en kennis nog niet geschikt genoeg voor den hemel, reden waarom het vagevuur tot ontplooiing brengt, wat hier reeds in beginsel, in kiem, aanwezig is. Op aarde wandelen wij in het licht van den dageraad ; in den hemel mag men zich verheugen in het heerlijk stralende zonlicht. Door hun verblijf in het vagevuur worden de zielen als in een tusschentoestand van de nog overgebleven zonde gereinigd. Ook de apostelen en martelaren hebben, volgens Gansfort, eenigen tijd in het vagevuur moeten doorbrengen. Ook de moordenaar aan het kruis ging niet rechtstreeks naar den hemel. Met de laatste twee beweringen wijkt Gansfort echter af van de doorgaande leer der Roomsche Kerk in dezen tijd, aangezien zij geenszins leert, dat iedereen door de plaats van loutering heen moet. Doch dit terloops. Feit is, dat Gansfort ver af staat van de Reformatie, die op Schriftuurlijke gronden heeft aangetoond, dat het geloof in een vagevuur een beperking en aanranding van Christus' verdiensten is.
Uit verschillende uitspraken blijkt dat Gansfort een diepe vereering gehad heeft voor Maria, die, naar zijn inzicht, onbevlekt ontvangen is. Ook hier heeft hij zijn Roomsche opvattingen niet verloochend.
Gelijk wij reeds met een enkel woord opmerkten, is het verkeerd. Gansfort zonder meer te rekenen tot de echt Roomsch-Katholieke theologen. Daarvoor koesterde hij te veel gevoelens, die van de leer der kerk niet weinig afweken. En ook in vele punten, waar overeenstemming bleek met de officieele der Kerk van dien tijd, is in onderdeden nog zooveel verschil te ontdekken, dat hij niet zoo maar voor goed R.K. mag gehouden worden.
Evenzeer is het een eenzijdige beoordeeling, wanneer men hem een voorlooper der Hervorming in het algemeen en van Luther in het bijzonder noemt. Daarvoor koesterde hij te veel gevoelens, die met de Roomsche leer te veel overeenstemden. Weliswaar heeft Luther zich over Gansfort zeer gunstig uitgelaten, maar men begrijpe goed, dat Luther uiteraard gretig aangreep, wat met zijn visie eenige overeenkomst vertoonde. In het kader van dien tijd is het begrijpelijk, dat een bepaalde uitspraak wel eens te veel op zichzelf en te weinig naar het fundament, waaruit zij opkwam, bezien werd. Zoodoende is het verklaarbaar, dat de schijn niet zelden bedroog. Niet alles, wat reformatorisch lijkt, is dat ook !
Het komt ons na deze overwegingen voor, dat we 't veiligst gaan, wanneer we Gansfort zien als een merkwaardige figuur, die in de eerste plaats het karakter zijns tijds vertoont. Verschillende opvattingen vinden we bij hem dooreengestrengeld. Eenerzijds nemen wij bij hem een zekeren eerbied voor de traditie waar, aan den anderen kant is niet te ontkennen, dat hij in verschillend opzicht zijn eigen weg gaat. Derhalve lijkt het ons niet juist. Gansfort bij voorbaat in te deelen bij een bepaalde theologische richting. Liever bevelen wij aan, elke opvatting van hem afzonderlijk te bezien en te beoordeelen. Handelen we zóó, dan is de weg tevens geopend om iets van hem over te nemen, wanneer het niet strijdt met de gegevens van het Woord Gods. Een te groot vooroordeel zou ons kunnen verhinderen, te erkennen, dat er bij Gansfort ook wel een en ander te vinden is, dat tot nog toe te weinig in rekening werd gebracht, en dat toch de overweging ten volle waard is, temeer, omdat met name zijn Christologische opvattingen niet geheel van hem zelf zijn, maar reeds in de oude Christelijke Kerk kunnen worden aangetroffen. Men bestudeere dit punt eens !
Samenvattende, zouden we kunnen zeggen: Goed Roomsch is Gansfort niet geweest ; maar een echt voorlooper van „de" Reformatie evenmin ! „Men kan zeggen", aldus zijn levensbeschrijver, „dat Gansfort in deze gewesten de eerste vertegenwoordiger van een mystiekreligieus verdiept Humanisme is geweest, waarbij men wetenschappelijke vorming van den geest en ware vroomheid des harten zocht te verbinden". Deze typeering verbiedt ons dus, den geheelen Gansfort te aanvaarden. Het spreekt vanzelf, dat sommige zijner gedachten eventueel door ons zouden overgenomen mogen worden, wanneer wij er, gelijk wij reeds een en andermaal opmerkten, een eigen fundatie aan kunnen geven.
D.
d. Z.
Eenige literatuur :
Dr. M. van Rhijn, Wessel Gansfort, 's-Gravenhage 1917.
J. H. C. Heyse, Wessel Gansvort, in : Kerk-Historisch Jaarboekje, uitgeg. door W. Moll, nieuwe reeks, eerste jaargang. Schoonhoven 1'8'64, bladz. 139—161."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's