MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
’t Zat 'm in 't gestel van zijn vrouw. Er waren van die menschen, vooral onder de vrouwen, die af en toe eens moesten uitbulderen. Als hij vroom was, dan zei hij misschien, dat zij in zulke oogenblikken bezeten waren. Doch hoe dit zijn mocht, dat zij zich zelf dan niet beheerschen konden, dat was duidelijk. Daarom moest Siderius het maar kalm opnemen, óók met het oog op de gezondheid der kinderen, en tevens omdat 't zoo'n naam gaf, wanneer op „Lucht en Veld" de boer en de boerin zoo tegen elkaar aan 't schreeuwen gingen, 't Klonk zoo ver over de ruime, wijde velden, en de menschen zouden dan al spoedig gaan vertellen, dat het daar zoo'n ongelukkig huwelijk was. Hij, de dokter, wist wel beter en van elk huis raakte de wagen wel eens vast in een diep •spoor. Maar de wereld was nu eenmaal zoo, dat de verkeerde dingen altijd in de lengte en in de breedte Werden verteld, en daarom gaf hij dien weigemeenden raad.
Vanaf die gebeurtenis trachtte de boer zich bij zulke gelegenheden zooveel mogelijk te beheerschen, en Om te voorkomen dat de knecht of de meid of een van de kinderen, of bij afwezigheid van die allen, de hond of de kat of het een of andere meubelstuk het ontgelden moest, bleef hij dan maar stil zitten, tot zyn vrouw was uitgeraasd.
Natuurlijk wist Pleuntje dit óok. In voorover gebogen houding naaide zij aan haar nieuwe schort, terwijl haar gelaat met de eene kleur na de andere Werd bedekt, niet het minst, omdat Murk hier zoo onrechtvaardig beschuldigd werd en zij er niet zeker Van was, wat deze doen zou. Want Murk had tijden. Waarin hij alles verdragen kon, doch alles had zijn grens en hier stapelde zich beleediging op beleediging. Waarmede had hij dat verdiend ? Ternauwernood durfde zij opzien, omdat elke beweging aanleiding tot een nieuwe uitbarsting geven kon. Hoe zou dit afloopen ?
Daar kraakte een stoel. Murk stond op en plaatste deze tegen den wand. Nog even trachtte de boer hem een wenk te geven, om te blijven, hopende, dat daardoor nog het meeste bereikt zou worden ; maar hij zag dat niet of wilde het niet zien. Zijn eigen gemoed was te vol.
Als er één in de gemeente gevonden werd, die getoond had den arbeid van ds. Lauwers te willen waardeeren en daarvan aan te nemen zooveel het kon, dan was hij het. En nu zóó hier te worden ontvangen ! Wat gaf de boerin van „Lucht en Veld" het recht, om aldus tegen hem uit te varen ? Haar geld ? Moest hij en haar geheele omgeving voor haar buigen, omdat zij meer bezat dan anderen ? Omdat zij, als rijke boerin, een gouden oorijzer met juweelen veeren droeg ; een kast met oud porcelein bezat, een mooie kamer met deftig huisraad en een boerderij, waarop 40 koeien gemolken werden met meer dan 50 hectare land, hetwelk zij het hare kon noemen ? Mocht zij daarom maar zeggen, wat een ander, die minder bezat en bijvoorbeeld dienstbaar was, hoogst kwalijk genomen zou worden ?
Neen, 't werd hem ditmaal te machtig. Eertijds had hij menigen storm over zijn hoofd laten gaan, toen hij als „manke Murk", die uitbesteed werd en het mikpunt van eens anders grillen en grappen had te zijn, alles moest verdragen, omdat het ging om het brood. Gode zij dank, die tijd was voorbij. Maar, omdat die tijd tot 't verleden behoorde, verdroeg hij zoo'n bejegening niet langer! Was hij niet vrij man? Hing hij ten slotte af van de boerin van „Lucht en Veld" ? Had hij niet geleerd hooger en verder te zien en in 't geheel geen verwachting meer van menschen te hebben ? Stond daar niet geschreven, dat zelfs prinsen niet vertrouwd moesten worden ? Daarom, wat zou een nietig mensch hem doen, die blijkbaar door een boozen geest gedreven als een duivel te keer ging en zocht te verderven en te vernielen, alles wat onder haar bereik kwam ? En vandaar, dat zijn besluit vast stond. Hij moest hier wèg. De grond begon hem onder de voeten te branden, 't Werd hem benauwd om de keel. Manke Murk was een man geworden, die wist wat hij wilde. „Je moet den koek nog opeten", waagde Siderius te zeggen, wien dit tooneel tegenstond en op deze wijze hem niet graag zag heengaan. „Dank je !" zei Murk.
Daarop vertrok hij, de anderen in verschillende gemoedsstemming achterlatend.
Maar nu werd het Pleuntje óok te erg. Tot dusver had zij ook alles hier verdragen, omdat zij afhankelijk en de mindere was, die dienen moest en geen mensch had, welke zich met haar bemoeide of zich om haar bekommerde ; voor wie 't een niet te overkomen schande zou zijn geweest binnentijds uit haar dienst te geraken. Maar sinds werd het anders. Zij had nu Murk en Murk was haar na, nader dan de vrouw. Thans moest zij kiezen, en zij koos voor hem. Eensklaps wierp zij haar schort in een hoek en volgde Murk.
Stil, zeer stil werd het thans in de kamer. Het gelaat van den boer betrok. In zijn breed voorhoofd kwamen diepe rimpels, 't Was, alsof de boerin begreep. Evenals soms in de natuur een andere bui van de tegenovergestelde zijde dreigde los te barsten. En, vóór zij haar gemoed geheel ontlast had, terwijl de storm van haar zijde begon te luwen, beteekende dat haar nederlaag. Zooals gewoonlijk bij haar op zulk een overspanning altijd een inzinking volgde, gedurende welke men alles weer van haar gedaan kon krijgen, 't Scheen evenwel, dat Siderius hier thans geen oog voor had, nu niet alleen Murk, voor wien hij zulk een groote genegenheid gevoelde, maar óok Pleuntje de kamer verliet, omdat zij het hier niet langer houden kon. Pleuntje, die hen sinds jaren trouw had gediend, die hij in huis al kende van zijn jongelingsjaren af en op wie nog nooit iemand iets had kunnen aanmerken ; buiten wie hij zich de huishouding haast niet denken kon, omdat zij er bij behoorde gelijk eigen kind. Wilde zijn vrouw dan met alle geweld opruiming houden onder het personeel ? En daardoor tot in wijden omtrek haar naam straks verre van vleiend op aller lippen hebben ? Want zóó zou 't gaan. Als Pleun wegliep, dan bleef Bouke ook geen 24 uur meer op „Lucht en Veld". Reeds eerder had hij bij hooggaande oneenigheid gedreigd te vertrekken was toen alleen op aandringen van hem gebleven. Wat bewoog haar toch ?
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1938
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's