Jean de Labadie
II.
op een Zondag in de maand Juni van hot jaar 1666 predikte onder geweldige toeloop van hoorders de Labadie in de Waalsche Kerk te Utrecht, in de plaats van ds. Wolzogen, Met blijdschap was hij door Voetius en de zijnen ontvangen en op hun aandrang besloot hij dan ook eenige dagen in Utrecht te blijven. Verschillende malen predikte hij en maakte een diepen indruk op de schare. Nederlands beroemdste en geleerdste vrouw, de vrome Anna Maria van Schuurman, was diep getroffen „door zijn zeer kostelijke Predikatiën, die van zuivere waarheden overvloeiden, zoodat wij meenden, dat deze dienst op een Goddelijke wijze was voortgebracht, niet alleen tot formeering van ons bizondere Christendom, als wel tot een algemeene Reformatie der Kerken, 10)
Zijn redenen, „die in 't minst na geen zweet of olie van nachtlicht of menschelijke naarstigheid roken" (aldus Anna Maria v. S.) ze roken naar hemelsche olie. Zeer merkwaardig is deze laatste uiting. Hier komt voor den dag de liefde voor „preeken uit het hoofd en met zoo weinig mogelijk voorbereiding". De Labadie preekt immers gewoonlijk langer dan hij zich voorbereidde. Hier zien we verschijnen: 'n verachting van verstand en studie, die in de Schrift en bij de Reformatoren onbekend is, die in zijn consequenties leidde tot verwerping van alle studie van predikanten („letterknechten"). En (typeerend voor heel de Labadie's optreden) verstandig overleg maakt plaats voor een optreden, waarbij 't gevoel overheerscht. De Labadie's optreden draagt dan ook het karakter van „schielijck in zijn resolutiën" en „onvoorzichtig in zijn doen". ^^) Dit is des te droeviger, daar tot op den huldigen dag dooi sommigen zulk optreden wordt verdedigd als „Geesteswerk”.
We keeren terug tot de Labadie te Utrecht.
Voetius heeft met zijn vrienden de minstens onverschillige houding tegenover de „voorbereiding" (hij had zijn leven mee gewijd aan het opleiden der predikers in deze) zeker opgemerkt. ^2) Toch bleef de vriendschap innig. Na nog verschillende plaatsen te hebben bezocht, en overal te hebben gezien „diep verval, maar bij een kleine groep een groot verlangen naar reformatie", gaat de Labadie naar Middelburg, de stad, waar eenmaal Willem Teellinck met zooveel zegen had gearbeid. De collega's, die hij daar vond, waren zwakke persoonlijkheden. Minutoli maakte zich later aan openbare zonden schuldig. Du Moulin was evenmin betrouwbaar. Is 't wonder, dat de Labadie de Gemeente bijna geheel voor zich wint. Zijn groote ijver in prediking en huisbezoek werpt rijke vruchten af. De kerkeraad steunt hem in alles. Dat de Labadie echter de heele Kerk óp 't oog heeft in zijn streven, blijkt heel gauw. Zijn eerste preeken worden .gedrukt en overal verspreid. Sterk spreekt weer zijn besef : ik ben 'n bizonder gezant van Christus, Duidelijk ontvouwt hij zijn plannen en beginselen in : „De Reformatie der Kerk door de predikanten". („La Reformation de 1' Eglise par Ie Pastorat") ^^) Scherp is zijn vonnis over de Gereformeerde Kerken. „Overal onvruchtbaarheid. Dominé's preeken tien jaar en bekeeren nog geen tien zielen. Dat komt, omdat de boete ontbreekt. In alle kerken klinkt het : „Genade, genade ! Overal hoort men : „Ontferming en Rechtvaardiging om niet. Men moet maar gelooven". Wie heeft het zoo graag ? Is het niet Satan, die het meeste voordeel verwacht in de prediking der Ontferming en van de overvloedige genade, en in de prediking van de zaligheid door het geloof alleen, zonder begeleiding, of zonder gevolg van werken." Donker is de toestand, maar toch is er hoop. Er is een schare, die dorst naar de gerechtigheid. En er worden getrouwe herders verwekt, die een algemeene boetprediking moeten beginnen. De Labadie geeft uitvoerig aan, welke middelen moeten worden gebruikt, om den domineesstand te vernieuwen. Jonge predikanten moeten afgezonderd van de wereld, in seminaries worden opgevoed. Geoefend in studie van den Bijbel en naast de scholastieke, ook de mystieke theologie (Augustinus, Bernard, Tauler). Zij moeten in dooding des vleesches (mortificatie) en overpeinzende aanschouwing (contemplatie) worden opgeleid. Men voelt hier de Roomsche zuurdeesem. Zoo, leert de Labadie, komen er predikers, die zielszorger zijn, die ook getrouw zijn in de tucht.
