De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

6 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Met een flikkering in zijn oog hoorde Murk deze beschuldiging aan, welke hem, zoowel om haar grofheid als onwaarachtigheid, diep beleedigde. 't Was niet de eerste keer, dat de boerin tegenover hem onbillijk was. Gewoonlijk bestond bij zulke gelegenheden juist daarin haar gebrek, dat zij zonder aanzien des persoons zeide, wat voor haar mond kwam, zonder daarbij na te denken. Vroeger had Murk dat meermalen ondervonden, gelijk heel het personeel, en had dan stil gezwegen, omdat hij afhankelijk was en de bui daardoor des te spoediger overdreef. Het kon ook gebeuren, dat zij kort daarop spijt kreeg van haar gedrag en dan dubbel en dwars weer trachtte te vergoeden, wat misdreven werd. Doch de pijnlijke woorden waren dan al gesproken en lieten menigmaal niet na te wonden.
Hoe het echter kwam, maar ditmaal scheen Murk niet in een toestand te zijn alles wat hem werd aangedaan, over zich te laten heengaan. Kwam het daar vandaan, dat hij zich werkelijk minder klein en afhankelijk gevoelde dan jaren geleden, toen men hem uit den arbeid wèg kon sturen op straat, waardoor hij dan van de genade van een ander had komen af te hangen ? Of, doordat het hem zoo diep krenkte beschuldigd te worden van iets, waaraan hij nooit had gedacht? Of bracht de vermoeidheid van lichaam en geest, die hem op het gelaat lag en door Pleuntje aanstonds werd opgemerkt, mede, dat hij zelf ook in eenigszins geprikkelde stemming verkeerde ? Hoe 't zij, zoowel de boer als Pleuntje merkte, dat hiermede het gesprek nog niet was afgeloopen.
„Dat woord is van het begin tot het einde een leugen !" barstte Murk los. Bij dezen uitval werd de boerin zoo bleek als een lijk. Zooiets was haar nog nooit gezegd. Zij, een leugenaarster ! En dat zei manke Murk, die het mede aan haar te danken had, dat hij op weg was zoo'n man te worden.
„Wel zeker, je moet maar durven ! Ik zit hier te liegen. Daarvoor sta ik zeker bekend. Op „Lucht en Veld" neemt men het niet zoo nauw met de waarheid. Zeker óók een leugen, dat met den heilsoldaat en den arbeider van „Bornia-State" en den smid en bakker Deelstra en nog een stuk of wat bij donker vergaderd is, om met elkaar te bespreken, hoe het best de gemeente uit elkaar te kunnen jagen". „Ja, dat laatste is óók niet waar !”
„Niet waar ? Is het niet waar, dat er bij Bouma een heele vergadering is gehouden, om verandering in de gemeente te krijgen ? Natuurlijk zijn jullie zoo verstandig wel, om niet aanstonds te zeggen wat de plannen zijn, maar daar komt het toch op neer. En dan door menschen, die zich eerst nog wel eens tweemaal mochten bedenken, vóór zij aan zoo iets gingen meedoen. Bottema en Bouma kunnen natuurlijk doen wat zij willen en zijn van niemand afhankelijk, en de smid misschien ook niet, maar de overigen hebben wèl toe te zien, wat zij doen. 'k Mag dien bakker d'r niet meer om zien ! Vrouw Sangers kan voortaan het brood van zijn concurrent halen of wegblijven van hier. En zulke zijn er méér". Dit laatste klonk als een bedreiging.
Boer Siderius fronste de wenkbrauwen, omdat hij begreep, dat zij hier het einde nog niet hadden en overtuigd was van de onbillijkheid, die in de woorden zijner vrouw lag. Toch zwegen allen. Voor de boerin scheen dit echter een prikkel te zijn om opnieuw te beginnen.
„Wat willen jullie toch met je oproerigheden ? Ik begrijp het niet", zoo ving zij weer aan. „Ds. Lauwers en zijn vrouw doen geen mensch kwaad. Als zij kunnen, dan staan zij altijd gereed te helpen, waar dit noodig is. De man doet zijn best, om het allen naar genoegen te doen zijn. Hij is vriendelijk en voorkomend, en niettemin gaat men hem tegenstaan, om hem het leven zuur te maken. Alsof men het hem zou kunnen verbeteren. Maar daar zal wel wat anders achter zitten. Bouma moest kerkvoogd geworden zijn en Dirk Lemstra verbeeldt zich ook al heel wat, nu zij een beetje geërfd hadden, en Bottema zal het wel op een afgescheiden kerk willen aansturen, 'k Noem 't gewoonweg een schande ! Wij zijn ook niet kerksch, maar als het er op aan komt, gaan wij toch voor haar in het vuur. We zijn m deze kerk gedoopt, en lidmaat geworden, en hebben onze vaste plaatsen en onze ouders liggen daar vlak bij begraven. Altijd hebben de menschen het in de kerk kunnen vinden, maar nu wordt het opeens zoo slecht, dat er verandering komen moet. Straks wordt de school óók nog door een andere vervangen en wie weet, welke wonderen ons hier nog meer te wachten staan. Maar ik moet daar in elk geval niets van hebben en begeer dat volk ook niet in mijn huis. En dan daarvoor menschen te gebruiken, die méér dan genoeg aan zichzelf hebben, 'k Had Bouma wijzer gedacht ! Moet daar noodig zoo'n Japie van der Meer worden bijgehaald ! Toen hij nog niet bij het heilsleger was, lag hij soms dronken in de goot of sloeg thuis alles kort en klein ; en nu den vromen man uithangen. En dan Bottema ook. Nu ja, hij woont nu op „'t Rietdak", en is getrouwd met Trijn Bouma, maar wat was dat ook vóór dien tijd ? Hij kwam even weinig in de kerk als wij, misschien nog wel minder, en zat 's Zondagsavonds liever in „de Posthoorn". Nu opeens zoó kerkelijk, dat ds. Lauwers het hem niet meer goed kan maken. Laten al die lui eerst maar eens doen, wat de dominé hen voorhoudt, en als er dan nog tijd overblijft voor hen, kunnen zij over andere dingen gaan vergaderen ; maar dat zal wel een paar dagen duren, denk ik”.
Zoo ging het, als een bergstroom, die naar beneden stort, onafgebroken door. Of 't had ook iets van een donderbui, waarbij felle bliksemschichten naar alle kanten uitschoten, om zóó de gespannen atmosfeer te ontladen. Boer Siderius, die dit natuurlijk wel kende, nog beter dan de huisgenooten, hield zich stil en keek naar buiten. Vroeger was hij tegen zulke heftige uitbarstingen van het vurige temperament van zijn vrouw wel eens krachtig ingegaan. Dan stoof hij óok op, of sloeg op de tafel, of vermorzelde met zijn sterke vuist wat in zijn nabijheid lag. En het einde werd dan gewoonlijk een huilpartij of een zenuwtoeval of een flauwte ; en dan was men er óók nog niet. Eens moest de dokter er zelfs bij te pas komen, om haar weer bij te brengen en bij het heengaan had deze gezegd, dat hij verstandig deed door zulke buien maar stilzwijgend over zijn hoofd te laten gaan.
(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1938

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's