UIT DE HISTORIE
PIERRE VIRËT 1511 1571
I.
Het is niet overbodig, dat wij eens enkele artikelen wijden aan Pierre Viret, die als vriend en medewerker van Calvijn niet zoo bekend is als Willem Farel. Toch heeft niemand minder dan Beza deze drie mannen — Calvijn, Farel en Viret een
„uitgelezen klaverblad" genoemd.
Behalve deze aanleiding, om over hom te schrijven, is er nog een andere. In de totstandkoming van de Reformatie in Waadtland heeft Viret destijds een voornaam aandeel gehad, en niet ten onrechte heeft men in 1936 zijn werk herdacht, toen het 400 jaar geleden was, dat bedoelde hervorming een feit werd. Terecht is er opnieuw aandacht geschonken aan den door Viret verrichten arbeid.
Pierre Viret zag het levenslicht te Orbe in 1511. Zijn geboorteplaats is een zeer oud stadje, vier uur gaans van Lausanne. In de geschiedenis wordt het meermalen genoemd. Pierre's vader was kleermaker en lakenscheerder. Zijn moeder stond bekend als een vrome vrouw, die ongetwijfeld haar stempel heeft gedrukt op haar oudsten zoon. (Pierre had nog twee jongere broers).
Op school gaf Pierre blijken van zeer voortreffelijke kwaliteiten ; zoo bezat hij vlugheid van begrip, een sterk geheugen en prettige omgangsvormen.
Mare Romain, dia te Straatsburg vertoefd had, is de eerste geweest, die Viret, die natuurlijk van huis uit Roomsch was, in kennis gebracht heeft met de Evangelische beginselen. De juistheid dezer mededeeling wordt bevestigd door een getuigenis van Viret zelf, als hij in een later door hem uitgegeven geschrift zegt : „Deze Mare Romain heeft ons niet alleen onderwezen in de fraaie letteren, maar hij is bovendien de eerste geweest, die ons het Evangelie heeft doen smaken”.
Nog maar 17 jaar oud zijnde, begaf Viret zich te voet naar Parijs, waar hij gestudeerd heeft aan het beroemde college van Montaigu, dat Calvijn pas verlaten had. Ongeveer tegelijk met Viret is Ignatius van Loyola daar aangekomen. Als merkwaardigheid deelen we mede, dat de namen van Calvijn en Loyola in de Bibliothèque Sainte-Geneviève (te Parijs) op een muur juist onder elkaar staan. Wat grijpen historische feiten soms wonderlijk in elkaar ! Doch dit slechts terloops.
Aan het college van Montaigu heerschten, aldus Doumergue, het ascetisme, het systeem der overvloedige zweepslagen, onuitsprekelijke vuilheid en overdreven hard werken. Ongetwijfeld heeft ook Viret zich aan deze regelen der inrichting moeten onderwerpen ; maar ook heeft hij er de methode van disputeeren geleerd, wat hem in zijn leven zoozeer te stade gekomen is. In de twee of drie jaren van zijn verblijf te Parijs, heeft Viret ontmoetingen gehad met Lefèvre d' Etaples en Farel. Steeds meer ging Viret zich aangetrokken gevoelen tot de beginselen der Reformatie ; en zeer waarschijnlijk valt zijn bekeering nog in zijn Parijsche periode, wat mag worden opgemaakt uit deze woorden van hem: „Door Gods goedheid ben ik, toen ik nog op de schoolbanken zat, getrokken uit dien doolhof van dwaling”.
Omdat hij aan vervolging bloot stond, vertrok Viret weldra naar zijn vaderstad, waar hij bleef, totdat hij predikant werd. Sedert 1484 werd Orbe nu eens door Freiburg, dan weer door Bern geregeerd, telkens gedurende een vijftal jaren.
In 1531 kwam Willem Farel, wiens optreden door het kanton Bern beschermd werd, te Orbe. Onder degenen, die zich.voor zijn prediking ontvankelijk toonden, bevond zich Pierre Viret, toen een jongeling van 20 jaar, met mooie zwarte oogen, die overigens mager en klein van stuk was. Hij trok Farel's aandacht, en deze bestemde den jongen man voor den dienst des Woords in zijn geboorteplaats. Allerlei redenen, die de bescheiden Viret aanvoerde, om van de zware taak, waarvoor hij zoo plotseling werd geplaatst, ontheven te worden, werden door Farel totaal ontzenuwd. (Men herinnere zich hier, dat Farel later ook Calvijn op een ietwat forsche wijze gedwongen heeft, het predikambt te Geneve te aanvaarden).
Op 6 Mei 1531 hield Viret zijn eerste preek. Bij het karakter van Viret moeten we even stilstaan. In tegenstelling met Farel was hij gematigd en ingetogen. In Orbe werd hij door iedereen, Roomschen en Protestanten, bemind : niet, omdat hij zijn huik naar den wind hing, maar omdat het zijn natuurlijke aanleg was, tegenover iedereen vriendelijk en welwillend te zijn, wanneer zijn beginsel dit maar even toeliet. Zijn bescheidenheid ging zóó ver, dat hij zijn vrienden verzocht, hem als een gans onder de zwanen op te nemen. Van eigen kleinheid en gebrek was Viret meer dan anderen overtuigd.
In zijn aantrekkelijken aard ligt dus een van de redenen, waarom men zich door Viret wilde laten gezeggen ; want men luisterde naar hem.
Maar er was nog een andere oorzaak, waarom zijn prediking gehoor vond.
Waren al zijn latere collega's, evenals Farel, géén Waadtlanders van geboorte, — Viret was dat wèl ; en hierin moeten we een van de gronden zoeken, waarom hij in den goeden zin van het woord populair geweest is. Hij toch verstond van nature de kunst, om tot het hart van zijn hoorders door te dringen, en daar de gevoelige snaar aan te raken. Niet ten onrechte heeft men Viret „de incarnatie van de Waadtlander volksziel" genoemd. Het temperament van den Franschman is nu eenmaal anders, dan dat van den Zwitser, en de lezer weet : Calvijn en Farel waren Franschen. Ook in Viret's geschriften komt hetgeen wij hier uiteenzetten uit. De bekende Godet heeft verklaard, dat Viret de eerste nationale schrijver geweest is, die den juisten volkstoon wist te treffen. Wat een onmiskenbare verdienste moet worden geacht.
Aan zegen op zijn werk heeft het den eenvoudigen, oprechten Viret niet ontbroken. Het moet hem een groote vreugde geweest zijn, om te mogen zien, hoe zijn vader en moeder en broers voor het Evangelie gewonnen werden. En zóó groot was zijn invloed, dank zij de genade, die God hem verleende, dat op 31 Maart 1532, bij gelegenheid van het Paaschfeest, 77 menschen aanzaten aan het Heilig Avondmaal. Het is van beteekenis, dat nog binnen een jaar na zijn eerste prediking dit resultaat mocht worden verkregen.
Het verloop dezer dingen bewees, dat de Roomsche raadsheer der stad zich vergist had, toen hij eens lachend zeide : „Al neemt Viret zijn draai, — ons zal hij niet doen zwenken" i) De Heilige Geest werkte onweerstandelijk, en de zegen, dien God geeft, kan niet weggeschertst worden !
1) Het aardige van deze uitdrukking zit eigenlijk in de woordspeling, die het Fransch heeft, doch die in het Nederlandsch verloren gaat. De raadsheer had namelijk gezegd : „Viret a beau virer, mais si ne nous virerat-il point !”
D.
d. Z.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's