Alle getrouwe leeraars moeten zich aaneensluiten en bezield worden met het vuur des Geestes”.
De bovengenoemde beginselen zette de Labadie in de practijk om. Hij preekte viermaal per week, terwijl zijn gehoor steeds grooter en de Gemeente steeds nauwer aan hem verbonden werd. Van heinde en ver stroomden de menschen toe (o.a. Jacobus Koelman, Anna Maria van Schuurman). Doch ook aan zielszorg deed hij veel. 1°. Spoorde hij aan tot het houden van huiselijke opwekkingssamenkomsten, waar voor zijn „Handboekje der ware godzaligheid" als leiddraad kon dienen ; 2°. belegde hij dagelijks „Bijbellezingen" in de kerk. Aanvankelijk droegen die een catechetisch karakter, later werden het een „gezelschap" of conventikel. Het doel, dat de Voetianen met de gezelschappen voor hadden (onder ambtelijke leiding bespreken van de preek) ") wordt dan een ander. Het leerende element verdwijnt. „Wat heeft de Geest Gods u daarover geopenbaard", placht de Labadie te vragen. Het conventikel wordt de kern der Kerk ; komt naast de preek te staan, onder leiding van den zieleherder : de Labadie, soms geholpen door de theologische studenten Yvon, Menuret en du Lignon.
„Roomsche monnikidealen vermengen zich hier met Nederlandsch Gereformeerde en Engelsch-puriteinsche elementen”.
De Labadie heeft bij al dit drukke werk, ook nog studenten opgeleid tot het predikambt, om zoo geestverwanten in de Waalsche Kerken te krijgen, i^) Deze, vooral Yvon, treden ook op in de „Bijbellezingen”.
III. De Labadie en de Waalsche Synoden.
Bepaald ingenomen waren vele Waalsche predikanten niet met de Labadie. Voor een deel kwam dit door zijn vurig optreden, waarbij hij geen mensch — ook de leeraars — ontzag, en waarbij hij vaak striemde, zonder zelf mee te buigen onder het oordeel. Ook waren verschillende Walen ijverige voorstanders der „nieuwe wijsbegeerte" van Descartes en „voerden een zwierige staat", die scherp afstak tegen over.de „preciesheit" (de sobere levenswandel) der Voetianen. Het wantrouwen, dat men tegen de Labadie had, werd versterkt toen zijn leerlingen elders gingen optreden in conventikels.
De Waalsche Synode, die tweemaal 's jaars vergaderde, ontving Mei 1667 de nieuwe Middelburgsche leeraar in zijn midden. Enkele voorname leden hebben diep respect voor hem. Mee daaraan is het misschien te danken, dat de Synode hem welwillend behandelt. Het valt op, dat de Labadie in al zijn gedragingen liet merken, niet veel waarde aan 't Synodale gezag te hechten (independentisme).
De officieele onderteekening van Confessie en Kerkorde weigert hij, omdat de verouderde tekst verschillende minder gelukkige uitdrukkingen bevatte. ^'') De Synode belooft de te herziene uitgave aan hem voor te leggen. De Labadie gaat echter op den kansel ageeren tegen die verouderde tekst. De verhouding wordt steeds slechter. In Middelburg komt de Labadie, gesteund door de Gemeente, in conflict met den onwaardigen Du Moulin, die machtige beschermers in Waalsche predikantskringen had. Bij een Avondmaalsviering houdt de Labadie eigenmachtig Du Moulin van het Sacrament. In denzelfden tijd geeft hij zonder kerkelijke goedkeuring uit : „Over het Rijk van Christus", waarin hij chiliastische gevoelens leert. Aangedreven door de Cartesianen, verklaart nu de Leidsche Synode (najaar 1667 de Labadie schuldig:1°. tegenover de Kerkenorde : hij had een vreemde leer verbreid (chiliasme), eigenmachtig Du Moulin uitgesloten en zonder goedkeuring tractaten uitgegeven ; 2°. tegenover de Synode, tegen wie hij op standig was opgetreden ; 3°. tegenover haar leden, die hij schandelijk beleedigd heeft. Desondanks wilde de Synode hem niet afzetten, maar verwees de zaak naar de Classicale Vergadering van Vlissingen, die door enkele afgevaardigden zou worden voorbereid. De voorbereiding mislukte totaal. De Middelburger kerkeraad erkent de Classis niet, .omdat ze géén zitting er in heeft. Zelfs nadat de vergadering naar Middelburg verlegd is en door allerlei beiniddeling van Ned. Gereformeerde leeraren en regeeringspersonen, getracht is te onderhandelen, loopt de zaak door de Labadie's houding op niets uit. Dan wordt hij wegens opstandigheid en ongehoorzaamheid aan de meerdere vergaderingen geschorst tot een volgende Synode (19 Oct. 1667).
