De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

DE WERKLOOSHEID

5 minuten leestijd

Bruto en netto cijfers
Alvorens de reeks artikelen over de werkloosheid te beëindigen, moeten wij nog iets naders zeggen over wat wij in het eerste artikel schreven met betrekking tot den omvang der werkloosheid.
Zooals wij in ons blad van 30 Juni onder „Correspondentie" mededeelden, heeft een lezer uit Rotterdam ons een schrijven doen toekomen, waarin hij meent, dat wij ons ten opzichte van den omvang van de werkloosheid wel wat erg optimistisch hebben uitgelaten.
Wij schreven op 16 Juni over den omvang van het kwaad, dit :
Helaas zijn er nog altijd menschen, die al of niet met opzet de toestand der werkloosheid erger voorstellen, dan hij in werkelijkheid is. Deze menschen zeggen te hebben gehoord, dat op dit oogenblik 450.000 personen zonder arbeid zijn. Zelfs doen zij er nog een schepje op en spreken dan van een cijfer van een klein half millioen werkloozen, die op de arbeidsmarkt ledig rondloopen.
Bij het werkloosheidsdebat zijn echter andere cijfers genoemd geworden.
De Regeering wees er bij de bespreking^in de Tweede Kamer op, dat eind April 1938 het cijfer der geregistreerde werkloozen 354710 bedroeg. Half Mei was het cijfer . 3471719, dus 70O0 werkloozen minder.
Om echter een juist beeld van den omvang van de abnormale werkloosheid te krijgen, moet men van het absolute cijfer drie categorieën aftrekken.
In de eerste plaats degenen, die ongeschikt zijn om arbeid te verrichten en die dus werkloos zouden zijn, ook al was er een ongebreidelde hoeveelheid werk beschikbaar. De Regeering neemt van die ongeschikten het gemiddelde percentage van 11, wat een aantal van 38O00 personen aangeeft, die ongeschikt zijn om arbeid te verrichten.
In de tweede plaats moet van het absolute cijfer der werkloozen afgetrokken worden, wat blijkens de ervaring van alle tijden en in alle landen het geval is, dat er altijd ook in volkomen normale omstandigheden werkloozen zijn geweest. In Nederland moet naar evenredigheid met andere landen op 70000 normale werkloozen gerekend worden.
En in de derde plaats dient het absolute cijfer der werkloosheid verminderd te worden met het aantal arbeiders, dat in de Werkverschaffing is te werk gesteld. Dit getal bedraagt tot op heden '& 0000 personen, doch zoo aanstonds, wanneer aan de werkverschaffingen uitbreiding wordt gegeven, 750O0 man.
HelJ cijfer van 347.0O0 werkloozen moet dus met 182.000 man verminderd worden, zoodat het werkloozen-probleem eigenlijk hierop neerkomt, om voor 165.000 man op andere wijze werkgelegenheid te zoeken.
Met deze cijfers nu gaat onze lezer uit Rotterdam niet accoord.
Hij had van andere cijfers kennis genomen en wel van die van den directeur van den rijksdienst van de werkloosheidsverzekering en arbeidsbemiddeling, die onlangs in een bericht in de Nieuwe Rotterdamsche Courant worden gepubliceerd.
Dit bericht luidde :
De directeur van den rijksdienst van de werkloosheidsverzekering en arbeidsbemiddeling deelt mede, dat in de week van 23 t/m 28 Mei bij gesubsidieerde vereenigingen met werkloozenkas waren aangesloten 561.000 personen (onder wie 76.100 landarbeiders).
Voor de 485.500 verzekerden buiten de landarbeiders was het werkloosheidspercentage 23.8 (in de vorige verslagweek 9 t/m 14 Mei, was dit percentage 24.2).
In de tweede verslagweek van Mei was het werkloosheidspercentage voor alle verzekerden in de laatste jaren als rolgt:1935 30.0; 1936 31.0 ; 1937 24.7 ; l938 23.8.
Bij de organen der openbare arbeidsbemiddeling stonden op 28 Mei in totaal 352.921 werkzoekenden ingeschreven, onder wie 334.096 mannen. Van deze werkzoekenden waren er 334.904 werkloos, onder wie 321.135 mannen.
Blijkens mededeeling van den directeurgeneraal van werkverschaffing en steunverleening werden op 28 Mei 158.072 hoofden van gezinnen (en kostgangers) ingevolge een steunregeling gesteund.
Er werkten 45.136 personen bij een werkverschaffing.
Met behulp van de steunregeling voor kleine boeren werden op 28 Mei 21.711 personen geholpen.
Onze lezer vraagt nu, welke cijfers juist zijn, die, welke De Waarheidsvriend verstrekte, of die, welke in het bericht van de Nieuwe Rotterdamsche Courant voorkomen.
Ons antwoord op deze vraag luidt : beiden zijn juist. Alleen dient er mede gerekend te worden, dat de eerste gebaseerd zijn op de telling van half Mei en de laatste op die van 23 t/m 28 Mei.
Dat er verschil in de cijfers zou zijn, is uitgesloten, omdat beide groepen van cijfers aan dezelfde bron zijn ontleend.
Het zijn beiden cijfers, door de Regeering gepubliceerd.
Het oogenschijnlijk verschil zit in de groepeering. Er moet toch duidelijk onderscheid gemaakt worden tusschen het cijfer dat de directeur van den rijksdienst opgeeft als het aantal personen, die aangesloten zijn bij gesubsidieerde vereenigingen met werkloozenkas 561.0OO, en het aantal werkzoekenden op 28 Mei ingeschreven, in totaal 352.921.
Dit laatste aantal nu verschilt niet noemenswaard (verschil zit in den datum) van dat, wat De Waarheidsvriend 347.178 werkloozen. van 16 Juni opgeeft,
Wat onze lezer op een dwaalspoor kan hebben gebracht, is de ontleding van het cijfer 347.178.
Die ontleding nam de Regeering zelf ter hand. Zij redeneerde daarbij, dat het een eenvoudige waarheid is, dat er altijd werkloozen zijn geweest, zelfs in den tijd van de grootste bedrijvigheid. In vergelijking met cijfers uit Engeland en Duitschland uit een periode van de hoogste bloei, moet dit cijfer voor ons land op een IIO.OOO worden gesteld, d. w. z. een normale werkloosheid van 70.000 man en een aantal werkloozen, dat voor het verrichten van arbeid ongeschikt is, 40.000 man.
Zoo blijven er over 354.000 — IIO.OOO, dat is 244.000 abnormale of crisis werkloozen.
Van deze 244.000 werken er 75.000 in de werkverschaffing. Er zijn dus 169.000 personen, voor wie geenerlei arbeid aanwezig is.
Deze 169.000 werkloozen is dus het aantal voor wie het werkloozen-probleem geldt en voor wie — zooals wij op 16 Juni schreven — op andere wijze werkgelegenheid moet worden gezocht.
Onze lezer uit Rotterdam heeft dus, willen onze cijfers, en dat zijn die van de Regeering, hem duidelijk zijn, in de eerste plaats met de groepeering der werklóozencijfers rekening te houden, en in de tweede plaats zijn aandacht te schenken aan, wat wij zouden willen noemen het bruto en het netto cijfer der werkloozen.
Het bruto cijfer is 354.000, het netto cijfer 169.000.
Wij hopen, dat thans de moeilijkheden voor onzen lezer zullen zijn weggenomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's