De kerkeraad erkent de schorsing niet. Evenmin de Magistraat van Middelburg, waarin de Labadie verschillende vrienden had. ^'^) De rechtvaardiging van de kerkeraad verscheen 8 Nov. en geeft als haar meening : „Geen Kerk, noch Kerkvergadering heeft bindende macht, als God te voren niet gesproken heeft". Synoden zijn menschenwerk. De Gemeente alleen kan roepen en afzetten". De Labadie schrijft in dezen tijd : „De Kerkelijke macht beperkt en bepaalt door de Schrift en door haar alleen als eenige regel, zoowel voor leer als leven" (zoo luidt ongeveer de titel, in 't Fransch getiteld : „La Puissance eclesiastique, bornée a 1' Ecriture et par Elle, come par 1' Unique Regie de la Conduite et de la Lol, aussi bien que 1' Unique regie de la Doctrine et de la Foi”).
Zuiver independentisme spreekt hier : „Wij moeten ons bevrijden van menschelijke inzettingen. Ordeningen moeten door alle leden der Kerk gemaakt worden, maar mogen nooit binden". Met vele beroepen op klassiek Gereformeerde theologen (Voetius o, a.) wil hij aantoonen : de Schrift is de eenige norm, voor de rest blijft ieder vrij. Hier wordt principieel de heele D.K.O. verloochend en ondanks de vele citaten ook het Gereformeerd Kerkrecht. 18)
Van terzijde zij hierbij opgemerkt, dat independentisme en daarmee samengaand individualisme en subjectivisme ook sterk onder de Hervormd Gereformeerden leeft. Willen wij werkelijk opbouwend arbeiden voor de reformatie der Kerk, dan moeten wij als Gereformeerde Hervormden (vooral onze ambtsdragers) in deze dingen tot klaarheid komen. Nu wordt door verschillenden, die in den geest van de Labadie arbeiden onder Gereformeerde vlag en gebruik makend van de Synodale Organisatie, de anarchie bevorderd (men denke aan de merkwaardige overeenstemming met Labadie's conventikels, aan vele z.g.n. „Evangelisaties"). Men zie bijv. hierover : Van Leeuwen : „Individualisme en kerkelijk leven" in het „Convent", ie jaargang (pag. 11, 18, 34, 42, 50 en 74).
Terugkeerend tot de Labadie, zien we dat hij tijdens dit conflict rijpt in zijn overtuiging. Zijn „Bijbelbesprekingen" voelt hij als het centrum zijner actie. „Ik acht een uA: van vertrouwelijke besprekingen meer dan een preek, ja dan alle predicaties in de week”.
(Wordt voortgezet.)
10) Eucleria of "t Beste deel" 1684, door A. M. van Schuurman, pag. 232.
11) Koelman : „Historisch verhael der Labadisten" 1683, pag. 13-
12) Wat Van Berkum in zijn „Labadie en de Labadisten" op pag. 38 e.v. hiervan vertelt, is waarschijnlijk, maar niet als juist vaststaand.
13) Hoofdlijnen hiervan : G. Oorthuis : „Kruispunten op de weg der Ke.rk", pag. iii. Overzicht : Goeters, pag. 164—171.
14) Zie bijv. over de geschiedenis van het Conventikel J. C. Kromsigt : „Wilhelmus Schortinghuis", pag. 112—121.
15) Maresius' zonen protesteerden tegen de „monnikachtige, wilde" opleiding in „Historie curieuse”.
16) Zie hierover Goeters : pag. 187—192. '•'') In Zeeland's regeeringskringen vond men sinds Tullinck's dagen veel vrienden der „nadere reformatie". 't Is opvallend ook, hoe van deze Gereformeerde kringen steeds ook de roep om Oranje uitgaat. (1668—1672—1747).
18) Hoe Voetius dacht over de Synodale macht : zie Bouwman : hoofdstuk III, p. 113. Over Voetius en de Independenten idem, pag. 53. Volgens Bouwman erkent hij als de twee grondslagen voor haar recht : 1°. Het Goddelijk recht ; 2°. Wederzijdsche toestemming der Kerken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's